|
Orde van reguliere geestelijken, s.j. societas Jesu, gesticht door Ignatius van Loyola in 1534; in 1540 door de paus goedgekeurd. Aan het hoofd staat een generaal, bijgestaan door vier generale en elf regionale assistenten. Vanaf het begin legde deze orde zich o.m. toe op het missiewerk; de Jezuïeten hebben door hun wetenschappelijke arbeid steeds grote invloed gehad op het onderwijs. Al spoedig werd begonnen met het stichten van colleges, ook in Noord-Brabant: in 1611 te 's-Hertogenbosch, die tot de inname van de stad in 1629 is blijven bestaan en 600 tot 700 studenten heeft geteld; en in Breda waarvoor in 1574 al plannen bestonden. Dit college werd in 1625 opgericht en bleef bestaan tot 1637, toen Breda werd overgegeven. Toen Frederik Hendrik de stad innam, moesten de geestelijken Breda verlaten. | 272 |
Encyclopedie van Noord-Brabant 2 (1985) 272-273
|
Al in 1577 werd door de Bossche kanunnik Johan Brants bij testament een huis in de Peperstraat vermaakt aan de Jezuieten, voor het geval ze in de stad zouden komen. Zijn voorbeeld werd door andere gevolgd. Doch pas twee maanden na de afkondiging van het twaalfjarig bestand in 1609 waren de omstandigheden gunstig genoeg voor de vestiging in onze stad, waar bisschop Masius deze contrareformatorische orde graag zag komen om door de stichting van een college de taak van de in verval zijnde latijnse school over te nemen. Ze verwierven met steun van de Aartshertogen en de stad gebouwen aan de Verwersstraat, Mortel en Waterstraat. Aangezien het archief van het Jezuietencollege bewaard is gebleven zijn vele gegevens over de Jezuieten en hun college te vinden in: Inventaris van het archief van het Jezuietencollege (1609-1629) te 's-Hertogenbosch, door drs. G.J.W. Steijns, uitgave van het Rijksarchief in Noord-Brabant, Inventarisreeks nr. 17, 's-Hertogenbosch 1976. | 28 |
J.A.M. Hoekx, 'De Bossche kloosters tot aan de inname van de stad in 1629' in Bossche Bouwstenen VI (1983) 12-36
C.J. Gudde, 's-Hertogenbosch geschiedenis van vesting en forten (1974) 17
J.H. van Heurn, Beschrijving der Stad 's-Hertogenbosch (2022) 263, 266
J.A.M. Hoekx, 'De Bossche kloosters tot aan de inname van de stad in 1629' in: Bossche Bouwstenen VI (1983) 12-36
L. van de Meerendonk, Tussen reformatie en contra-reformatie IX (1967) 31, 70, 80, 150, 184
M.A. Nauwelaerts, Latijnse school en onderwijs te 's-Hertogenbosch tot 1629 XXX (1974) 1n, 8, 9, 12, 33, 34, 40, 62, 76, 79, 106, 110, 117, 157, 164, 174, 179, 187, 187n, 210, 255, 256, 259, 265, 274, 277, 278, 287, 288, 289, 290-309
A.F.O. van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch II (1975) 208-209
L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch (1876) IV. 416-425
Varia Historica Brabantica III (1969) 342
Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XVL 1893 ('s Gravenhage 1895) 170