Functionarissen Sint Jacob

Pastoors

Archief
Pastoors
1570

Hieronumus van Verle (Verlenius)

's-Hertogenbosch - Haarlem 17 augustus 1586

Deze eerste pastoor was of wel te Verle bij Averbode of te 's Bosch geboren. Waarschijnlijk liet van Verle de pastoreele zorg aan een vicecuratus of kappellaan over, zoo als er tot 1579 twee genoemd worden. Deed afstand.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 168; Schutjes IV (1873) 325, 409.
 
1579

Joannes Colen

Someren - 6 mei 1580

Colen bediende de kerk op het kasteel te Antwerpen, toen deze stad, destijds het broeinest der sectarissen, aan hunne willekeur was overgeleverd. Men verdreef de priesters uit Antwerpen en wierp den moedigen Colen in den kerker, waarop zijn verbanning volgde. Met vreugde werd de geloofsheld te 's Bosch ontvangen en den tweeden zondag van den Advent ten jare 1579 tot pastoor van St. Jacob aangesteld, welke parochiekerk eenigen tijd door de hervormden was ingenomen; doch een besmettelijke ziekte sleepte weldra den ijverigen priester in den jeugdigen leeftijd van 36 ten grave.
Literatuur
H. Bots, J. Matthey, M. Meyer, Noordbrabantse studenten 1550-1750 (1979) 433; J.A. Coppens II (1841) 168; Schutjes IV (1873) 325-326.
 
1580

Joannes Havens

's-Hertogenbosch -

Het doopregister zwijgt over de jaren 1580 tot 1584, wannneer pastoor Havens den 1 januarij een nieuwe register begint, waaruit blijkt dat er in 1592 vele kinderen uit de omliggende dorpen in St. Jacob gedoopt zijn.
Verplaatst naar 's-Hertogenbosch (peblaan St. Jan), 1594
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 169; Schutjes IV (1873) 326.
 
1594

Joannes Emouts

Veghel - 25 februari 1610

Emouts kreeg den 21 october 1602 eene prebende in het kapittel van St. jan, doch verleende den 21 februarij 1608 zijn toestemming in het vernietigen dezer kanunniksdij, waarvan de inkomsten aan hem en aan zijne opvolgers verbleven. Hij stichtte daags voor zijn afsterven drie beurzen. Emouts werd in 1608 vicarius perpetuus.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 169; Schutjes IV (1873) 326.
 
1610

Balthasar Walravens

's-Hertogenbosch - 1642
1630

Everardus van Ravesteyn

's-Hertogenbosch - 19 augustus 1642

Zie over van Ravesteijn officiaal des bisdoms, Deel II. 22.
Als kanunnik kon van Ravesteijn te 's Bosch verblijven en zijne jaarwedde genieten, doch moest zich van de openbare uitoefening der Godsdienst onthouden, wat niet belette dat hij te sluik de noodige pastoreele functi n verrigte, de overige bediening der parochianen aan de zich schuil houdende priesters overlatende.
Literatuur
H. Bots, J. Matthey, M. Meyer, Noordbrabantse studenten 1550-1750 (1979) 585; J.A. Coppens II (1841) 169; Schutjes II (1872) 22; IV (1873) 275, 278, 327.
 
1641

Joannes van der Meulen (deservitor)

ca 1590 -

Pastoor Everard van Ravesteijn droeg in 1641 de deservitura der parochie aan van der Meulen nonnenrector op den Windmolenberg op; deze deftige priester, in 1618 pastoor van Megen, staat in het trouwregister van 1641 tot 24 mei 1645 vermeld.
Literatuur
Ferd. Franssen e.a., Bossche Bijdragen (1917) I. 105; H. Bots, J. Matthey, M. Meyer, Noordbrabantse studenten 1550-1750 (1979) 511; J.A. Coppens II (1841) 169; Schutjes IV (1873) 327.
 
1644

Leonardus Janssen Boy (ord. praed.)

Zierikzee - 21 februari 1663

Van 1644 tot 1741 hebben de predikheeren als pastoorsdeservitoren, met eene kortstondige onderbreking, steeds de parochie van St. Jacob bediend. Leonarus Janssenboij was predikheer, verbleef na de overgaaf der stad verkleed te 's Bosch en staat reeds den 30 augustus 1630 in het doopregister van St. Jacob vermeld. Drie broers van Leonardus hadden het ordekleed van den H. Dominicus aangenomen en staan door hunnen ijver en geleerdheid zeer gunstig bekend ...
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 169; Schutjes IV (1873) 327-328.
 
1663

Mathias van Susteren (ord. praed.)

's-Hertogenbosch - 10 december 1672

Pater van Susteren was reeds in 1643 als deservitor in St. Jacob werkzaam.
Literatuur
H. Bots, J. Matthey, M. Meyer, Noordbrabantse studenten 1550-1750 (1979) 677; J.A. Coppens II (1841) 170; Schutjes IV (1873) 328.
 
1672

Amandus van de Waerden (ord. praed.)

Mechelen 8 juni 1682

Deze predikheer had de belangen des kloosters te Gemert als vicarius behartigd, werd na zijnen werkkring te 's Bosch zielbestierder der nonnen te Brugge en stierf als prior te Mechelen den 9 junij 1682.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 170; Schutjes IV (1873) 328.
 
1674

Petrus van den Bossche (ord. praed.)

Mechelen ca 1634 - Mechelen 19 maart 1690

Van den Bossche, den 19 maart 1653 als predikheer geprofest, was vele jaren te Woensel werkzaam alvorens de pastoreele zorg van St. Jacob te aanvaarden. Als een ijverig missionaris trachtte hij de geloovigen tegen de dwaalleer te wapenen en liet een cathechismus onder den naam van den catholijcken Pedagoge in 1685 te Antwerpen drukken, waarop zijne verbanning uit 's Bosch volgde. Hij werd later prior en diffinitor en stierf te Mechelen den 19 maart 1690.
Toen van den Bossche de stad moest verlaten, werd de predikheer Joannes van Bilsen als zijn opvolger aangewezen, doch de vicarius apostoliek de Basserij verleende aan dezen deftigen predikheer de institutie niet, welligt om de verbittering der protestanten niet verder op te wekken, en belastte met de zorg over de parochie Jacobus van St. Truiden, capucijn-missionaris in de bidplaats achter den Boerenmouw, op wien twee seculiere priesters gevolg zijn, alvorens van Bilsen in 1690 zijne aanstelling kreeg.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 170; Schutjes IV (1873) 328.
 
1685

Jacobus van St. Truiden (o.f.m. cap.)

St. Truiden - 12 juni 1702

Deze vermaarde Capucijn werd deken der stad en ook van het district Bommel 1682, van de dekenaten Orthen 1692, van Oss 1693, van Heusden 1695 en van Geertruidenberg omtrent het jaar 1699, en bediende in 1685 kortstondig de parochie St. Jacob. Er bestaat van hem een omstandig verhaal over het dekenaat der stad, dat uit de aanteekeningen van den vicarius van den Leemputte afgeschreven, doch niet geheel voltooid is. De ijverge pater, door iedereen bemind stierf den 12 junij 1702 en werd te Velp midden in de kloosterkerk der capucijnen begraven.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 170; Schutjes IV (1873) 297, 328.
 
1687

Judocus Tibosch

's-Hertogenbosch -

Judocus seculier priester was reeds in 1685 te 's Bosch en doopte den 22 julij 1685 namens den pastoor-capucijn; hij schijnt slechts als deservitor op te treden.
 
1688

Petrus Tibosch

's-Hertogenbosch -

Deze seculiere priester had eene nieuwe bidplaats geopend in het huis ziner tante, weleer door het uithangbord de Druif bekend, nam daarin de belangen der geloovigen met ijver waar, doch zag zijne kerk weinig bezocht, waarop hij krachtens hoogere zending als pastoor de bidplaats van St. Jacob innam en met predikheer Jan van Bilsen beurtelings de diensten verrigtte. Deze toestand scheen ook aan Tibosch niet te behagen, die in 1690 naar de Hollandsche missie overging.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 170; Schutjes IV (1873) 328-329.
 
1690

Joannes van Bilsen (ord. praed.)

's-Hertogenbosch -

Van Bilsen verheugde zich, dat in augustus 1690 het deservitorschap der parochie St. Jacob wederom door den vicarius Basserij met de missie der predikheeren werd hereenigd. Deze pater, die vele jaren met vrucht te 's Bosch werkzaam was geweest, werd na den dood van den deken Jacobus van St. Truiden met algemeene stemmen tot deken van 's Bosch en ook van het district Orthen verkozen, en den 4 februari 1704 door den vicarius Petrus Govarts in die waardigheid bekrachtigd.
Nicolaus van Bilsen, broeder van Joannes, was predikheer en te Leuven hoogleraar in de Godgeleerdheid ( 20 januari 1739). Ook de deken van Bilsen was een groot godgeleerde, zooals blijkt uit zijn werk tegen het Jansenismus te Keulen in 1712 gedrukt, waartegen echter de predikheer Sebastianus Knippen, hoogleraar der Theologie te Keulen, een tegenschrift uitgaf, dat den 20 julij 1722 door den H. Stoel werd afgekeurd. Ten gevolge der beruchte zaak van Sophia Albrechts werden in 1705 de bidplaatsen der paters te 's Bosch gesloten, en poogde men den deken van Bilsen gevangen te nemen, wat niet gelukte, doch twee predikheeren zuchtten verscheidene jaren in den kerker. Eerst omtrent julij 1713 konden de paters, drie Jesuiten uitgenomen, hunne bediening openlijk hernemen.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 171; Schutjes IV (1873) 329.
 
1730

Jacobus Le Hardy (ord. praed.)

Het doop- en trouwregister, in 1632 door Hardij aangelegd, wordt door Coersel vervolgd.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 171; Schutjes IV (1873) 329.
 
1734

Thomas van Coerssel (ord. praed.)

21 januari 1740

Van Coersel had gedurende vijf jaren en drie maanden met ijver de parochie bestuurd.
Krachtens een besluit der Staten van 12 maart 1731 moesten de tien bidplaatsen te 's Bosch tot vijf worden verminderd. Door den dood van den predikheer van Coersel trof dit lot de bidplaats van St. Jacob. De parochianen van St. Jacob, tijdelijk verzorgd door een predikheer uit de bidplaats in de Kerkstraat, verkregen eene nadere resolutie der Staten van 7 julij 1741, waarbij bepaald werd de bidplaats van St. Jacob weder te openen en de bidplaats in de Verwerstraat, die in de Putstraat uitgang had, te sluiten.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 171; Schutjes IV (1873) 329-330.
 
1740

Hyacinthus Spijkers (ord. praed.)

's-Hertogenbosch - 1770

Deze predikheer uit de Kerkstraat nam kortstondig de zorg over de parochie St. Jacob op zich; hij stierf als rector in de Kerkstraat in 1770.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 172; Schutjes IV (1873) 330.
 
1741

Adrianus van Engelen

's-Hertogenbosch -

Van Engelen, seculier priester, zag krachtens bovenaangehaalde resolutie der Staten zijne bidplaatst in de Verwerstraat in 1741 sluiten, aanvaardde hetzelfde jaar den 22 julij de herderlijke zorg over de parochie St. Jacob, en kreeg weldra een kapelaan. In de lijst van pastoors vermeldt Coppens in 1746 den priester Cools van Diessen, die in het kerkarchief of in de kerkregisters niet gevonden wordt.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 172; Schutjes IV (1873) 330.
 
1746

Cools

Diesen -

In de lijst der pastoors vermeldt Coppens in 1746 den priester Cools van Diessen, die in het kerkarchief of in de kerkregisters niet gevonden wordt.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 172; Schutjes IV (1873) 330.
 
1748

Andreas Aerts

Lommel 10 november 1714 - Schijndel 13 augustus 1790 (75)

1763

Georgius Ludovicus Suyskens

's-Hertogenbosch - 2 augustus 1782

Suyskens was in 1749 kapellaan van St. Jacob.
Literatuur
J.A. Coppens II (1841) 172; Schutjes IV (1873) 330.
 
1782

Leonardus van Herck

's-Hertogenbosch - 's-Hertogenbosch 4 juni 1803

1803

Gerardus Constantinus Molemakers

Stratum 31 juli 1757 - 's-Hertogenbosch 25 januari 1837 (79)

1837

Petrus Jacobus Minoretti

's-Hertogenbosch 18 januari 1791 - 's-Hertogenbosch 6 augustus 1866 (75)

1837

Petrus Kemps

Leende 14 juli 1800 - 's-Hertogenbosch 30 oktober 1879 (79)

1874

Petrus Verhoeven

Berlicum 28 april 1830 - 's-Hertogenbosch 5 maart 1895 (64)

1895

Cornelis Carolus Prinsen

Aarle-Rixtel 28 maart 1852 - 's-Hertogenbosch 2 maart 1941 (88)

1936

Petrus Josephus Alphonsus Maria (Piet) van Grinsven

's-Hertogenbosch 11 augustus 1887 - 's-Hertogenbosch 5 maart 1939 (51)

1939

Franciscus Joannes (Frans) Noyons

's-Hertogenbosch 18 december 1893 - Boxtel 10 november 1978 (84)

1963

Michael Lambertus Maria Teulings

's-Hertogenbosch 14 oktober 1915 - Zwitserland 28 augustus 1980 (65)

Literatuur en bronnenpublicaties

J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom van 's-Hertogenbosch 2 (1841) 165-174

L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's Hertogenbosch 4 (1873) 325-331

n: vermelding in een voetnoot