Riet Hilker
1e Schansstraat 65
Rotterdam
1e Schansstraat 65
Rotterdam
geboren 11 October 1926
Verslag geschreven op 17 Juli '45
Verslag geschreven op 17 Juli '45
J.M.J.
Verslag van Jo Hilker
Na een woelige drukke Septembermaand, waarin het huis veel evacué's opnam uit Kerkdriel, Velddriel en Rossum, kwam de maand October. De oorlog kwam steeds dichterbij. De stad Den Bosch lag al sinds 28 September voortdurend onder artillerievuur. Op 't kasteeltje hier in Engelen, tegenover onze pensionaat, aan den overkant van de Dieze komen de Duitschers.
22 October komt het vuren dichterbij; de Engelse troepen zijn nu aan de rand van Den Bosch gekomen en ons dorp wordt nu ook door granaten getroffen, vooral de nachten van 23, 24 en 25 October en tussenliggende dagen zijn heel erg. We blijven daarom niet op de slaapzalen, maar verhuizen naar het sousterrain, waar we in de verschillende vertrekken kermisbedden opslaan.25 October komt het gevaar al dichterbij.
Er komen steeds meer Duitsche soldaten hier aan. Ze eischen een kamer aan de achterkant van het huis en binnen enkele uren zijn ze geïnstalleerd. Omdat het steeds gevaarlijker wordt in huis te blijven - er zijn al veel ruiten en zelfs ramen uitgeslagen - gaat het noviciaat naar de kelder onder de kerk. We nemen onze vluchtzakken en ieder een wollen deken mee en installeren ons daar voor de nacht. We slapen weining: half zittend, half liggend op de kisten en stoelen gaat de nacht voorbij.
26 October. We blijven in de kelder; 't wordt gevaarlijk ergens anders te komen. De stemming onder de novicen is rustig en opgewekt; we zijn vol Gods vertrouwen. 's Morgens tegen 11 uur komt mijnheer Pastoor bij ons in de kelder met het H. Sacrament. We ontvangen allen de H.Communie. We zijn overgelukkig, 't zijn momenten, om nooit te vergeten.
's Middags krijgen we de Cenerale Absolutie. Er staan veel huizen in brand in 't dorp, andere zijn door granaten verwoest. Er zijn al enkele slachtoffers onder de bevolking.
In den morgen van 27 October komt een stroom Bossche vluchtelingen hier aan. Vreeselijk is het die honderden doodsbleke, onderkomen, beangstigde mensen te zien, die alles wat ze nog van hun huisbezittingen konden redden, met zich meevoeren.
Na 'n uur ongeveer - 't zal 10 uur zijn - komt het ontstellende bericht, dat heel Engelen moet evacueren naar Bokhoven en naar Ammerzoden.
Men raad ons echter aan dit niet te doen en liever naar Vlijmen te gaan. Voor 12 uur moeten we weg zijn. We maken ons klaar, biddend, de meeste doodsbleek; we pakken in, wat er meegenomen kan worden en trekken dan de poort uit, met de stroom vluchtelingen mee naar Vlijmen. De oude en zieke Zusters en die voor de huishouding en de verpleging nodig zijn, mogen blijven. We lopen als in een droom en bidden maar. Halverwege Vlijmen komen er twee Duitsche militaire moterrijders ons vertellen, dat we terugmoeten. We moeten naar Bokhoven gaan. Daar we echter de ernstige raad kregen, dit niet te doen, maakte we wel rechtsomkeer, maar bleven niet op de weg, maar liepen het veld in om - langs een omweg - toch naar Vlijmen te gaan. Als we enkele minuten door het veld hebben gelopen wordt Mère Berardine niet goed en kan niet verder. Daardoor wordt heel de stoet tegengehouden en besluit men eindelijk, dat Zr. Paula de leiding zal overnemen met Zr. Theodorico en dat Mère Bernardini met Zr. Joselina en Zr. Michel (novice) voorlopig in de polder zullen blijven. De novicen trekken nu verder naar Vlijmen en de drie achtergeblevenen zoeken een droge greppel op, verschansen zich achter een boschje en wachten zo de komende gebeurtenissen af.
