|
In 1843 kwam de nieuwe Sint Pieterskerk gereed. De oudere schuilkerk was reeds in het bezit van een orgel. Het orgel van deze schuilkerk, waaraan onder andere de orgelmakers L. van Eysdonk, de gebr. Van Hirtum, Schmidt (of Smits) en Franssen hebben gewerkt, werd niet naar het nieuwe kerkgebouw overgeplaatst. Een rijke parochiaan, Martinus Franciscus de Wijs, van beroep jeneverstoker en van 1802 tot 1805 lid van de Rekenkamer van Brabant schonk een bedrag van f 22.000,- voor het vervaardigen van een nieuw orgel. De schenker was een broer van de deken van Boxtel, Franciscus Antonius de Wijs. Voor de Sint Petruskerk aldaar had Franciscus Cornelius Smits uit Reek zojuist een fraai orgel gemaakt. | 51 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Het is dan ook niet verwonderlijk dat dezelfde orgelbouwer de opdracht kreeg een orgel te ontwerpen voor de nieuwe Sint Pieterskerk. Smits ontwierp een orgel ‘naar het model van het orgel in de Sint Jan.’ Het plan voor de bouw van dit orgel week op enkele punten af van wat er uiteindelijk tot stand gebracht is. (Het Groot Manuaal zou een Mixtuur 3-4-5 sterk krijgen en als derde tongwerk een Klairon 4’. De Quint 3’ bas en de Cornet 3 sterk ontbreken in het ontwerp. Het rugwerk zou een Fourniture 3 sterk krijgen, echter geen Bourbon 16’ en Fluittravers 8’ discant. Op het bovenwerk was een Prestant of Baarpijp 8’ ontworpen en een Cornet 3 sterk discant. Als tongwerken zou het bovenwerk een Kromhoorn 8’ bas / Hautbois 8‘, een Trompet 8’ en een Vox Humana 8’ bevatten. Het pedaal was zonder mixtuur ontworpen. Verder zouden er vijf balgen gemaakt worden in plaats van de huidige zes.) De aanneemsom bedroeg f 15.420,- voor het eigenlijke orgel. De kosten van de orgelkast werden geraamd op ca f 7000,- . Op 23 juni 1843 had de aanbesteding plaats. Er werd bepaald dat het rugwerk in augustus of september klaar moest zijn, in 1845 een deel van het overige werk. In 1846 diende het orgel geheel voltooid te zijn. Eind 1846 of begin 1847 was het orgel gereed. Het orgel bevatte 2960 pijpen waarvan 209 in het front waren geplaatst. Het zeer uitvoerige bestek voorzag in een grotere dispositie, die ook weer op enkel punten afwijkt van wat gemaakt werd. De definitieve dispositie is bekend uit het handschrift Broekhuyzen, een verzameling orgelgegevens uit het midden van de vorige eeuw. Deze luidt (met correcties van enkele onnauwkeurigheden) :
Vier afsluiters, Tremulant, Ventiel, Zwelling, zes blaasbalgen. Bij de bouw kreeg dit instrument een bijzonderheid die niet terug te vinden is bij de andere orgels van Smits. Broekhuyzen noteerde hierover: ‘Dit orgel heeft iets opmerkingswaardig, dat het pedaal met het positief kan koppelen, en dat men in een ogenblik het positief en de manualen en zijn stemming een halve toon kan verhogen om zo de blaasinstrumenten in stemming gelijk staan’. Helaas is deze bijzonderheid bij latere wijzigingen in het mechaniek spoorloos verdwenen. Het is aan het ontwerp van dit orgel duidelijk te zien dat het orgelfront van de Sint-Janskathedraal hiervoor model heeft gestaan. Smits heeft het Sint-Jansorgel echter niet slaafs gekopieerd. Andere verhoudingen en afmetingen van het orgel van de St. Pieterskerk hebben geleid tot een vrije fantasie op het thema van het Sint-Jansorgel.
Een eigenaardigheid van het Sint Pietersorgel was de opstelling van de windladen van hoofdwerk, bovenwerk en pedaal. Deze stonden loodrecht op het front, waardoor er een grote diepte van de orgelkast ontstond. Hierin was dit orgel niet uniek. Ook op andere plaatsen paste Smits deze constructie toe.
Gedurende een aantal jaren werd het nieuwe orgel door Smits onderhouden. In de vijftiger jaren van de 19e eeuw, het orgel was toen zo’n tien jaar in gebruik, overleden meerdere familieleden van Smits en werd zijn echtgenote door een langdurige ziekte getroffen. Zij overleed in 1858.
De orgelmaker was niet in staat al zijn verplichtingen van onderhoud en stemming na te komen, ook niet van het orgel uit de St. Pieterskerk. Het kerkbestuur besloot in 1857 het onderhoud van het instrument in handen te geven
| 52 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
van J.J. Vollebregt en Zoon uit ’s-Hertogenbosch. In 1866 werd door Vollebregt een grotere reparatie en stemming uitgevoerd. Aan het begin van het jaar 1890 diende de zoon van Smits, Franciscus C. Smits II een plan in tot herstel en wijziging van het orgel. Dit plan hield in: ‘de ophikheïd / Oboë van het Bovenwerk naar het Rugwerk te doen verhuizen en op de vrijkomende plaats een nieuwe Trompet 8, eventueel als harmonique uitgevoerd te plaatsen.’ Verder: ‘ het plaatsen van een Expressief op het Bovenmanuaal met voettrede.’ Het leek de orgelbouwer zeer wenselijk op dit manuaal een Voix Celeste te plaatsen, waarvoor een ander register opgeofferd zou moeten worden. Het geoxideerde frontpijpwerk zou geschaafd, geschuurd en opnieuw gepolijst moeten worden, of geschuurd en met staniol of folie (bladtin) belegd dienen te worden. Er zouden drie regulateurs voor Hoofd- Boven- en Rugwerk moeten komen. Deze plannen zijn niet uitgevoerd. Evenmin kwam een restauratieplan van de hand van de Bossche orgelmaker Augustin Osterlag tot uitvoering. In maart 1899 nam het kerkbestuur contact met de orgelmakers Maarschalkerweerd te Utrecht en Franssen te Roermond. De gebr. Franssen, in die dagen bezig met de grote ombouw van het St. Jansorgel, verkregen de opdracht tot het herstel. Naast de schoonmaak en herïntonatie van het pijpwerk, omvatte de restauratie een
| 53 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
ingrijpende wijziging van de tractuur. Er werd een pneumatische Bakermachine geplaatst, aangesloten op een geheel nieuw manuaalklaviatuur. Verder werd de oude kamertoonhoogte een halve toon lager dan de huidige, omgezet in de toonhoogte van de Parijse diapason van 1858 (a 435 trillingen per seconde). Hiertoe werden de meeste pijpen ingekort en de tongwerkbekers afgesneden of van insnijdingen voorzien. Deze ingreep had grote consequenties voor de mensuurverhoudingen van de labialen en voor de tongwerken. Om het Bovenwerk werd een zwelkast geplaatst. De elf sprekende frontpijpen van Prestant 8’ kwamen hierdoor buiten de zwelkast te staan. Ze werden door het verwijderen van de conducten stilgelegd. In de zwelkast plaatsten de orgelmakers nieuwe prestantpijpen, vervaardigd van zink. Op 2 januari 1900 werd met het werk begonnen en na enkele maanden voltooid was het voltooid. In 1944 had het orgel zwaar te lijden van de oorlogshandelingen. In 1947 volgde herstelwerkzaamheden, uitgevoerd door de firma L. Verschueren te Heythuysen. Naast summier technisch herstel, werd een aantal pijpvoeten, aangetast door oxidatie en tinpest, vernieuwd. De frontpijpen, waarschijnlijk in 1900 al met aluminiumverf beschilderd, werden opnieuw bespoten met aluminiumverf. In de loop der jaren werd de toestand van het orgel steeds slechter. De laden waren lek en de Bakermachine vertoonde gebreken. Ook de balgen verkeerden in slechte staat.
Op 2 januari 1972 sloot de Sint Pieterskerk definitief zijn deuren. De vraag rees: ‘Wat moet er met het orgel gebeuren?‘ In februari 1973 bracht de directeur van de VVV .de heer Jan Bruens, de kwestie in een brief onder de aandacht bij het gemeentebestuur. Hierin pleitte hij voor behoud van kerk en orgel en wees op het culturele verlies dat de stad zou lijden als dit orgel werd ontmanteld en opgeslagen en op de behoefte in de stad om een plaats te hebben waar orgelconcerten gehouden kunnen worden. Er werd een werkgroep ’Smitsorgel Sint Pieter ’ in het leven geroepen, die onder voorzitterschap van Hans Straatman stappen ondernam, ten einde voor het monumentale orgel een goede plaats en bestemming te vinden. Met het Bossche kerkbestuur Binnenstad- de juridische erfgenaam van de Sint Pieter- hadden een aantal gesprekken plaats. Het bleek helaas niet mogelijk het orgel voor Den Bosch te behouden. In het bisdom Den Bosch was er maar een kerk te vinden die voldoende hoogte, breedte en diepte had om dit orgel te bergen, en dat was de Sint Petruskerk van Oirschot. Pastoor J. Jilesen van de Oirschotse kerk toonde al in 1972 grote belangstelling voor het orgel en andere belangrijke meubelstukken van de gesloten Bossche kerk. De financiering van een en ander, de demontage en opslag, de restauratie en de bouwkundige voorzieningen van de kerk in Oirschot was een moeilijke zaak geworden.
Van rijkswege kwam er een positief advies om het Smitsorgel in de Oirschotse kerk te plaatsen. Men kreeg in Oirschot uiteindelijk subsidie, aangevuld met gelden uit het Prins Bernhardfonds. Intussen had het orgel ernstig geleden door de diefstal van een aantal pijpen en ornamenten van het orgel in de zomer van 1973. De voorzitter van de Stichting ‘ Behoud Smits-orgel Sint Pieter’ ontdekte de diefstal en liet zich uit protest verbaliseren met in zijn bezit enkele ‘gestolen’ orgelpijpen. Kort daarop werd het orgel gedemonteerd en opgeslagen in opdracht van het Kerkbestuur. De demontage en opslag werd uitgevoerd door de firma Verschueren uit Heythuysen daarbij geadviseerd door de Rijksadviseur voor orgels en door de heer Hans van der Harst. De architect van de Sint Jan, de heer H. Teering, was bereid de verantwoording voor de bouwkundige voorzieningen voor de Sint Pieterskerk in Oirschot op zich te nemen. Pas op 3 augustus 1976 berichtte het Brabants Dagblad dat de opdracht tot restauratie van het orgel, de verbouwing van de orgelruimte en de plaatsing van het instrument in de kerk van Oirschot verleend was. Deze werkzaamheden werden uitgevoerd door bouwbedrijf van Breemaat te Oirschot en duurden twee jaar. | 54 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Bronnen | |
| • | Hans van der Harst, Orgels in de Parochiekerk van Sint Pieter te Oirschot (1978) |
Toine Janssen, Sint-Pieter, een verdwenen parochiekerk uit de Bossche binnenstad (2010) 51-54
odulphusvanbrabant.nl
| 1972 |
VerslaggeverActie voor behoud Smits-orgel van Bossche St. Pieter
Brabants Dagblad woensdag 5 juli 1972
|
|
| 1972 |
RedactieOrgelkring richt werkgroep op. Actie voor behoud Smits-orgel van Bossche St. Pieter.
Brabants Dagblad woensdag 5 juli 1972
|
|
| 1973 |
VerslaggeverVVV dringt aan op behoud St. Pieter met Smitsorgel
Brabants Dagblad dinsdag 30 januari 1973
|
|
| 1973 |
VerslaggeverOrgelkring wil St. Pieterskerk met orgel tijdelijk conserveren
Brabants Dagblad zaterdag 3 februari 1973
|
|
| 1973 |
RedactieActie voor behoud van het Smitsorgel in de oude Sint Pieterskerk
Het Gewest donderdag 8 februari 1973
|
|
| 1973 |
RedactieVVV op de bres voor behoud orgel in de St. Pieter
Het Stadsblad donderdag 8 februari 1973
|
|
| 1973 |
VerslaggeverBefaamd Smits-orgel prooi van ergerlijk vandalisme
Brabants Dagblad maandag 2 juli 1973
|
|
| 1973 |
H.B.De kerk van St. Pieter in Den Bosch en het orgel
Bisdomblad vrijdag 9 november 1973
|
|
| 1974 |
Desiré GrootOver het orgel en andere instrumenten
Bisdomblad vrijdag 9 augustus 1974
|
|
| 1976 |
RedactieBosch orgel voor kerk in Oirschot
Het Nieuwsblad van het Zuiden dinsdag 3 augustus 1976 | 4
|
|
| 1976 |
RedactieOrgel uit Bossche St. Pieter wordt gerestaureerd. Oirschot monument rijker.
Krantenknipsel woensdag 4 augustus 1976
|
|
| 1977 |
RedactieInterieur en orgel vormen stijlvol geheel. Orgel van St. Pieter wordt in Oirschot opgebouwd.
Krantenknipsel woensdag 20 juli 1977
|
|
| 1978 |
RedactieOirschot een schitterend orgel rijker
Brabants Dagblad zaterdag 16 september 1978
|
Toine Janssen, 'Sint-Pieter, een verdwenen parochiekerk uit de Bossche binnenstad' in: KringNieuws 2 (2007) 10
Toine Janssen, Sint-Pieter, een verdwenen parochiekerk uit de Bossche binnenstad (2010) 38, 51-54
Rondgang door de Sint-Petrusbasiliek in Oirschot (2018) nr. 1-3
L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogebosch IV (1873) 339
St. Pieter Oirschot (1998) 16 (nr. 48), 19
Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst X (1931) 182