Leget

Passier, een slagersgeslacht te 's-Hertogenbosch

door P.L. Leget-Kuijlen & J.N. Leget

105
106
107
108
109
110
111
112
113
Noten
1.Poorterboeken, collectie aanvullingen nr. 8087, G.A. 's-Hertogenbosch.
2.Verschrijvingen van de naam Passier: Passeren, Pas(s)ier(s), Pecier, Pessier, Pissier.
3.Archief Ambachtsgilden nr. 152, G.A. 's-Hertogenbosch.
4.De Brabantse Leeuw IX (1960) 22 <5> e Brabantse Leeuw IX (1960) 26.
6.Roosenboom, Drs. H.Th.M., De ambachtsgilden in het stadsbeeld, Bossche Bouwstenen III (1980) 70.
7.Jacobs, Dr.Mr. B.C.M., Ee politieke rol van de ambachtsgilden, Bossche Bouwstenen III (1980) 82.
8.In 1550 was de rangorde van de ambachtsgilden: 1 smeden 2 molenaars en olieslagers 3 bakkers 4 korenkopers 5 viskopers 6 slagers. Plaatsverwisseling van viskopers en slagers kwam nogal eens voor!
9.Heuvel, Mr. N.H.L. van den, Ee Ambachtsgilden van 's-Hertogenbosch vr 1629, uitg. Ad. Heinen, 's-Hertogenbosch 1946.
10.De politieke invloed van de ambachtsgilden bestond in participatie in het gemeentebestuur. Van de ambachtsgilden die vr 1629 bestonden en politieke invloed hadden, vormden de dekens het derde lid van het stadsbestuur.
11.Inventaris Van Zuijlen A333 folio 1, G.A. 's-Hertogenbosch.
12.Stadsresoluties A43 folio 51, G.A. 's-Hertogenbosch.
13.Stadsresoluties A83 folio 53, G.A. 's-Hertogenbosch.
14.Hoekx, Mr. J.A.M., e Bossche ambachtsgilden na 1629, Bossche Bouwstenen III (1980) 95.
15.Sermoen=predicatie, rekeron=requim.
16.Het einde van de gilden te 's-Hertogenbosch kwam eerst op 20-10-1798.
17.Hierbij werd toegestaan, dat beoefenaars van een beroep zich wederom onderling aaneen konden sluiten, voornamelijk met een sociaal doel. Zo ontstonden de "gilden bussen": fondsen, die ondersteuning gaven bij ernstige ziekte, ouderdomsvoorziening en uitkering bij overlijden van een gildelid.
18.Dit zijn de stukken, bewaard onder de nummers 152 tot 164, in het archief van de Ambachtsgilden te 's-Hertogenbosch.
19.Archief Ambachtsgilden 155, G.A. 's-Hertogenbosch.
20.Oud-Notarieel Archief 3309 folio 207, G.A. 's-Hertogenbosch.
21.ONA 3241 folio 145, G.A. 's-Hertogenbosch.
22.ONA 3241 folio 145v.
23.Haar doop is te 's-Hertogenbosch niet gevonden.
24.DTB 301 folio 111v, G.A. 's-Hertogenbosch.
25.ONA 3310 folio 51, G.A. 's-Hertogenbosch.
26.Wanneer men tot meester van het Slagersgilde gemaakt werd, geschiedde dat niet gratis. De oudste zoon van een meester moet voor het verkrijgen van het meesterschap f 3-11-0 betalen; zijn broeders elk f 11-6-0. Degene die een beenhouwers dochter trouwt en meester gemaakt wil worden, betaalt f 23-6-0. eze inkomsten werden gelijkelijk verdeeld tussen de stadhouder, de rentmeester van de stad en de dekens het het gilde
27.Volkstelling 1822, G.A. 's-Hertogenbosch.
28.Le genealogie Noel, later hiel: Gens Nostra XXXX (1985) 62.
29.Archief Ambachtsgilden 155.
30.Archief Ambachtsgilden 164.
31.ONA 3329, G.A. 's-Hertogenbosch.
32.ONA 3344 folio 89, G.A. 's-Hertogenbosch.
33.ONA 3344 folio 145.
34.ONA 3344 folio 154.
35.ONA 3344 folio 255.
36.ONA 3347, folio 117, G.A. 's-Hertogenbosch.
37.De bruid wordt ook vermeld als Linkbeen en Lingbing; haar doop is te 's-Hertogenbosch niet gevonden. In de huwelijksakte wordt de bruidegom vermeld als Passeren.
38.DTB 303 folio 5, G.A. 's-Hertogenbosch.
39.ONA 3344 folio 2.
40.DTB Lith 41, Rijksarchief 's-Hertogenbosch.
41.ONA 3510 folio 1, G.A. 's-Hertogenbosch.
42.ONA 3771, G.A. 's-Hertogenbosch.
43.O.A.A. 200 folio 350v, G.A. 's-Hertogenbosch.
44.O.A.A. 168, G.A. 's-Hertogenbosch.
45.Zijn doop is te 's-Hertogenbosch niet gevonden.
46.Kisteboek, Archief Burger Weeshuis 910, G.A. 's-Hertogenbosch.
47.ONA 3310 folio 210.
48.ONA 3310 folio 212.
49.ONA 3310 folio 210.
50.ONA 3310 folio 201.
51.ONA 3471 folio 95, G.A. 's-Hertogenbosch.
52.Archief Ambachtsgilden 156.
53.De vader van de bruid is overleden Sint-Oedenrode 25-6-1813; haar moeder aldaar op 29-1-1811. De grootouders van de bruid: Jan van Erp, Meggelina van Hoorn, Hendrick van der Schoot en zijn vrouw Jennemie van Hal, zijn eveneens te Sint-Oedenrode overleden, op resp. 21-12-1785; 10-1-1786; 23-4-1786 en 2-11-1776.
54.Kraankind: arbeider die de stadshijskraan bediende.
55.Waar dit echtpaar trouwde, kon niet vastgesteld worden; evenmin kon vastgesteld worden, wie de ouders van de bruid waren en waar zij gedoopt is.
Genealogisch Tijdschrift van Oost-Brabant 6 (1991) 105-114