afb. G.Th. Delemarre, september 1957

151. Rutger van Berkel, 1575

steensoort: maaskalksteen
maten: 145 x 245 cm
locatie: schip

Rond 1900 moet deze opvallende figuurzerk in renaissance-stijl nog veel details hebben getoond die nu zijn verdwenen. Het oppervlak is afgesleten en de inscriptie en het wapen linksboven zijn geheel verdwenen, evenals de kapitelen en de onderzijden van de zuilen.
In een verdiept middenveld zien we twee bogen rustend op een vrijstaande middenzuil en twee halve zuilen aan de zijkanten. De zuilen zijn gecanneleerd, hadden Korinthische kapitelen en versierde onderstukken rustend op hoge postamenten. De bogen zijn weergegeven als gemetseld van steen. Onder de bogen zijn een ridder en zijn vrouw afgebeeld, staande op een perspectivisch afgebeelde tegelvloer met hun hoofd op een kussen met hoekkwasten en aangebracht tegen een schelpnis. De handen van beide figuren zijn gevouwen in gebed. De man is gekleed in gepantserde beenbeschermers met kniekappen en in een dubbel vest met versieringsranden, het bovenste met korte mouwen. Achter hem is zijn zwaard te zien en op de grond naast zijn voeten liggen zijn helm met opgeklapt vizier en helmveer en zijn gepantserde handschoenen. De vrouw is gekleed in een lang gewaad met, nog nauwelijks zichtbaar, een ceintuur die in het midden naar beneden afhangt en met sierranden bij de polsen ende hals. Hieroverheen draagt zij een mantel die over haar schouders naar beneden valt en bij de hals wordt vastgehouden door een bandje. Hij is blootshoofds, zij draagt een kap met sierrand die een gedeelte van het haar vrijlaat.Boven de bogen zien we twee gezeten engelenfiguren met vleugels die met hun ene hand het schild in het midden vasthouden en met hun uitgestrekte andere hand een palmtak. Zij zijn gekleed in een ruimvallend gewaad met korte mouwen en een band van de buitenste schouder neerhangend naar het middel. De goed weergegeven maar wat verlengde en ietwat stijve figuren maken van de zerk een geslaagd product, dat Smits ten zeerste aansprak (‘in voorname houding, in kalme overgeving en berusting in Gods wil’) en dat hij mijlen ver verkoos boven bijvoorbeeld de zerk van Dirck Pelgrom en vrouw (zie zerk 164) met de halfnaakte lichamen van dode personen. De gecombineerde weergave van liggen en staan is nog middeleeuws; de details van architectuur en kleding zijn renaissancistisch.
De grafzerken van de Sint-Jan te 's-Hertogenbosch II (2010) 415
Le Grand Théâtre
39
Le Grand Théâtre Sacre' de Brabant, Tom. II. Part. II. (1734) 39
Smits (8)
HIER LEET BEGRAVEN JONCHEER
RUTGHER VAN BERKEL,
HEER VAN NUENEN, TONGELRE, STERF ANNO 1575,
DEN 19 DECEMBER, ENDE JOFFROUW
LIEVINE VAN COUDENHOVE,
SIJN HUISVROUW, FILIA HEER
JANS, RIDDER, HEER VAN GENTBRUGGE.



Grootte van den grafsteen: 2,45 bij 1,45 Meter.
Vergelijk Taxandria, vijfde jaargang, 1898, bl. 15-19.
De onder no 8 afgebeelde grafsteen is wel een der fraaiste typen in zijn soort. In den deftigen vroeg-renaissance stijl (genre Henri II) uitgevoerd, is vooral de behandeling der menschelijke figuren opmerkingswaardig. In voorname houding, in kalme omgeving en berusting in Gods wil, rusten zij eerbiedig met gevouwen handen en zacht op de hoofdkussens.
In de XVIIe en XVIIIe eeuw vooral komen voor die deftige berusting de walgelijkste voorstellingen van in ontbinding verkeerende lijken in de plaats. Twee engelen dienen voorts als tenanten, terwijl eindelijk de tournooihelm en de gepantserde handschoenen van den jonkheer aan zijne voeten neerliggen.
C.F.X. Smits, De grafzerken in de kathedrale Sint Janskerk van 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 1912) 13-14
Van Epen
20
De Wapenheraut (1897) 20
Artikelen
1897

D.G. van Epen

Eenige grafschriften
De Wapenheraut (1897) 20
 
1898

Sasse van Ysselt

De kastelen van Coudenhove en het Hof
Taxandria 5 (1898) 15-19
 
2010

Jan van Oudheusden en Harry Tummers (red.)

151. Rutger van Berkel, 1575
De grafzerken van de Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : II Schip (2010) 415
 
Afbeeldingen

2008
     
Literatuur en bronnenpublicaties

Taxandria (1898) 14a

n: vermelding in een voetnoot