Dominicus Wilhelmus Strick

1602 - 1677

 
Biografie

Dominicus Wilhelmus Strick († 1677)

Deze pater Dominicaan werd in 1602 geboren. Wellicht uit één van de families Strick die in ´s-Hertogenbosch woonden. Hij ging hier naar de Latijnse school en werd opgenomen in het convent van de Predikheren (= Predikbroeders=Dominicanen) op 7 april 1620 aan de Hinthamerstraat. Hij heeft het convent daarna verlaten, maar op 2 februari 1622 ontving hij het predikherenhabijt in het klooster van Antwerpen. Hij keerde nadien terug naar ´s-Hertogenbosch en maakte het beleg door Frederik Hendrik mee. Na de capitulatie op 14 september 1629 bleef hij in de stad.
Hij wordt als ´Dominicus Strick predickheer´ steeds vermeld in officiële stukken, als in de stad aanwezig priester, zowel in brieven van de geestelijke overheid, (Hendricus van den Leemputten, de plaatsvervanger van de verjaagde bisschop) als van de wereldlijke overheid, de stadsregering.
Uit twee schepenakten van 29 januari 1659 blijkt dat pater Strick gevraagd wordt aan het sterfbed geestelijke bijstand te bieden aan de vrouw van (gereformeerde) Gerrit van Nottelen die trompetter was onder Van Brederode, de gouverneur van de stad. Onder welke omstandigheden dit gebeurde en hoe empathisch de predikheer zich gedroeg staat uitgebreid in de verklaringen die de schepen H. van Berckel, echtgenoot/weduwnaar Gerrit van Nottelen en chirurgijn Mr. Jacob van Bale hebben ondertekend. Juist tevoren was dominee Costerus ook al bij haar geweest ´ende een schone vermaninge ende gebet gedaen´.
In een ´Extract op de stouticheden des pausdoms in den Bosch en Quartieren van Oisterwijck en Maeslandt´ uit 1671 staat genoteerd: ´Paeter Strick, predikheer woont in sijn kerck in de Vuchterstraet naest de Vergulde Leeuw´. Hij woonde zeker in het huis St. Cathalijne (nu huisnummer 81) waar de Haagse gecommiteerden in 1653 ook al een controlebezoek hadden afgelegd. In de resolutieboeken van de stadsregering staat hij bijvoorbeeld op 27 januari 1676 ook weer opgenomen in de lijst van aanwezige ´priesters en monnicken´.
Hij deed gedurende meer dan 47 jaar pastoraal werk in en vanuit zijn woning in de Vughterstraat. Ook in schuilkerk in de parochie van Sint Cathrien hing hij voor in de H. Mis. Sinds juli 1643 officiëel als assistent ván of waarnemer voor de pastoor, tot 25 februari 1668. Deze data kennen we omdat hij in deze jaren het doopregister van de parochie St. Catharina bijhield.
Hij voelde zich blijkbaar als regulier priester, van de predikherenorde tamelijk onafhankelijk en niet angstig voor de stadsbestuurders. Hij had zeker krediet verworven bij de bevolking, want in een rekest aan de schepenen signeerde hij openlijk met ´Frater Dominicus Strick´ en dat wekte natuurlijk ergernis, maar leidde niet tot verbanning. Hij is tot zijn overlijden op 26 mei 1677 in de stad gebleven en liet zijn bezittingen na aan zijn ordegenoten die hem opvolgden.
Bronnen
A.F.O. van Sasse van Ysselt De voorname huizen en gebouwen van ´s-Hertogenbosch, 1910 deel I, p. 336-343
L.H.C. Schutjes Geschiedenis van het bisdom ´s-Hertogenbosch IV, St. Michielsgestel 1873, p. 293 en 352
Ton Vogel Schuilkerken en hun bedienaren in ´s-Hertogenbosch 1629-1811, uitgave Kring Vrienden van ´s-Hertogenbosch 2010, p. 45-57, p. 104-105 en 131
A.F.O. van Sasse van Ysselt De uitoefening van den Katholieken godsdienst in de stad en meierij van ´s-Hertogenbosch in 1671, in: Taxandria jaargang 45, 1938 p. 105-110
Ton Vogel, januari 2014