Zusters Sociėteit van JMJ, van Jezus, Maria en Jozef

Deel II: “s-Hertogenbosch

1. Engelen, pensionaat: Onze Lieve Vrouw van Lourdes (1826-1862 en 1871-1953)

De vroegste geschiedenis van het moederhuis in Engelen is al eerder geschetst. (Deel I, par. 3 en 4). In 1826 werd hier een pensionaat gesticht voor jonge dames uit gegoede families. De prospectussen (rond 1850) van het pensionaat geven een inkijkje in de omvang van de leerstof op school. De volgende vakken worden onderwezen: de Christelijke lering, de Gewijde geschiedenis, het Lezen, het Schrijven, het Theoretisch en Praktisch Rekenen, het Boekhouden, de Hollandse taal, de Franse taal, de grondbeginselen der Letterkunde, de Briefstijl, de Aardrijkskunde en de vrouwelijke Handwerken. Ook voor lessen in de Hoogduitse en Engelse taal en de muziek bestond gelegenheid.
Het pensionaat bleef bestaan tot 1862, maar moest toen sluiten door financiėle nood gedwongen, vanwege besmettelijke ziekten en overstromingen. Het pensionaat raakte geļsoleerd in die winter. Het hele dorp stond blank, behalve de kerk en het pensionaat. Mčre Adrienne schreef bovendien in een brief dat het eigenlijk onmogelijk was om met 25 pensionaires in de behoeften van 50 zusters te voorzien. In 1862 was er sprake van enige tyfusgevallen en moest de vakantie vervroegd worden. Er zat uiteindelijk niets anders op dan het pensionaat te sluiten.1 JMJ maakte plannen om het moederhuis naar “s-Hertogenbosch te verplaatsen. Dat gebeurde pas in 1871, toen het nieuwe gesticht in de Postelstraat werd betrokken. Dat jaar werd ook het pensionaat heropend in Engelen en werd het opnieuw door tientallen dames bewoond. In 1875 kocht JMJ twee woonhuizen naast het pensionaat die ze verbouwden tot schoollokalen: het volgend jaar al werden een bewaarschool en meisjesschool geopend.
Er volgden nadien meer uitbreidingen; in 1909 ontwierp architect A. Pijnenburg een nieuwe bewaarschool en meisjesschool, ook toegankelijk voor de dorpskinderen. In 1918 werd begonnen met mulo-onderwijs en dan telt het pensionaat bijna honderd leerlingen.2 De nonnen bedienden ook een bewaarschool en lagere meisjesschool voor de kinderen uit het dorp Engelen.
Het eeuwfeest van het pensionaat O. L. Vr. v. Lourdes der Zusters v.h. Gezelschap van JMJ werd in 1926 uitbundig gevierd. In die tijd bleek dat de naast het pensionaat gelegen Lambertuskerk, die dateerde uit 1830, in Waterstaatsstijl gebouwd, te klein werd. Vooral vanwege het grote aantal van 85 pensionaires. In 1933 is op de zelfde plaats een nieuwe kerk gebouwd en ingewijd. (Graaf van Solmsweg 73-75, architect was H.M. de Graaf). Tijdens de oorlog is het onderwijs doorgegaan, met de onvermijdelijke ontberingen, maar in september 1944 werden de pensionaires naar huis gestuurd. Het pensionaat werd een toevluchtsoord voor evacués. Dat was niet naar de zin van de Duitsers en eind oktober vluchtten velen de polder in, richting Vlijmen. Door de nood gedwongen wilde een groep weer terug naar Engelen, maar kwam onder granaatvuur te liggen, zes nonnen en tien burgers werden gedood.
Acht jaar na de oorlog, in 1953, werden de communiteit en het pensionaat opgeheven. De belangstelling voor meisjesinternaten was sterk afgenomen. Van 1826 tot 1862 en van 1871 tot 1953 was er zeer verdienstelijk werk verricht, nu kwam er een eind aan. Het complex werd verkocht. Een “Blindenpension“ werd er gehuisvest, dat was een tehuis voor 50 ą 60 blinde vrouwen die er een werkplaats hadden om zoveel mogelijk in het eigen onderhoud te voorzien. Toen de BLIZO (blindenzorg) eind jaren “60 naar de Steffenberg in Vught verhuisde, verpauperde het “hoge huis aan de Dieze“. In 1973 ging het over aan de gemeenste 's-Hertogenbosch, totdat twee bouwkundigen, de heren Paul Kooijman en Paul
1.A. Hendriks-Van Dinter, Pensionaat O.L.Vr. van Lourdes te Engelen 1826-1953, uitgave Heemkundekring Onsenoort 1987
2.Gedenkboek der congregatie van de zusters der H. Maagd Maria, genaamd het gezelschap van Jezus, Maria, Jozef, uitgave t.g.v. het honderdjarig bestaan 29 juli 1922 (1922) 33
1

Huddleton Slater het opkochten en begonnen met een reconstructie.1 De weduwe van Huddleton Slater, mevrouw M. Wijns, nam het voortouw tijdens de decennia durende verbouwingen. Sacristie, kapel, slaapzalen, spreekkamer en voorraadkelders zijn nog herkenbaar in de 6 appartementen die nu ingericht zijn in de vijf bouwlagen.

2. Kerkstraat 59, eerste huis in 's-Hertogenbosch-centrum (1841-1857)

Dit huis, de “Snuyfmolen“, was in 1833 eigendom van Adrianus Coppens. Het is het derde huis, richting Markt, gezien vanaf de Korte Putstraat. Eén van zijn dochters, Petronella Dymphna Coppens, erfde het in 1844. Zij was een - in 1829 - om privé redenen uitgetreden bij de Zusters van de Choorstraat. Ze bleef zich evenwel inzetten voor onderwijs aan arme meisjes en had in de Torenstraat een privéschooltje.
In het huis in de Kerkstraat 59, op een perceeltje van 329 m², had JMJ vanaf 1841 een klooster en schoolklassen. Petronella Coppens deed het in eigendom over aan JMJ, in 1857. In het kadaster staat de naam van de eigenaar: “Het Zedelijk Lichaam onder de benaming van Vereeniging van Vrouwen tot het geven van onderwijs“.
De “Kroniek van de Zusters van Tilburg“ gaat over de geschiedenis van deze Congregatie vanaf 1852 over de vestiging van een klooster in de Hinthamerstraat 164, (huis Ganzenpoort), in 's-Hertogenbosch. Daarin staat letterlijk over het jaar 1854 op pagina 15: “Maar de Zusters van Engelen, die destijds in de Kerkstraat (!) woonden, openden insgelijks eene bewaarschool voor meer gegoede kinderen en toen gelastte Monseigneur (Zwijsen) ons, eene taalschool te beginnen voor meisjes uit den burger- en netten stand.“2 Hieruit blijkt eens te meer dat Zwijsen, de oprichter van de Tilburgse Congregatie van de zusters van Liefde, ook al bekend was met de nonnen van Engelen en geen onenigheid wenste tussen beide congregaties en voor elk een eigen territorium wenste met gelijksoortige vormen van onderwijs en dezelfde doelgroepen.
Petronella Coppens had met enige wrevel de congregatie van de zusters van de Choorstraat, (Dochters van Maria en Jozef), verlaten. Ze steunde daarna met grote vastberadenheid beide andere grote zustercongregaties in de stad. (van JMJ en van “Tilburg“). Het huis in de Kerkstraat werd vanaf 1841 door JMJ betrokken en er werd een nieuwe school voor burgerkinderen geopend, onder leiding van soeur Marie Thérčse Buissink. Ze had kort tevoren onderwijsexamen gedaan in 's-Hertogenbosch, in de vakken Nederlands, Frans en Duits. De stichting begon snel te groeien onder haar capabele leiding. Van de vijf novicen die in 1842 intraden in de congregatie gingen er dan ook vier naar dit huis. Het werd een particuliere elite-school, geen liefdegesticht. Dit was de beslissing van de apostolisch vicaris van “s-Hertogenbosch de Heer Den Dubbelden. Hij redeneerde dat de nonnen van de Choorstraat al liefdewerk deden in de parochie van Sint Jan. Na de dood van Den Dubbelden in 1851 kreeg de JMJ meer armslag: een eigen huiskapel werd in gebruik genomen. Met de scholen ging het goed: in 1855 kwam er een zondagsschool voor godsdienstles bij. In 1856 waren er 90 externe leerlingen. Voor de godsdienstles kwamen 152 kleuters en 110 kinderen opdagen.
De “Zusters van Engelen“ bleven van 1841 tot 1857 aanwezig in het huis in de Kerkstraat. Het had ook een achteruitgang in de Putgang en er waren verschillende klaslokaaltjes. Daarna verkochten ze het aan het Departement der Maatschappij tot Nut van het Algemeen.3

3. Postelstraat 18 in “s-Hertogenbosch (1857-1976) moederhuis van 1871 tot 1899

Al gauw bleek het huis in de Kerkstraat te klein. Daarom werd in de Postelstraat in 1857 de herberg Oud-Keizershof verworven, waarachter open terreinen lagen die tot aan de stadswallen reikten. Het werd door de congregatie aangekocht voor ƒ 10.118,37 incl. de
1.Jac.J. Luyckx, 'Het hoge huis aan de Dieze' in: Bossche Bladen 3 (1999) 74-77
2.Ton Vogel, Zusters van Liefde, van O.L. Vrouw, Moeder van Barmhartigheid, uit Tilburg, 2014
Zie passage uit de kroniek in de: Bossche Encyclopedie
3.Met dank aan Nico Koppers, kadasterdeskundige.
2

overdrachtskosten enz. De verbouwing kostte nog zo“n ƒ 3000,-. Er moest veel geleend worden en men was, zoals steeds, aangewezen op giften. Het huis in de Kerkstraat 59 bracht ƒ 5350,- op.
Het logement in de Postelstraat stond op de plaats waar vanaf 1258 onder andere een refugiehuis had gestaan van de Norbertijner abdij van Postel (B). Met een uithof, een soort stadsboerderij. Vanaf 1475 werd het complex verhuurd onder de voorwaarde dat in tijden van nood de monniken er hun toevlucht konden zoeken. Dit “thuis van Postel“ werd in 1614 geschonken aan de Kapucijnenorde die zich drie jaar eerder in de stad gevestigd had. De Kapucijnen lieten het huis voor wat het was, dat was niet veel, en bouwden met subsidie en een schenking van 3000 stenen een kloostertje en kerkje. Ze verwierven nog meer grond, vanaf de huidige Capucijnenpoort tot aan de Berewoutstraat toe. De Kapucijnen verruilden ook het voormalige refugiehuis tegen een perceeltje grond en kregen toegang tot de rivier de Dieze. In 1629 veranderde alles, de stad was ingenomen door de vijandige regering in Den Haag en de Staat verkocht het geconfisqueerde klooster aan particulieren. Vanaf 1700 werd de kerk als bierbrouwerij gebruikt en de kerktoren werd afgebroken. Het voormalige refugiehuis - intussen “Het Keizershof“ geheten - kwam later in handen van Jacob Sassen en die maakte er, met het aangrenzend perceel een logement van, dat hij onder de naam van “Oud-Keizershof“ exploiteerde vanaf het midden van de 18e eeuw.
JMJ kocht dit gebouw in 1857 en richtte het in als zusterhuis en school. Rond 1870 werden de terreinen van het voormalige Kapucijnenklooster toegevoegd en daarop verrees het nieuwe moederhuis. Het “Oud-Keizershof“ werd gesloopt en er werden scholen gebouwd. In de zomer van 1871 kwamen de novicen en geprofeste zusters vanuit Engelen naar de Postelstraat. Het nieuwe moederhuis werd later Sint Ignatiusgesticht genoemd, naar de stichter van de jezuļetenorde, waartoe Matthias Wolff had behoord. Het spirituele leven van de nonnen werd steeds gevoed door de “Geestelijke Oefeningen“ zoals ze door Ignatius van Loyola waren beschreven. De kapel werd genoemd naar de H. Ignatius. Tot 1899 bleef het Ignatiusgesticht het moederhuis van de congregatie, daarna kwam het in het nieuwe hoofdgebouw van het klooster Mariėnburg aan de Sint Janssingel.
In 1910 werd in de Postelstraat het ernaast gelegen huis “De Kroon“ gekocht, zodat de scholen konden uitbreiden. De lagere meisjesschool had zeven klassen en de mulo negen klassen. In 1936 zijn er in de Postelstraat een RK bewaarschool, RK Handelsschool voor meisjes, een RK Lagere school, RK Montessorischool, RK ULO-school en een RK-Vakschool. In 1967 hebben ook de Oostpriesterhulp, de SOS hulpdienst en andere organisaties hier onderdak. Er woonden 87 religieuzen in 1971.
In 1976 werden de kloostergebouwen en scholen gesloopt om plaats te maken voor appartementen, nadat archeologisch onderzoek is verricht in 1978. Het huidige appartementencomplex tussen het Lamstraatje en de Capucijnenpoort in de Postelstraat heet “Keizershof“.

4. Armenschool in de Berewoutstraat vanaf 1871 d.i. de Parochieschool of Liefdeschool

Een “armenschool“ voor meisjes was reeds in 1842 door pastoor J.H. Corstens van de parochie St. Cathrien opgericht, in de “Apostelstraat“, zoals de Postelstraat in die tijd wel werd genoemd. Het was een lokaal dat voor rekening van de pastoor was gehuurd in een huis dat eigendom was van de heer Hermans. Enige juffrouwen gaven daar tegen een vaste vergoeding les aan de kinderen. Van de ouders werd geen bijdrage gevraagd. De directrice was Mej. Antonette Mulders.1 In 1852 veranderde de situatie. Toen werd de herberg “Rust-Wat“, gelegen achter de parochiekerk, aangekocht door het parochiebestuur voor de som van ƒ 7081,07. De herberg werd ingericht als school en betrokken in 1853.
1.Registrum Memorale Parochiae St. Catharina Sylvaducis (Stadsarchief “s-Hertogenbosch)
3

Nadat de “Zusters van Engelen“ zich in 1857 in de Postelstraat hadden gevestigd, namen zij het onderwijs in de Rust-Wat over en werden de juffrouwen eervol ontslagen. De congregatie ontving ƒ 300,- per jaar aan onkostenvergoeding en salaris van het kerkbestuur. In 1865 werd dit bedrag verhoogd tot ƒ 450,-. Het kerkbestuurslid Ant. Smits was het hiermee oneens en diende zijn ontslag in.
In 1869 kwam er een nieuwe pastoor, A.W.D. Kuppen, die meteen een bewaarschool voor arme kinderen, zowel jongens als meisjes, oprichtte. En ook een lagere school voor arme jongens. De meisjes verhuisden naar de Postelstraat en de jongens kwamen in de voormalige herberg Rust-Wat. De nonnen hoefden nu niet meer vier keer per dag over straat, hetgeen men minder passend vond. Ze zouden op de meisjesschool en de bewaarschool het onderwijs verzorgen in geschikte lokalen in de Postelstraat, met aangepaste schoolbehoeften. Het kerkbestuur betaalde de schoolbanken en een vergoeding van ƒ 950,- per jaar.
Op dringend verzoek van pastoor Kuppen bouwde JMJ in 1871 voor eigen rekening de meisjesschool St. Catharina in de Berewoutstraat. Het kasboek van het kerkbestuur laat zien dat over het jaar 1873 nog twee keer ƒ 475,- betaald werd aan de “Nonnen van Engelen“. Deze armenschool telde na twee jaar al 362 leerlingen. Vanaf 1909 startte ook een patronaat aan deze armenschool, waar de nonnen gedurende de avonduren aan de schoolvrije jeugd les gaven in naaien, knippen, strijken en koken.1 De school voor meisjes uit arme gezinnen heeft tot 1923 bestaan.
Toen werd in dat gebouw een BLO-school gehuisvest. De zusters beschouwden het als hun taak de toekomst van zwakzinnige meisjes te verbeteren. In september 1923 startte de BLO-school St. Anna met 32 leerlingen, verdeeld over twee klassen. In 1929 moest dit schooltje verhuizen, vanwege de sloop van het gebouw in de Berewoutstraat. Het vond korte tijd onderdak in de voormalige ambachtsschool (in 1930) in de Keizerstraat. Later kwam het in het schoolgebouwtje aan het Julianaplein. (Zie hierna: paragraaf 8)
De R.K. huishoud- en industrieschool van JMJ kwam in een nieuw gebouw in 1931 op de hoek van Berewoutstraat/Sint Janssingel. (architect was heer S.L.A. Orie). Deze huishoud- en industrieschool is in 2002 gesloopt en heeft in 2003 plaats gemaakt voor wooneenheden, ontworpen door architect Gerard Derks.

5. Moederhuis Mariėnburg 1899-2015, Sint Janssingel

In 1895 was het aantal leden van de congregatie geklommen tot 1023, waaronder 64 novicen. En de prognose was dat er een nog sterkere groei zou volgen. Daarom werden er uitbreidingsplannen gemaakt voor het moederhuis in de Postelstraat. De vooruitziende blik bleek reėel: in het jaar 1900 bedroeg het aantal religieuzen 1249, in 1905 waren dat er 1448 en in 1910 al 1616, waaronder 57 novicen. Het moederhuis was ook een tehuis voor oude en ziekelijke zusters.
In 1880 was JMJ al in het bezit gekomen van een gedeelte van de tuin, die hoorde bij de sociėteitszaal “Zwartmakershof“ (die een uitgang had op de Uilenburg) en van enkele opstallen, gelegen aan de Westwal. (Dit deel van de Westwal heet vanaf circa 1900 Sint Janssingel). De sociėteitszaal zelf werd in 1896 gekocht, met een bijbehorend erf. De eigenlijke tuin van het “Zwartmakershof“ werd eigendom van oud-raadsheer Mr. F. van Lanschot. Daar kwam in 1894 de Van Lanschot“s-Stichting. Gesticht door Van Lanschot en zijn vrouw voor de huisvesting en verzorging van bejaarde vrouwen die tot het personeel van de familie Van Lanschot behoord hadden. De zorg werd verleend door de zusters van JMJ. In 1945 is de stichting opgeheven.
De zaal van de sociėteit grensde aan de tamelijk vervallen resten van het middeleeuwse klooster Mariėnburg. Een pakhuis, enige oude woningen en de nog in goede staat
1.Gedenkboek der congregatie van de zusters der H. Maagd Maria, genaamd het gezelschap van Jezus, Maria, Jozef, uitgave t.g.v. het honderdjarig bestaan 29 juli 1922 (1922) 30
4

verkerende voormalige kapel aan de Walpoort (toen nog een geniekazerne), stonden nog overeind. De kapel kon door JMJ in 1902 voor ƒ 14.000,- gekocht worden.1 De plannen voor nieuwbouw werden goedgekeurd door bisschop Wilhelmus v. d. Ven. Architect Jean Hubert van Groenendael uit Amsterdam kon aan de slag.2 Er werd ƒ 100.000,00 geleend bij particulieren, door de uitgifte van aandelen. In 1899 was het neogotische complex klaar, een kapel en het moederhuis van Mariėnburg.3 Het hoofdbestuur van JMJ en het noviciaat van de religieuzen zouden er zich vestigen. Het oude moederhuis aan de Postelstraat werd nu een onderhorig huis, met Sint-Ignatius als patroonheilige.
Het nieuwe moederhuis kreeg de naam “Mariėnburg“, verwijzend naar het middeleeuwse Franciscanessenklooster, dat in 1423 was gesticht. Het had aan de Walpoort een kapel, die dateerde van 1491. Het grootste deel van de oude kloostergebouwen die allerlei militaire bestemmingen hadden gekregen nadat de laatste nonnen in 1682 de stad hadden verlaten, werd in 1928 gesloopt. De middeleeuwse kapel aan de Walpoort bleef behouden.4 Het is een Rijksmonument.
In het jaar van de ingebruikname van Mariėnburg, 1899, telde JMJ 58 huizen in het land, met ruim 1200 religieuzen, werkzaam in onderwijs en zorg.
In 1896 kreeg de normaalschool, (in 1899 kweekschool geheten) voor de opleiding van onderwijzeressen een nieuw onderkomen. Er werd een vleugel gebouwd voor drie leslokalen en een studiezaal. Op de plaats van het huidige “haakgebouw“ uit 1929. Architect Charles Estourgie uit Nijmegen ontwierp naast het klooster uit 1899 een nieuwe kweekschool. Die kwam gereed in 1924. Op het binnenterrein kon in 1927-1929 weer een uitbreiding van het klooster voltooid worden voor de steeds grotere groep geprofeste zusters, novicen en postulanten. Refters, recreatiezalen, slaapzalen en een kapittelzaal kwamen tot stand in het haakgebouw.
Op de hoek Berewoutstraat/Sint Janssingel moest in 1929 de voormalige armenschool St. Catharina/BLO-school St. Anna gesloopt worden. De ruimte was nodig om de huishoud- en industrieschool te vestigen, die op het Julianaplein niet kon uitbreiden. Die huishoudschool werd in december van dat jaar ingewijd door bisschop A.F. Diepen.
In 1968 werd het internaat van de kweekschool opgeheven. Op de kweekschool zaten toen ongeveer 300 leerlingen, op de Huishoudschool Mariėnburg ongeveer 500 leerlingen (incl. de avondcursussen), op de Scholengemeenschap Priskilla ook zo“n 400 leerlingen en op de avondcursussen 200. Op de school voor buitengewoon onderwijs aan zwakbegaafden 145 leerlingen. Er zijn niet veel families in de stad die geen kinderen of nichtjes hebben gehad die “de Mariėnburg“ niet bezocht hebben.
Na de sloop in 2002 van de Huishoudschool bouwde Heijmans IBC Vastgoedontwikkeling daar 32 luxe appartementen en 10 stadswoningen. In de voormalige Kweekschool/Pedagogische Academie - daar werd de laatste les in 1999 gegeven - werd een 18-tal appartementen gerealiseerd, waarbij veel van de oorspronkelijke bouw van 1925 bewaard bleef. Onder architectuur van Gerard Derks van Derks-Stevens Architecten. In 2001 werden het klooster Mariėnburg uit 1899 en de kweekschool uit 1925 Rijksmonumenten.
Klooster en kapel worden in 2016 verkocht aan Kadans Vastgoed BV te Haaren (N.B.). Door deze projectontwikkelaar zullen de gebouwen worden verhuurd aan de Graduate School Data Science, een initiatief van Tilburg University en de Technische Universiteit Eindhoven.
1.Zuster Seraphine Gommers, En het zaad groeide op, geschiedenis van de congregatie der zusters van de H. Maagd Maria genaamd het gezelschap van Jezus Maria Jozef van af haar stichting in 1822 tot 1940, Moederhuis Mariėnburg “s-Hertogenbosch (1957) 154-157
2.Ton Vogel, 'De architecten Van Groenendael' in: KringNieuws 2 (2011) 12-13; 3 (2011) 8-10
3.Jac.J. Luyckx, 'Mariėnburg van verre zichtbaar, centrum van katholiek leven' in: Bossche Bladen 1 (2005) 9-12
4.Ton Vogel, Schuilkerken en hun bedienaren in “s-Hertogenbosch 1629-1811, Kring Vrienden van “s-Hertogenbosch (2010) 89-94
5

6. Sint Marthagesticht 1907-2000, Havensingel 26

In de nieuwe wijk “Het Zand“ in “s-Hertogenbosch was een parochiekerk nodig. Pastoor Gijsbertus van der Kant werd in 1902 belast met de bouw van de H. Leonarduskerk op de hoek van het Emmaplein/Halvemaanstaat/Brugstraat. Het werd een prachtig neogotisch gebouw van architect ir. J. Dony en was gereed in 1905. Er waren toen ruim 2000 parochianen.1 Tijdens de werkzaamheden logeerde de pastoor, als rector in het klooster van JMJ, op de Mariėnburg. De congregatie wilde de pastoor helpen door naast de kerk een meisjesschool te bouwen. De bouw hiervan begon al snel en kwam ook in 1905 klaar. Die startte met 133 leerlingen, aan het Emmaplein/Korte Havenstraat. De nonnen gaven les op de St. Leonardusschool. En ze woonden naast de school. Het bestuur werd gevormd door de Mathias Wolffstichting van JMJ tot 1985. Dan wordt het bestuur overgedragen aan de Sint Jan Stichting. De basisschool wordt “t Zand genoemd. In 1988 wordt de school gesloten en krijgen de gebouwen een andere bestemming.
In 1907 vestigde zich een communiteit van zusters naast de school. Het klooster werd onder de bescherming van St. Martha gesteld. In dat jaar kwam ook de “St. Marthavereeniging“ tot stand, voor patronaatswerk, en werd een volledige cursus huishoudonderwijs werd gegeven in de avonduren. Weer enkele jaren later, in 1911 bouwde JMJ aan de Havensingel een nieuw kloostertje, met een huiskapel. Er woonden 17 nonnen, die zorgden voor het onderwijs aan 235 meisjes op de lagere school, 220 kleuters op de bewaarschool en 74 meisjes van het patronaat. Allerlei cursussen konden door dames en zusters worden gevolgd in het zo genoemde St. Marthagesticht. Veel meisjes werkten in de omgeving in allerlei fabrieken in de nieuwe wijk en in het havengebied. De St. Marthaschool is in 1913 een modelschool voor huishoudonderwijs. Een opleiding tot lerares in het nijverheidsonderwijs hoorde daar ook bij. Deze opleiding werd in 1922 naar het Julianaplein overgebracht (zie paragraaf 8). In de vrij gekomen lokalen start de mulo. In 1927 wordt een derde verdieping op de school gezet en krijgen het klooster en de school elektrisch licht.
In 1936 wordt de sigarenfabriek van de buurman Mauritz Azijnman gekocht, aan de Korte Havenstraat/Havensingel. Het patronaatswerk werd in 1938 gestopt. Als de BLO-school op het Julianaplein in 1940 door de Duitsers wordt gevorderd, wordt het onderwijs aan de zwakbegaafde kinderen gegeven aan het Emmaplein.
De bloeiende scholen moesten op het eind van de Tweede Wereldoorlog op een andere locatie onderdak zoeken, de gebouwen werden op 26 oktober 1944 vrijwel totaal verwoest. Na vijf jaar, in september 1949, werden de herbouwde lagere school en muloschool geopend. Het nieuwe kloostercomplex aan de Halvemaanstraat/Emmaplein/Havensingel kwam tot stand in 1953. Toen werd ook de nieuwe kleuterschool ingezegend. In 1962 werden ook jongens toegelaten op de meisjesschool. Tijdelijk vond er ook de leraressenopleiding voor nijverheidsonderwijs onderdak. Er wonen dan zo“n 25 nonnen. Tussen 1980 en “85 fuseren de scholen met andere scholen en in 1990 draagt JMJ het bestuur over. De voormalige schoolgebouwen worden gebruikt door de Volksuniversiteit, een medisch centrum en een afdeling van het Koning Willem I college, de theateropleiding.
JMJ vertrok uit het klooster in het jaar 2000. De acht nonnen, van wie de jongste 74 jaar, verhuisden naar de kloosterhuizen in Boxtel en Heeswijk. Het klooster werd aan het Lilianefonds overgedaan dat er vanaf die tijd ontwikkelingswerk coördineert. Het voormalige kloostergebouw werd in 2013 gerenoveerd en aangepast aan de huidige kantoorfunctie van het Lilianefonds. In 2015 heeft ook de MIVA in het gebouw onderdak gevonden.2
1.Paul Calis, 'Sint-Leonardus, kerk en parochie' in: KringNieuws 5 (2005) 9-10
2.Miriam van Hove, Sint Marthaklooster, van klooster naar kantoor, interne uitgave Lilianefonds voor Open Monumentendag 12 september 2015
6

7. Hinthamerbolwerk 1 / Dageraadsweg 1-3, klooster Sancta Maria (1930-1987)

Pastoor Rudolf Barten bouwde in 1927 een parochiekerk aan het Hinthamerbolwerk. Aan het begin van een nieuwe wijk buiten de voormalige Hinthamerpoort, langs de weg naar Grave. De kerk werd toegewijd aan de heiligen Antonius van Padua en Barbara. In de volksmond ontstond de naam “Bartjeskerk“, verwijzend naar de naam van de pastoor. Hij vroeg al snel aan JMJ om de vestiging van een klooster en school, dicht bij zijn kerk.
Achter de kerk, in de bocht van de Aa, aan de Dageraadsweg 1-3, werd een terrein gekocht en in 1931 kon bisschop A.F. Diepen het klooster inzegenen, Sancta Maria. Evenals de St. Theresia kleuterschool, de St. Theresia lagere school en het patronaat. De scholen groeiden snel, in 1936 waren er 400 meisjes. Er werd een VGLO-opleiding toegevoegd, clubs ondergebracht, cursussen steno en typen gegeven en ook naai- en kookcursussen. Voor de jeugd werden schoolkampen georganiseerd. De zusters deden huishoudelijk werk bij bejaarden en ander sociaal werk. In 1967 woonden er nog 27 nonnen in het klooster die in de parochie pastoraal werk deden. Het bestuur van de school, de Mathias Wolffstichting van JMJ, werd eind 1970 overgedragen aan de Sint Jan Stichting. De directrice van de LAVO-school aan de Lagelandstraat 19, Zuster Ernst JMJ woonde in 1973 nog op het Hinthamerbolwerk.
De communiteit van JMJ is in 1987 opgeheven en het klooster en de scholen werden verkocht aan de woningbouwvereniging Beter Wonen. Die bouwde er seniorenwoningen. De Bartjeskerk werd in 1996 gesloopt, nadat ze twee jaar eerder al buiten gebruik was gesteld. De vrouwelijke bewoners in de omgeving hebben allemaal op de Theresiascholen gezeten, van bewaarschool tot huishoudschool en kennen nog veel nonnen bij naam en hebben goede herinneringen aan hen. Op het moment staat er nog één schoolgebouw, aan de Dageraadsweg, waar kunstenaars hun atelier hebben.

8. Klooster Oranje Nassaulaan 28/28a. Mariagesticht 1925-1931; school Julianaplein 2

De leraressen-opleiding voor het nijverheidsonderwijs aan het Emmaplein, daar gesticht in 1917, had meer ruimte nodig. De opleiding verhuisde daarom naar een gebouw aan het Julianaplein 2. Deze “R.K. Huishoud- en Industrieschool“ werd op 2 maart 1922 ingewijd. (Dit was het voormalig woonhuis uit 1908 van architect A. van Liempt). Dat kon maar een klein decennium duren, want in 1931 kwam de nieuwe Huishoud- en Industrieschool ter beschikking op de hoek Berewoutstraat/Sint Janssingel, na de sloop van de armenschool St. Catharina. (zie paragraaf 4).
Naast de school aan het Julianaplein woonde vanaf 1925 een kleine communiteit zusters. (Aan de Oranje-Nassaulaan 28/28a, in een boven- en benedenwoning). Ze gaven les aan die opleiding. Ze hoefden niet meer te pendelen naar Mariėnburg. Het huis was gebouwd in 1903 door de architecten K.C. Suyling en Zn. Deze communiteit, het Sint Mariagesticht, kon opgeheven worden in 1931, vanwege de verplaatsing van de huishoudschool naar de Sint Janssingel. (van architect S.L.A. Orie).
Julianaplein 2 werd na 1931 ingericht als BLO-school voor meisjes, de Sint Annaschool. In een fraaie, huiselijke omgeving. Deze school was in 1923 begonnen in de Berewoutstraat. Ze zat tijdens de sloop van dit gebouw in 1929 tijdelijk in de Keizerstraat in de voormalige ambachtsschool, voor ruim een jaar.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de school aan het Julianaplein geconfisqueerd door de Duitsers en was in gebruik als kantoor van de Ortskommandant. Na de oorlog werd het gebouw korte tijd benut als noodonderkomen van de muloschool. De mulo aan het Emmaplein was immers afgebrand. Vanaf 1945 was Julianaplein 2 ook in gebruik als kleuterschool. En na 1957 werd er weer de BLO-school voor zwakbegaafde meisjes gehuisvest. Nu heeft het een kantoorbestemming.
7

9. Vughterstraat 93

In 1934 heeft de congregatie van JMJ in de Vughterstraat een dubbel pand aangekocht om - na de sloop - een nieuwe behuizing voor de rectoren van Mariėnburg te bouwen. Na een
jaar was het huis gereed, voor de rector en conrector. Conrector J. Sicking (pr.) was in 1932 door de bisschop aangesteld, voor diensten in het klooster, bij postulanten en novicen. En voor het geven van godsdienstlessen aan de kweek- en huishoudschool. Rector Dekkers woonde al jaren in de Postelstraat. Nu het nieuwe rectoraat gereed kwam in de Vughterstraat 93 kon dit huis via een overdekt bruggetje over de Binnendieze met de tuin van Mariėnburg verbonden worden. Voor beide rectoren kwam er zo een snellere toegang tot de kapel en de scholen. Rector Dekkers heeft er lang gewoond, tot aan zijn overlijden.1 Vanaf 2016 zal dit huis gebruikt worden als het bestuurscentrum van de Nederlandse zusters.

10. “s-Hertogenbosch anno 1970: kleine woongroepen

In 1970 is de Congregatie nagenoeg 150 jaar oud. In onze stad zijn er vanaf de zestiger jaren nog grote kloostergemeenschappen, maar er wonen ook kleinere groepjes nonnen in woonhuizen. Zie de volgende opsomming.
Aan de Sint Janssingel 21 woonden in 1970 91 nonnen; aan de Sint Janssingel 19 woonden er 10 (sinds 1967); in de Postelstraat waren 86 zusters woonachtig, aan de Havensingel 26 woonden er 27; op het Hinthamerbolwerk 1 zo“n 25. Enkele nonnen woonden in huizen in de voormalige Jheronimus Boschstraat 2 (vanaf 1967), in de Lagemorgenlaan 94 en in de Havenstraat 11B. Van 1962 tot 2008 was in Vught, Jagersboschlaan 17, het generalaat gevestigd. Vanaf 1945 tot 2008 deed het dienst als retraitehuis en rusthuis van JMJ. De congregatie heeft al deze huizen verlaten.
1.Zuster Seraphine Gommers, En het zaad groeide op, geschiedenis van de congregatie der zusters van de H. Maagd Maria genaamd het gezelschap van Jezus Maria Jozef van af haar stichting in 1822 tot 1940, Moederhuis Mariėnburg “s-Hertogenbosch (1957) 319
8

Bronnen

Annélien van Kuilenburg: Ontwikkelingsvisie religieus erfgoed, uitgave Kring Vrienden van “s-Hertogenbosch 2011

Jan Smits: Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant, uitgeverij Veerhuis, Alphen aan de Maas, 2010



Plattegrond van Mariėnburg, gelegen tussen de Binnendieze en de Dommel, met diverse gebouwen, anno 2000. Walpoort, Uilenburg, Postelstraat en Berewoutstraat zijn aangegeven.


  • Plattegrond van Mariėnburg uit: Karin van Andel, Mariėnburg, klooster tussen Dieze en Dommel, 2012
  • Dank aan zuster Laetitia Aarnink voor haar aanvullingen en correcties.


Ton Vogel, december 2015