Jan van Vladeracken

? - 30 augustus 1532

 
Genealogie
 
Schuttelaars

Jan van Vladeracken

Literatuur
BEELAERTS VAN BLOKLAND, 'Van Vladeracken' in: Taxandria 13 (1906) 201; PB 109v; SP 1274 275r, 1276 6r; VAN SASSE VAN YSSELT, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch, alsmede hunne eigenaars of bewoners in vroegere eeuwen I-III ('s-Hertogenbosch 1911-1914) II 442, III 302, 313, 325; VAN SASSE VAN YSSELT, 'De heerlijkheid Geffen' in: Taxandria 37 (1930) 285; VAN SASSE VAN YSSELT, 'Genealogie der adelijke familie van Eyck' in: Bijdragen van het Provinciaal Genootschap van kunsten en wetenschappen in Noordbrabant 8 (1918) 27; VAN SASSE VAN YSSELT, 'Genealogie van het geslacht van Randerode genaamd Van der Aa en der daarvan afstammende familien' in: Taxandria 3 (1896) 181; VRTHEIM, 'Van Vladeracken' in: Taxandria 42 (1935) 123.
A. Schuttelaars, Heren van de raad. Bestuurlijke elite van 's-Hertogenbosch in de stedelijke samenleving 1500-1580 (Nijmegen 1998) bijlage 3
 
Veekens

Johan van Vladeracken, Heer van Nuland 1505-1519

door Martien Veekens

... Binnen de stad woonde zeker ryk, en by de burgery geacht Heer Jo. Johan van Vladerakken, Heer van Geffen ... schrijft mr. Johan Hendrik van Heurn in het eerste deel van zijn 'Historie der Stad en Meyerye van 's-Hertogenbosch' (pag. 449). Hij vertelt over een ernstig oproer ontstaan in 1525 onder de ambachtslieden. Johan van Vladeracken, die zich tegen de "zamenrottingen" stelde, "ondernam met de Burgers te spreken, en droeg hen voor, het gevaar, waar aan zy de geheele stad blootstelden, indien dezelve veroverd werd." In plaats van een opstand tegen de landvoogdes, Margartha van Oostenrijk, stelde Van Vladeracken voor om zich beter toch maar te onderwerpen, waarna de ambachtslieden overeenkwamen dat ze "in zwarte klederen, en bloot hoofds, ieder met eene brandende toorts van twee ponden in de hand, de Landvoogdes buiten de stad, tot aan den laatsten slagboom van de poort te gemoet zouden gaan, en aldaar op hunne knin vallen, en op het ootmoedigste van al het voorgevallene vergiffenis verzoeken."
Via moederszijde (Margriet van Best, dochter van Peter van Best in 1444 gehuwd met Margriet van Nuland) wordt Peter van Vladeracken in 1479 door Gerard van der Marck, heer van Arensberg, Heer van Empel en Meerwijk, beleend met het huis Nuland en de lage en middelbare heerlijkheid Geffen. Na zijn dood in 1504 komt de titel Heer van Geffen toe aan zijn jongere broer, Johan van Vladeracken.
In de winter van 1504/05 verblijft Filips de Schone met zijn vader Maximiliaan gedurende meerdere maanden in 's-Hertogenbosch. De Spaanse opvolgingsproblemen, die ontstaan na de plotselinge dood van zijn schoonmoeder, koningin Isabella van Castili, nopen Filips een dure reis naar Spanje te maken. Om daartoe het benodigde geld te verkrijgen, verkoopt hij ook enkele dorpen in de Meierij. Lambert Millinck koopt de heerlijkheid Vught; zijn makker in de strijd tegen de Geldersen, ridder Jan van Baexen, wordt per 25 oktober 1505 beleend met de lage, middelbare en hoge heerlijkheid Rosmalen. Johan van Vladeracken breidt zijn heerlijkheid Geffen uit met de heerlijkheid Nuland.
Zoals in Rosmalla (kwartaalblad van de Heemkundekring Rosmalen, april 1997) is te lezen, worden de heerlijkheden Vught en Rosmalen nog geen zes jaar later alweer ingelost door de stad 's-Hertogenbosch, voor wie de heerlijkheden in de directe omgeving een doorn in het oog zijn. De hertog zelf weet in 1519 Nuland weer aan zijn domeinen toe te voegen. Rosmalen en Nuland komen (zoals vr 1505) weer onder n bestuur, n schepenbank, genaamd Heze, tevens het grootste gedeelte van de Polder van den Eijgen omvattende. In 1630 wordt Nuland verpand aan Rudolf van Stakebroek en krijgt het een eigen schepenbank. Nadat Rosmalen en Nuland meer dan 300 jaar binnen Maasland lief en leed met elkaar hebben gedeeld, wordt de reeds tussen 1505 en 1519 beproefde scheiding in 1630 definitief. Een nieuw huwelijk zou Nuland pas weer bij wet van 27 februari 1992 aangaan, en wel met de 'oude vlam' Geffen

Kasteel van Geffen onder Nuland
Wellicht heeft Johan van Vladeracken, tijdens de jaren dat hij behalve Heer van Geffen ook Heer van Nuland was, het kasteel van Geffen binnen de Singel te Nuland (op nauwelijks 100 meter afstand van de Kerkstraat, die eeuwenlang de grens tussen Rosmalen en Nuland zou vormen) laten bouwen. Tot de verwoesting in 1795 zou dit kasteel het woonhuis van de Heer van Geffen dan wel zijn plaatsvervanger (de drost) blijven.
Aan Johan van Vladeracken zijn de Brabant-Gelderse oorlogen als schepen in de stad 's-Hertogenbosch (1476, 1483, 1489, 1494, 1497, 1501, 1506, 1511, 1515, 1519, 1522, 1525, 1528 en 1529) zeker niet ontgaan. De eerder aangehaalde Van Heurn citeert in dit kader (deel I, pag. 423) een opmerkelijk verhaal, dat hij aantrof in een aan Molius (Willem Moel) toegeschreven kroniek: By gelegenheid der overrompeling (door de Geldersen in 1512), gebeurde het, dat er in de kruitkelder, onder het Stadhuis geen buskruit of kogels gevonden werden. De Burgery nam hier uit aanleiding, om de Regeering van onagtzaamheid en verraad te beschuldigen, aangezet door zekere Appelverkoopster, welke verklaarde: dat zy in het heimlyk, voor eenige der Regenten, brieven naar Bommel gebragt had, zy werd hier om aan de kaak gebonden, daar zy met steenen en drek gesmeten werd. Ook noemde zy eenige der voornaamste Burgers, welke van de komst der Gelderschen voor de stad bewustheid gehad zouden hebben. Veelen, door haar beschuldigd, verlieten de stad, en zogten om een goed heenkomen. Zy verklaarde mede, dat de huisvrouw van Jo. Johan van Vladerakken, Heer van Geffen en Nieuwland, een der Regenten van de stad, welke op de Markt (Het Hooghuis van Vladeracken), niet ver van de gevangene poort woonde, ook kennis van dien aanslag had. De Landvoogdes Margreet deed derhalven dit Vrouwmensch gevangen nemen; doch alzo zy haar zeggen niet bewyzen konde, werd zy op vrye voeten gesteld.
Van Sasse van Ysselt geeft in Taxandria (1896, pag. 181) en zijn Voorname Huizen (deel III, pag. 313) over Anna van der Aa, de vrouw van Johan van Vladeracken, nog een bijzonder verhaal, dat hij aantrof in de Collectie Boot in het Rijksarchief te Utrecht): Sy heeft heur beclaecht gehadt van heur mans eedeldom ende afkomste, die daerom alle heure vrienden eerst ten eeten noyde ende liet vooreerst alleenlijck setten een soutvat opt tafel, seggende tegens haar, dat sy daermede heur vrienden tracteeren soude.
Groot is de heerlijkheid Nuland niet. Hetzelfde geldt voor Rosmalen. Van de 213 in 1480 bewoonde huizen staan er 145 in het Rosmalense deel en 67 in het Nulandse, samen voor nauwelijks meer dan 1000 inwoners. In 1526 worden er 290 huizen geteld, waaronder 2 kloosters met 98 paters en zusters (Annenborch en Koudewater). In 1515 maakt Leonaerd Cottreau met Jan van Baexen (ridder en laagschout van 's-Hertogenbosch) een reis door de Meierij om verslag te kunnen doen over de erbarmelijke toestand die de oorlog met Gelre teweeg heeft gebracht. Van de eerder in Rosmalen getelde 68 huizen waren er nog maar 46 bewoond; van de 36 Nulandse huizen nog slechts 22. Betalingen aan brandschatting, roof, brand, vertering en gevangenschap hadden de regio tot grote ellende gebracht. Pas na het verdrag van Venlo (1543) kon aan een duurzamere opbouw worden begonnen.
Door zijn huwelijk met Anna van der Aa ontstaat er voor Johan van Vladeracken een familierelatie met Jan van der Aa, Heer van Bokhoven, en de Heer van Rosmalen, Jan van Baexen. Een beknopt geneagram geeft de familiebanden weer.
Johan van Vladeracken sterft op 30 augustus 1532 op een leeftijd van ongeveer 80 jaren. Voor hem die 14 mandaten als schepen en 3 als president-schepen verkreeg en daarnaast gedurende 14 jaren de functie van bestuurslid van de Lieve-Vrouwe Broederschap (waaronder tweemaal als proost) heeft bekleed, wordt natuurlijk ook een bijzondere requiemmis gehouden.
Van Johan en Anna zijn drie kinderen bekend: Johanna (erfdochter van Milheeze, gehuwd met Gijsbert Janszoon Pels), Margaretha (gehuwd met Everard van Doerne, heer van Deurne en Liesselt) en Gerard van Vladeracken. Gerard (die in 1566 te Nuland zal worden begraven) erft de rechten op de lage en middelbare heerlijkheid Geffen en het huis Nuland.
 
Wapenboek I

Namen ende Wapenen der Heeren Beedigde Broeders

83r
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)
 
Literatuur en bronnenpublicaties

Lucas G.C.M. van Dijck, Van vroomheid naar vriendschap (2012) 799-800

A. Schuttelaars, Heren van de raad (1998) 98, 122, 239, 245, 372, 374, 382n, 441, 480

n: vermelding in een voetnoot