afb. André Schreurs, ca 1907

Gerardus Joannes Jacobus (Jan) van Rooij

's-Hertogenbosch 27 oktober 1853 - 's-Hertogenbosch 14 januari 1939

 
Grémaux

Jan van Rooij

René Grémaux, Nijmegen 18 augustus 2014
 
Schrift 1

Overwegingen bij mijn tachtigsten Verjaring 1853 27/10 1933

door G. Jan J. van Rooij

Deze lossche krabbels - zooals zij mij in groote hoeveelheid voor den geest kwamen - heb ik, zonder regelmaat of ordening, neergepend. Mijn voornemen is, als mijne gezondheid en ambitie het toelaten, een omwerking en aanvulling te geven.
Voor zoover mijne zeer gewone ervaringen het lezen waard zullen zijn.1

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
84
Noten
1.Binnenkant omslag van eerste schrift.
2.Henricus van Rooij, 's Bosch 1823 - aldaar 1888.
3.Anna Geertruida Coolen, Maren 1812 - 's Bosch 1860.
4.Wilhelmina Schoenmakers, Vught 1800 - 's Bosch? 1870; sinds 1823 echtgenote van Gerardus van Rooij, Rosmalen 1792 - 's Bosch 1845.
5.Adrianus Henricus Martinus (Tinus) van Rooij, 's Bosch 1857 - aldaar 1912; in 1878 was hij letterzetter en eveneens in 1908-10 toen hij het adres Clarastraat 14 bewoonde.
6.Gerardina Wilhelmina van Rooij, 's Bosch 1847 - aldaar 1900.
7.Antonia Johanna Maria van Rooij, 's Bosch 1851 - aldaar 1909.
8.Adresboek 1865: H.N. Balsem, hoofdonderwijzer, Peperstraat A 148; thans nummer 3.
9.Is dit het pand 'De Geuzenschool', nrs. 12 en 14?
10.Soppen?
11.Duits: Kompagnieschreiber.
12.Soldaat in persoonlijke dienst van officier.
13.In zijn tweede schrift, getiteld 'Herinneringen', stelt Jan op pagina 27 over de vooraanstaande katholieke priester, dichter en staatsman Schaepman: Wat Mgr. Schaepman vooral niet vergeven werd, was zijn kloek opkomen voor Algemeene Dienstplicht voorgestaan door de Liberale Partij. Dat de arme Vaderlanders gedwongen werden in kazerne's te verblijven om aldus in den gewapenden Dienst gedrild te worden. Zij toch, die niets te verdedigen hadden, terwijl de meer gegoeden hun Soldaten plicht konden afkoopen voor een paar briefjes van 100 Gulden voor het koopen van een remplaçant was toch een toestand die op zijn kop stond.
14.Het huwelijk vond plaats op 2 november 1871.
15.De bruiloft geschiedde op 1 september 1877.
16.Johannes Theodorus Bettonviel, goudsmid; 's Bosch 1844 - aldaar 1895.
17.Hermanus Henricus Johannes Bettonviel, smid; 's Bosch 1852 - Vught 1936.
18.Volgens de gegevens van de burgerlijke stand kwam Jan ter wereld in het huis van hovenier Henricus van Rooij aan de Diepstraat, Wijk D, nummer 440. Deze inmiddels verdwenen straat kwam vanuit het oosten op het St.Jacobskerkhof uit; de zuidzijde van genoemde straat kende een lange rij woningen met daarachter moestuinen en velden. Als het adres van warmoezenier Henricus van Rooij, Jans vader, noemen de adresboeken van 1865 tot 1882 St. Jacobskerkhof E 134, het latere E 145. Dit adres zou volgens de omnummering van 1909 overeenstemmen met St. Jacobstraat 10, althans zo suggereert de in dit onderzoek herhaaldelijk geraadpleegde Bossche Encyclopedie van Ton Wetzer.
19.Na eerder dat jaar met een gunstig getuigschrift definitief uit het 5de regiment infanterie te zijn ontslagen trad Jan op 27 november 1878 te Den Bosch in het huwelijk met dan al enkele maanden zwangere Martina Wilhelmina Fleuren; het burgerlijk huwelijk werd gevolgd door de kerkelijke inzegening in de St. Jacob.
20.In 1887 werd als adres opgegeven Kerkstraat A 142 of 152.
21.Jhr. L. van der Does de Willebois, directeur van de te 's- Hertogenbosch gevestigde 'Stoomtramweg Maatschappij 's Bosch-Helmond'.
22.Op pagina 20 van het derde schrift noteert Jan instemmend: Waar tanks en bommen minnekozen, daar bloeden jeugd en onschuld dood. Elders toont hij zijn afschuw over het feit dat rivaliteit tussen vorstenhuizen ertoe leidde dat bezitloze onderdanen tegen elkaar ten strijde moesten trekken.
23.Wilhelmina Carolina Francisca, Vught 25 juli 1883 - 's Bosch 27 maart 1885.
24.W.A.H. Kerkhoff.
25.Uit een ambt voortvloeiende onregelmatige bijkomstige baten.
26.Henricus Wilhelmus (Harrie), 's Bosch 1879 - aldaar 1954.
27.Joannes Gerardus Franciscus (Jan junior), 's Bosch 1880 - aldaar 1937.
28.Cornelius Carolus Prinsen, Aarle-Rixel 1852 - 's Bosch 1941; in 1885, uit Schijndel komend, tot kapelaan van de St-Jacobsparochie benoemd; werd in 1895 pastoor van dezelfde Bossche parochie, later benoemd tot proost van het kapittel van de kathedrale basiliek van St. Jan.
29.Nummer 4 (Hub. van Kol) slaat op een van de ´twaalf apostelen´, de mannen die in opstand kwamen tegen het anarchisme van Ferdinand Domela Nieuwenhuis - de eersten waren zoals gezegd: 1) P.J. Troelstra, 2) J. Schaper, 3) W.H. Vliegen; later behandelt de schrijver nog: 5) J. A. Fortuin, 6) Henri Polak, 7) Frank van der Goes, 8) H. Gerhard, 9) H. Spiekman, 10) W. Heldingen, 11) L. Cohen, en 12) H. van der Vegt. Krantenfoto's van Nieuwenhuis en dit twaalftal zijn achterin dit schrift geplakt.
 
Schrift 2

Herinneringen (vervolg)

door G. Jan J. van Rooij

Tweede schrift daterend uit 1934 en 1935; in totaal 37 genummerde en beschreven kantjes.

6
13
14
15
16
17
18
19
30
31
32
 
Schrift 3

Van alles wat : Oud en nieuw

door G. Jan J. van Rooij

Derde schrift, bevattend 45 ongenummerde beschreven kantjes.

Van alles wat.
Oud en nieuw.
Bijeen geharkt door een midden
tachtiger. G. Jan J. van Rooij
1853 27/10 1938
...
1

...
Dichtproef!
Van den verdiend gestraften miliciën piot1
Jan van Rooij. In den jare 1873.
aan mijn ouderhuis

Hier in dit akelig hol, verblijfplaats van de boeven
Moet is als braaf soldaat, acht dagen lang vertoeven
De ratten en de muizen, de vlooien en wandluizen
Die spelen hier de baas!
Daarom wil mij niet vergeten, maar stuur mij wat te eten
Met wat boter, vleesch of kaas.
6

Shequa.
Ik meen het was op het laatst der vorige eeuw
dat wij het betwistbare voorrecht had-
den in onze stad te zien optreden, op de
markt, den grootsten kwakzalver der
wereld. De stad had dat gemeen met alle
steden van eenigen omvang in geheel
Europa. Deze redder der menschheid
„van alle ziekten en kwalen” kwam met
groot tamtam over gewaaid uit Amerika.
Bijna overal verbleef hij slechts één dag.
Na eenige jaren alzoo op de groote trom te
hebben geslagen, kon hij op zijn lauweren
rusten, en overal de bevolking uitlachen.
Onderstaand rijmpje zal nog velen in het
geheugen liggen.

Heb je niet vernomen
Uit de Bossche krant
Shequa is gekomen
In ons Vaderland
Heb je zeere beenen
Jicht of reumatiek
Gaat naar Shequa heenen
Hij geneest je met muziek
19

Deze hele pagina is mogelijk autobiografisch van inhoud.

Ik ben Jan de preij en ik weet
Dat mijn honderd veertig pond* zoo heet
Maar dat mijn naam direct vervalt,
Als mijn leven wijkt uit de gestald.
Dan ligt, onder de naam van lijk
Mijn honderd veertig pond te kijk;
Gij zijt bij het défilé misschien:
Alleen ik zelf zal het niet zien.
Dat is vreemd: ik zie, wat gij niet ziet,
Wat gij dan ziet, zie ik weer niet
Enfin…. de honderd veertig pond
Is nu nog levend en gezond
*) plusminis
Mei 1937


In verlaten lanen zag ik vroeger nog
al eens, als verschrikt door mijn passeeren,
geheimzinnig, elkaar omvattende paren, voor
mij wegvluchten, die, de dubbele wellust der
stilte en der schaduw zochten. Ik hield dan mijn
handen voor mijn oogen, op de manier zooals
mijn vrouw, (Mijntje zaliger) dat deed. Ik kon dat
niet zien, want ik ben zoo nooit geweest!
24

EINDE DERDE EN LAATSTE SCHRIFT

Noten
1.of staat er pist?
 
Bijlage 1
Noten
1.Pastorie van St. Pieter, 's Bosch
2.Gevolgd door boogje boven twee punten
 
Bijlage 2
In plaats van testament; opschrift en inhoud enveloppe.

Te openen
Wanneer het voor mij anno Nul zal zijn
Wijlen uw Vader, enz.
G.J.J.van Rooij

1
2
Noten
1.Harrie
2.Josefat, plaats van Gods gericht
3.Verwijzing naar 'in Abrahams schoot zitten', d.w.z. rustig, aangenaam leven?
 
Naschrift

G. Jan J. van Rooij

In het najaar van 1883 uit Vught teruggekeerd huurde de prille beambte der posterijen eerst aan het Hinthamereind een achterkamer met opkamer. In 1886 treffen we Jan aan op het adres Oostwal E 217, en het jaar daarop woonde de brievenbesteller op de Markt C 1. Rond de eeuwwisseling (1899-1903) huisde de inmiddels tot kantoorknecht posterijen bevorderde Jan op Hofstad L 4. Vanaf 1908 zien we de nieuwe postassistent voor het eerst buiten de binnenstad gevestigd. Van Heurnstraat O 272a (Van Heurnstraat 97) is dan zijn huisadres. In 1910 woont hij nog steeds daar in 'Het Zand'.
Tot 1896 had het echtpaar Van Rooij-Fleuren zes kinderen ten grave moeten dragen. In 1924 bezweek alsnog het jongste kind, de inwonende Dien of Dientje (Everdina Joanna Maria) aan TBC, op de leeftijd van 24 jaar. In 1928 was echter een groot evenement te gedenken: de gouden bruiloft.


Jan en Mijntje als gouden bruidspaar voor de woning aan de St. Maartenstraat, omringd door kinderen, behuwdkinderen, kleinkinderen (plus partners) en achterkleinkinderen. Fotopersbureau Hollandia Haarlem.

Vier jaar na deze heugelijke gebeurtenis liet Mijntje, Jans ega, het leven; in 1937 volgde zoon Jan junior die zeker qua sociaal engagement, linkse sympathieën alsook schrijversaspiraties veel van zijn vader had (zie mijn verhaal over hem op de website van BHIC). Toen Jan senior op 14 januari 1939 overleed - waaraan is vergeten - waren nog slechts vier van het dozijn kinderen in leven. Marie stierf in 1948, Harrie in 1954 en Jet in 1966. Als honderdjarige sloot Lien in 1987 de rij.
Na jarenlang op gespannen voet met de katholieke kerk als conservatief machtsinstrument (dus niet noodzakelijkerwijs met de katholieke spiritualiteit) te hebben verkeerd, bedacht Jan senior zich tegen het levenseinde, of zoals het bidprenjte stelt:
Op zeer hoogen leeftijd ondervond hij weer de vreugde van zijn geloof, en op voorbeeldige wijze heeft hij de ziekte en het lijden van zijn laatste levensjaar aan God opgedragen.
Nooit in zijn leven heeft hij vergeten om zijn Hemelsche Moeder dagelijks te groeten door het bidden van het „Memorare”: Gedenk o genadigste Maagd Maria…. en op een Maria-dag is hij gestorven.

Een dergelijke late wederkeer naar de schoot van de moederkerk had ook zijn twee jaar eerder na een zwaar ziekbed overleden zoon Jan te zien gegeven, zij het dat de familieoverlevering die bekering in verband brengt met de druk die een geestelijke toen moet hebben uitgeoefend op de doodzieke.
Op het gedachtenisprentje uitte Jan senior erkentelijkheid voor zijn kinderen en kleinkinderen, maar 'vooral u, mijne dochter, dank ik voor de zorgvuldige verpleging tijdens mijn ziekte'. Hier wordt Jet, Jans jongste overlevende dochter bedoeld, het enige kind dat ongehuwd en zonder nazaten was gebleven. De opofferingszin die deze inwonende dochter tijdens de laatste levensfase van haar ouders betoonde, alsmede jegens andere verwanten in doodstrijd of andere hoge nood, zou lange tijd met eerbied in familiekring worden gememoreerd. Er werd zelfs beweerd dat Jet indertijd van het huwelijk had afgezien om zich geheel aan haar hulpbehoevend wordende ouders te kunnen wijden.
Begin jaren veertig trok Jet in bij haar schoonzus Marie Claassen, de weduwe van Jan junior, en haar nog thuis woonachtige kinderen. Vanuit het bovenhuis aan de Van Noremborghstraat 58 in de Muntel bleef zij tot aan haar dood in 1966 in het Carolusziekenhuis de spil van de familie. Marie was reeds in 1961 gestorven. Als hoedster van haar vaders geestelijke nalatenschap en goede naam heeft Jet het kennelijk nodig geacht de bladzijdes 22-23 en 53-56 van de hierboven voor het overige in extenso aangehaalde 'Overwegingen' te vernietigen, hetgeen ergens tussen 1939 en 1966 zal hebben plaatsgevonden. Het lijdt geen twijfel dat de sedert die tijd ontbrekende pagina's betrekking hadden op meer private aangelegenheden. Wellicht belangwekkend en zeker smeuïg voor ons, maar beslist ongepast in de ogen van de net zo zedige als strenge dochter. Jets censuur zal zijn ingegeven door de wens haar vader en moeder voor de komende generaties in een gunstig daglicht te plaatsen. Deze 'kuising' geschiedde voordat het originele geschrift in handen kwam van kleinzoon Cornelis Gerardus Everardus - Kees ('s Bosch 1916 - 's Haag 2005), de oudste dan levende zoon van Jan van Rooij junior. Dat zal medio jaren zestig geweest zijn. In de enige bekende uitgebreide fotokopie van de 'Overleveringen', thans berustend bij een dochter van Jan juniors andere zoon Henricus Cornelius Antonius - Harrie ('s Bosch 1919 - Stiens 2004), mist men eveneens dezelfde pagina's. Die kopie zal stammen uit 1985 of kort daarvoor. De bibliotheek van het Bossche stadsarchief beschikt weliswaar al geruime tijd ook over een fotokopie van de 'Overwegingen', maar die beslaat enkel de eerste 21 bladzijdes. Toch had journalist Wim Hagemans op de een of andere manier kennis opgedaan van de gehele tekst, zoals blijkt uit zijn artikel 'Bosschenaren in acht eeuwen' in het Brabants Dagblad van 30 maart 1985 (p.55).
Binnen afzienbare tijd zullen de oorspronkelijke handschriften van Jan van Rooij senior samen met het overige hier getoonde materiaal bij het Stadsarchief van Den Bosch belanden, waardoor geïnteresseerden een en ander kunnen gaan raadplegen. Vooral zijn 'Overwegingen' zullen hun waarde bewijzen als egodocument dat een zeldzame kijk 'van onderen' biedt op het sociale leven in Noord-Brabants hoofdstad uit de tweede helft van de 19de eeuw.
René Grémaux, Nijmegen 18 augustus 2014
 
Afbeeldingen

ca 1923

ca 1930
   
 
Artikelen
1985

Wim Hagemans

Bosschenaren in acht eeuwen
Brabants Dagblad zaterdag 30 maart 1985 | 55
 
2014

Huiselijke liefde en geluk onder oorlogsdreiging

Op 8 oktober 1914 stelde de gemobiliseerde Bosschenaar Jan van Rooij in het West-Brabantse Etten een brief op aan zijn thuis achtergebleven ‘beminde vrouw en kinderen’. Hij deed dat, omdat hij niet zeker wist of en wanneer hij in actie zou moeten komen. En dan kon het wel eens te laat zijn om alsnog de pen op te pakken.
René Grémaux (2014)