afb. André Schreurs, ca 1907

Gerardus Joannes Jacobus (Jan) van Rooij

's-Hertogenbosch 27 oktober 1853 - 's-Hertogenbosch 14 januari 1939

'Overwegingen bij mijn tachtigsten Verjaring 1853 27/10 1933 G. Jan J. van Rooij', zo luidt de titel van het eerste van de drie hier te behandelen schriften die deze Bosschenaar zijn nageslacht wilde meegeven. Met 92 volle kantjes vormt het een onverwacht rijke maar tot op heden weinig bekende bron voor de geschiedenis van Den Bosch in de tweede helft van de 19de eeuw. Leef- en arbeidsomstandigheden van 'gewone' mensen vormen een belangrijk bestanddeel van deze memoires. Een ander zwaartepunt ligt bij de door tegenwerking en onderlinge verdeeldheid geteisterde vroege ontwikkeling van de socialistische partijorganisatie en het vakbondswezen in dit behoudende katholieke machtscentrum. Dit alles koppelt schrijver Gerardus Joannes Jacobus van Rooij, dan assistent der posterijen in ruste, aan zijn eigen familiegeschiedenis en persoonlijke lotgevallen.
De gedreven opsteller van deelteksten als 'Levensherinneringen' en 'Hoe ik socialist werd', iemand van bescheiden afkomst en zonder gedegen kennis van de voor spelling en interpunctie geldende regels, compenseerde laatstgenoemde nadelen dubbel en dwars door de voor zijn leeftijd jaloersmakende vaste hand waarmee hij de pen hanteerde, alsmede door een fabuleus geheugen. De schrijfwoede van de man die zichzelf later gekscherend aanduidde als 'Jan de prei', een verwijzing naar de beroepsgroep der groentetelers en -leveranciers (warmoezeniers/hoveniers) uit de Bossche binnenstad waaruit hij stamde, moet zijn opgekomen na het heengaan in het voorjaar van 1932 van zijn Mijntje. In 1855 had zij als Martina Wilhelmina Fleuren in het dorpje Hintham, dat toen overigens tot de gemeente Rosmalen behoorde, het levenslicht aanschouwd als dochter van een meester zadelmaker, die later in de nabijgelegen stad hulppostbode worden zou. In de jaren twintig en dertig bewoonde Jan het adres St.Maartenstraat 34, een bescheiden benedenetage in 'Het Zand', de oudste Bossche stadsuitbreiding. Op genoemd adres zal Jan alle drie van hem bekende schriften (het eerste uit 1933, het tweede uit 1934 en 1935, en het laatste uit 1937 en 1938) met de kroontjespen van tekst hebben voorzien.
Het onderstaande geeft de tekst van deze schriften integraal weer voor zover de inhoud autobiografisch van aard is of rechtstreeks betrekking heeft op Den Bosch en Noord-Brabant. In de bijlage treft de lezer een polemische brief aan die Jan in 1903 aan een geestelijke schreef, alsmede Jans laatste wil. Foto's en andere afbeeldingen uit het familiearchief verluchten het geheel.
Ter bevordering van de leesbaarheid zijn, waar dat beslist nodig was, leestekens aangepast of toegevoegd; klaarblijkelijke grove overtredingen van de toen geldende spellingsregels zijn eveneens gecorrigeerd.
Voor Jans lange uiteenzettingen over de Nederlandse socialistische beweging in het algemeen en de vooral van landelijk belang zijnde 'rode' en andere kopstukken, wordt verwezen naar de originele geschriften zoals die binnenkort in het Bossche Stadsarchief beschikbaar zullen komen.

Bewerkt, geannoteerd en van illustraties voorzien door een achterkleinzoon.
Met bijzondere dank aan mijn neef Kees van Rooij in Den Haag.
P.S. Van Jan van Rooij senior moet ergens nog een ander geschrift bestaan, waarin hij onder meer ingaat op de tegenwerking die hij als vakbondsman van 'de Post' in het Bossche ondervond van ene heer Sonderegger, een hoger geplaatste (een commies?) binnen de posterijen.
René Grémaux, Nijmegen 18 augustus 2014
 
Schrift 1

Overwegingen bij mijn tachtigsten Verjaring 1853 27/10 1933

door G. Jan J. van Rooij

Deze lossche krabbels - zooals zij mij in groote hoeveelheid voor den geest kwamen - heb ik, zonder regelmaat of ordening, neergepend. Mijn voornemen is, als mijne gezondheid en ambitie het toelaten, een omwerking en aanvulling te geven.
Voor zoover mijne zeer gewone ervaringen het lezen waard zullen zijn.1

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
84
Noten
1.Binnenkant omslag van eerste schrift.
2.Henricus van Rooij, 's Bosch 1823 - aldaar 1888.
3.Anna Geertruida Coolen, Maren 1812 - 's Bosch 1866.
4.Wilhelmina Schoenmakers, Vught 1800 - 's Bosch? 1870; sinds 1823 echtgenote van Gerardus van Rooij, Rosmalen 1792 - 's Bosch 1845.
5.Adrianus Henricus Martinus (Tinus) van Rooij, 's Bosch 1857 - aldaar 1912; in 1878 was hij letterzetter en eveneens in 1908-10 toen hij het adres Clarastraat 14 bewoonde.
6.Gerardina Wilhelmina van Rooij, 's Bosch 1847 - aldaar 1900.
7.Antonia Johanna Maria van Rooij, 's Bosch 1851 - aldaar 1909.
8.Adresboek 1865: H.N. Balsem, hoofdonderwijzer, Peperstraat A 148; thans nummer 3.
9.Is dit het pand 'De Geuzenschool', nrs. 12 en 14?
10.Soppen?
11.Duits: Kompagnieschreiber.
12.Soldaat in persoonlijke dienst van officier.
13.In zijn tweede schrift, getiteld 'Herinneringen', stelt Jan op pagina 27 over de vooraanstaande katholieke priester, dichter en staatsman Schaepman: Wat Mgr. Schaepman vooral niet vergeven werd, was zijn kloek opkomen voor Algemeene Dienstplicht voorgestaan door de Liberale Partij. Dat de arme Vaderlanders gedwongen werden in kazerne's te verblijven om aldus in den gewapenden Dienst gedrild te worden. Zij toch, die niets te verdedigen hadden, terwijl de meer gegoeden hun Soldaten plicht konden afkoopen voor een paar briefjes van 100 Gulden voor het koopen van een remplaçant was toch een toestand die op zijn kop stond.
14.Het huwelijk vond plaats op 2 november 1871.
15.De bruiloft geschiedde op 1 september 1877.
16.Johannes Theodorus Bettonviel, goudsmid; 's Bosch 1844 - aldaar 1895.
17.Hermanus Henricus Johannes Bettonviel, smid; 's Bosch 1852 - Vught 1936.
18.Volgens de gegevens van de burgerlijke stand kwam Jan ter wereld in het huis van hovenier Henricus van Rooij aan de Diepstraat, Wijk D, nummer 440. Deze inmiddels verdwenen straat kwam vanuit het oosten op het St.Jacobskerkhof uit; de zuidzijde van genoemde straat kende een lange rij woningen met daarachter moestuinen en velden. Als het adres van warmoezenier Henricus van Rooij, Jans vader, noemen de adresboeken van 1865 tot 1882 St. Jacobskerkhof E 134, het latere E 145. Dit adres zou volgens de omnummering van 1909 overeenstemmen met St. Jacobstraat 10, althans zo suggereert de in dit onderzoek herhaaldelijk geraadpleegde Bossche Encyclopedie van Ton Wetzer.
19.Na eerder dat jaar met een gunstig getuigschrift definitief uit het 5de regiment infanterie te zijn ontslagen trad Jan op 27 november 1878 te Den Bosch in het huwelijk met dan al enkele maanden zwangere Martina Wilhelmina Fleuren; het burgerlijk huwelijk werd gevolgd door de kerkelijke inzegening in de St. Jacob.
20.In 1887 werd als adres opgegeven Kerkstraat A 142 of 152.
21.Jhr. L. van der Does de Willebois, directeur van de te 's- Hertogenbosch gevestigde 'Stoomtramweg Maatschappij 's Bosch-Helmond'.
22.Op pagina 20 van het derde schrift noteert Jan instemmend: Waar tanks en bommen minnekozen, daar bloeden jeugd en onschuld dood. Elders toont hij zijn afschuw over het feit dat rivaliteit tussen vorstenhuizen ertoe leidde dat bezitloze onderdanen tegen elkaar ten strijde moesten trekken.
23.Wilhelmina Carolina Francisca, Vught 25 juli 1883 - 's Bosch 27 maart 1885.
24.W.A.H. Kerkhoff.
25.Uit een ambt voortvloeiende onregelmatige bijkomstige baten.
26.Henricus Wilhelmus (Harrie), 's Bosch 1879 - aldaar 1954.
27.Joannes Gerardus Franciscus (Jan junior), 's Bosch 1880 - aldaar 1937.
28.Cornelius Carolus Prinsen, Aarle-Rixel 1852 - 's Bosch 1941; in 1885, uit Schijndel komend, tot kapelaan van de St-Jacobsparochie benoemd; werd in 1895 pastoor van dezelfde Bossche parochie, later benoemd tot proost van het kapittel van de kathedrale basiliek van St. Jan.
29.Nummer 4 (Hub. van Kol) slaat op een van de ´twaalf apostelen´, de mannen die in opstand kwamen tegen het anarchisme van Ferdinand Domela Nieuwenhuis - de eersten waren zoals gezegd: 1) P.J. Troelstra, 2) J. Schaper, 3) W.H. Vliegen; later behandelt de schrijver nog: 5) J. A. Fortuin, 6) Henri Polak, 7) Frank van der Goes, 8) H. Gerhard, 9) H. Spiekman, 10) W. Heldingen, 11) L. Cohen, en 12) H. van der Vegt. Krantenfoto's van Nieuwenhuis en dit twaalftal zijn achterin dit schrift geplakt.
 
Schrift 2

Herinneringen (vervolg)

door G. Jan J. van Rooij

Tweede schrift daterend uit 1934 en 1935; in totaal 37 genummerde en beschreven kantjes.

6
13
14
15
16
17
18
19
30
31
32
 
Schrift 3

Van alles wat : Oud en nieuw

door G. Jan J. van Rooij

Derde schrift, bevattend 45 ongenummerde beschreven kantjes.

Van alles wat.
Oud en nieuw.
Bijeen geharkt door een midden
tachtiger. G. Jan J. van Rooij
1853 27/10 1938
...
1

...
Dichtproef!
Van den verdiend gestraften miliciën piot1
Jan van Rooij. In den jare 1873.
aan mijn ouderhuis

Hier in dit akelig hol, verblijfplaats van de boeven
Moet is als braaf soldaat, acht dagen lang vertoeven
De ratten en de muizen, de vlooien en wandluizen
Die spelen hier de baas!
Daarom wil mij niet vergeten, maar stuur mij wat te eten
Met wat boter, vleesch of kaas.
6

Shequa.
Ik meen het was op het laatst der vorige eeuw
dat wij het betwistbare voorrecht had-
den in onze stad te zien optreden, op de
markt, den grootsten kwakzalver der
wereld. De stad had dat gemeen met alle
steden van eenigen omvang in geheel
Europa. Deze redder der menschheid
„van alle ziekten en kwalen” kwam met
groot tamtam over gewaaid uit Amerika.
Bijna overal verbleef hij slechts één dag.
Na eenige jaren alzoo op de groote trom te
hebben geslagen, kon hij op zijn lauweren
rusten, en overal de bevolking uitlachen.
Onderstaand rijmpje zal nog velen in het
geheugen liggen.

Heb je niet vernomen
Uit de Bossche krant
Shequa is gekomen
In ons Vaderland
Heb je zeere beenen
Jicht of reumatiek
Gaat naar Shequa heenen
Hij geneest je met muziek
19

Deze hele pagina is mogelijk autobiografisch van inhoud.

Ik ben Jan de preij en ik weet
Dat mijn honderd veertig pond* zoo heet
Maar dat mijn naam direct vervalt,
Als mijn leven wijkt uit de gestald.
Dan ligt, onder de naam van lijk
Mijn honderd veertig pond te kijk;
Gij zijt bij het défilé misschien:
Alleen ik zelf zal het niet zien.
Dat is vreemd: ik zie, wat gij niet ziet,
Wat gij dan ziet, zie ik weer niet
Enfin…. de honderd veertig pond
Is nu nog levend en gezond
*) plusminis
Mei 1937


In verlaten lanen zag ik vroeger nog
al eens, als verschrikt door mijn passeeren,
geheimzinnig, elkaar omvattende paren, voor
mij wegvluchten, die, de dubbele wellust der
stilte en der schaduw zochten. Ik hield dan mijn
handen voor mijn oogen, op de manier zooals
mijn vrouw, (Mijntje zaliger) dat deed. Ik kon dat
niet zien, want ik ben zoo nooit geweest!
24

EINDE DERDE EN LAATSTE SCHRIFT

Noten
1.of staat er pist?
 
Bijlage 1