|
Zoals we gezien hebben was op het gewelf van het hoogkoor de Wederopkomst van de Heer op de Laatste Dag geschilderd, in combinatie met een oordelende Christus op de sluitsteen. Het thema van het Laatste Oordeel blijkt daarnaast ook geschilderd te zijn op de westwand van de kerk, tegen de binnenmuur van de toren. Achter het huidige orgel (dat dateert van 1617) trof men in 1980, toen het orgel gedemonteerd werd, de resten aan van een zeer gehavende schildering. Naast een aantal kleurresten (grijs, groen, rood) was er een aantal naakte menselijke figuren zichtbaar, zittend in of opstaand uit een sarcofaag. Het gaat hier duidelijk om de doden die opstaan uit hun graf op de Dag des Oordeels. Boven deze figuren moet zich dus oorspronkelijk een voorstelling bevonden hebben van Christus, gezeten op de regenboog. Of er ook bazuinende engelen aanwezig waren die de doden opriepen om op te staan uit het graf of, zoals gebruikelijk, een afbeelding van de hel en de hemel valt niet meer na te gaan. Daarvoor zijn de resten te fragmentarisch. De stijl van de naakte figuren leek heel sterk op die van de naakte figuren op het gewelf van het schip. Op grond hiervan kan deze schildering voorzichtig gedateerd worden in het eerste kwart van de zestiende eeuw. Omdat deze schilderingen weer achter de gerestaureerde orgelkas zouden verdwijnen zijn de schilderingen noch geconserveerd, noch overgewit. De voorstelling van het Laatste Oordeel was in de Middeleeuwen een zeer geliefd thema om als muurschildering in de kerk af te beelden. Op treffende wijze kon worden uitgebeeld dat over ieder mens op het einde ter tijden zal worden geoordeeld en dat het goede zal worden beloond en het kwade gestraft. Het is de voltooiing van Christus' verlossingswerk. We treffen de voorstelling in de late Middeleeuwen in Nederland gewoonlijk aan op het gewelf van het schip, viering of koor, op de triomfboog van de kerk tussen schip en koor en een aantal maal ook op de noordwand van het koor. Dat wij het Laatste Oordeel in de St.-Jan tegenkomen op de westwand | 107 |
|
van de kerk is uitzonderlijk en geenszins gebruikelijk.134 Op deze plaats was de schildering natuurlijk wel duidelijk zichtbaar voor de gelovigen bij het verlaten van de kerk en een duidelijke vermaning bij het weer naar buiten gaan naar de alledaagse 'boze' wereld. | 108 |
Paul le Blanc, Kerk in kleur (2002) 107-108
|
Op de torenmuur achter het orgel zijn in 1980, tijdens het demonteren van de orgelkas, overblijfselen van een zwaar verminkte en grotendeels geheel verdwenen schildering aangetroffen: grijze, groene en rode kleurfragmenten, een aantal naakte menselijke gestalten zittend of opstaande in wat vrijwel zeker als sarcofagen te duiden is, zodat het hier de resten van een voorstelling van het Laatste Oordeel betreft. De stijl en schaduw-arcering van de mensfiguren is dezelfde als die van de naakte lichamen in de decoratie van het schipgewelf: het kan dus om een tafereel uit het begin van de 16de eeuw gaan, toen tegen deze muur een 15de eeuws orgel, veel kleiner dan dat van Hendrik Niehoff (1538) stond. Het tweede orgel is in de brand van 1584 verloren gegaan en in 1617-1618 door het huidige vervangen, dat geen zicht op schilderingen overlaat. Een opschrift in rode verf met grove letters en cijfers: anno 1689, dichtbij het gewelf, op deze muur, zal met de schildering niets te maken hebben, wellicht is het tijdens een of andere werkzaamheid aan het orgel hier op de muur geklad. | 321 |
C. Peeters, De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch (1985) 321
Paul le Blanc, Kerk in kleur (2002) 107-108
C. Peeters, De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch (1985) 321