TypologieEen sluis is een kunstwerk dat twee wateren met verschillend waterpeil verbindt. Met een sluis kan de uitwisseling van water worden beheerst. Dit kan verschillende redenen hebben zoals:a. het lozen van overtollig water b. het inlaten van water, bijvoorbeeld ten behoeve van de landbouw c. het keren van hoge waterstanden d. het doorlaten van schepen Overeenkomstig de vier genoemde functies, worden er vier typen sluizen onderdscheiden namelijk: ad a. uitwateringssluizen ad b. inlaatsluizen ad c. keersluizen ad d. schutsluizen Combinaties van deze functies komen ook voor, maar meestal is er wel een hoofdfunctie aan te geven. De situering van de sluis kan aanwijzingen geven over de functie. De verschillende typen zijn te herkennen aan de vorm van de constructie. De meest voorkomende typen worden hieronder kort omschreven. UitwateringssluizenEen uitwateringssluis wordt meestal gebruikt om het teveel aan regen-, kwel- of overstromingswater vanuit een polder op open water te lozen. In veel gevallen geschiedt die lozing niet direct vanuit de polder, maar via een boezemwater. Een boezem is een verzamelplaats van water dat uit de polder wordt ontrokken.Uitwateringssluizen worden meestal als kokers, dat wil zeggen aan de bovenkant gesloten, uitgevoerd. Soms, als bijvoorbeeld ook scheepvaart van de sluis gebruik moet maken, zijn ze van boven open. Als keermiddelen worden deuren, schuiven of kleppen, al of niet in combinatie, toegepast. Een uitwateringssluis kan alleen aan zijn doel beantwoorden, als zijn peil van het boezem- of polderwater hoger is dan dat van het buitenwater. Sommige uit- | 52 |
wateringssluizen zijn zelfwerkend, de sluisdeuren openen zich op het moment dat het binnenwater hoger staat dan het buitenwater. Uitwateringssluizen worden, niet geheel terecht, ook wel spuisluizen genoemd. De laatste dienen echter specifiek om met een krachtige waterstroom, slib uit een vaargeul weg te spoelen.InlaatsluizenAangezien inlaatsluizen bestemd zijn om water in te laten, moeten de keermiddelen onder waterdruk geopend kunnen worden. Als afsluitmiddel komen schuiven of hefdeuren dan ook het meest in aanmerking. Deze kunnen namelijk zo worden geconstrueerd dat de wrijving die door een deur of sluif op het metselwerk of beton wordt uitgeoefend, grotendeels wordt opgeheven. Inlaatsluizen komen evenals uitwateringssluizen voor in kokervorm of als constructie die van boven open is. Een bijzondere soort inlaatsluis is de inundatiesluis die bedoeld is om in tijden van (dreigend) oorlogsgevaar, gedeelten van het land onder water te zetten.KeersluizenHet type keersluizen is meestal bedoeld om ongewenste hoge waterstanden te keren. Dit houdt in dat de sluizen in normale omstandigheden open staan. Keersluizen komen ook voor in scheepvaartwegen, maar zijn ze gesloten dan is de scheepvaart gestremd. Om dit bezwaar te ondervragen wordt de keersluis wel in de constructie van een schutsluis opgenomen.SchutsluizenSchutsluizen verdelen een vaarweg in panden. Het pand met het hoogste waterpeil heet bovenpand terwijl het andere benedenpand wordt genoemd. Over het algemeen bestaat een schutsluis uit twee sluishoofden, het boven- en het benedenhoofd, met daartussen een schutkolk.DuikersEen duiker is een kokervormige constructie die twee wateren aan weerszijden van een dijk of weg verbindt. Sommige duikers hebben een vorm die veel lijkt op die van een uitwateringssluis. | 53 |
Waterstaatkundige werken in 's-Hertogenbosch (Utrecht 2000) 52-54
C.J. Gudde, 's-Hertogenbosch geschiedenis van vesting en forten (1974) 7, 57, 70, 80, 84, 91, 94, 95, 96, 100, 103, 105, 108, 133, 134, 135, 137, 138, 140, 141, 142, 143, 144, 145, 146, 147, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 155, 157, 163, 164, 166, 168, 171, 172, 178, 179, 180, 191, 192, 193, 194, 196, 197, 198, 199, 200, 211, 220, 222