|
In het centrale veld van het timpaan zetelen vier grote beelden, geflankeerd door engelen. Deze beelden waren allemaal nog redelijk goed bewaard tot de restauratie in de negentiende eeuw. Direct links naast het centrale baldakijn is koning David weergegeven. David zit op een troon die duidelijk soberder is vormgegeven, zonder veel ornamenten, dan de troon van zijn vrouw Abigaïl ernaast. De rug bevat eenvoudig traceerwerk waarboven een kam en de armleuningen zijn voorzien van gotische kolonetten. De bebaarde koning draagt een kroon en heeft een harp in de rechter hand. Met de linker hand maakt hij een bijna zegenend gebaar. De figuur is in exact dezelfde houding weergegeven als het originele beeld en ook de plooival | 49 |
|
van de mantel is gekopieerd, zo valt op te maken uit de oude tekeningen. De harp is op de tekening van De Jong niet te zien, maar de gebroeders Donkers tekenen wel een voorwerp met dezelfde schuinte als de harp. Koning David is een belangrijke figuur uit het oude testament. Verschillende profeten hierin voorspellen dat de Messias een afstammeling van koning David zou zijn. Hij zou een verre voorvader van Jozef van Nazareth | 50 |
|
zou zijn. Maar ook Maria zou volgens het evangelie van Lucas (hoofdstuk 3). een nakomeling van David zijn. Hierdoor draagt Jezus mede de titel “Zoon van David”. Het originele beeld is helaas niet behouden gebleven. In de collectie van de bouwloods is wel een gipsen model op halve grootte bewaard.27 Bij het gipsmodel is de linker hand van David afgebroken. | 51 |
| Noten | |
| 27. | Bouwloods i-597. Koldeweij 1989, 42-44. |
Ronald Glaudemans, Het noordtransept : Bouwhistorische documentatie (2010) 49-51
Ronald Glaudemans, Het noordtransept : Bouwhistorische documentatie (2010) 49-51
J.C.A. Hezenmans, De St. Jans-kerk te 's Hertogenbosch (1866) 111
A.M. Koldeweij, 'De expositie in de Bouwloods, verantwoording en catalogus' in: De Bouwloods (1989) 42, 45
A.M. Koldeweij, De transeptportalen (1983) 34