Henricus van den Leemputte

's-Hertogenbosch 17 oktober 1587 - Esch 17 februari 1657

Theoloog; studeerde aan de Universiteit van Leuven, werd in 1614 meester in de Godgeleerdheid; werd priester gewijd en professor aan het seminarie te Mechelen; kwam terug naar Den Bosch om les te gaan geven aan het daar opgeriche seminarie. Hij schreef in die tijd enkele theologische werkjes; werd vooral bekend door zijn vertaling van het Nieuwe Testament, die in 1622 werd uitgegeven en enkele malen werd herdrukt. In 1620 werd een akte opgemaakt, waarin zijn recht op het predikaat jonker werd vastgelegd. Van der Leemputte werd plebaan van de St. Jan; werd na de dood van bisschop Ophovius gekozen tot kapittel-vicarus. Het bestuur van het Bossche bisdom was toen geheel in zijn handen. Hij moest echter uiteindelijk de stad verlaten. Van der Leemputte dook onder te Esch, waar hij zijn laatste levensjaren sleet.
Encyclopedie van Noord-Brabant 2 (1985) 358
 
Biografie

Henricus van den Leemputte († 1657)

Deze theoloog is in 1588 in ´s-Hertogenbosch uit een adellijk geslacht geboren en werd gestimuleerd om te gaan studeren door zijn grootvader van moeders zijde, de vermaarde Johan Lantfort die rector was van de Latijnse school. In het Latijn bereikte hij goede prestaties. Hij studeerde daar later, onder leiding van rector Petrus van Vladeracken, Grieks en Hebreeuws. Daarna volgde hij in Leuven de theologische opleiding. In 1614 behaalde hij het licentiaat en werd hij eerst professor in Mechelen aan het seminarie en twee jaar later aan het seminarie in zijn geboortestad. Hier werd hij in 1620 kanunnik, lid van het kathedraal kapittel, en zeer vermaard om zijn kennis van de oude talen. Na de reductie van 1629 mocht hij als kanunnik in ´s-Hertogenbosch blijven. De plebaan van de St. Jan moest wel vertrekken. Daarom nam Van den Leemputte aanstonds de jurisdictie op zich als plebaan. Hij bediende de schuilkerken van de St. Jan, vanaf 1630 tot 1657, (in de Kruisstraat: resp. in ´Huis De Nobel´ en ´Huis St. Jan´). En hij werd in 1646 deservitor (d.i. pastoor van een hulpkerk, of waarnemend pastoor) van de parochie St. Pieter, in de schuilkerk Achter de Tolbrug, bedehuis ´St. Petrus´, naast de dienstdoende Jezuïeten) tot 1657. Hij was in naam eveneens pastoor van de St. Cathrienparochie.
Ondertussen was de bisschop van Den Bosch, Ophovius, in de jaren 1629/1636 via de Meierij verder naar het zuiden gevlucht en kwam eerst in Postel en daarna in Lier terecht, waar hij in 1637 overleed. Nu bleef de bisschopszetel vier jaren vacant. Henricus van den Leemputte werd toen door het kapittel van de St. Jan gekozen als tijdelijk vervanger. Hij werd een z.g. kapittelvicaris. (vicaris=vervanger). Van 1637 tot 1641. Nadat een opvolger van bisschop Ophovius was benoemd, Joseph Bergaigne OFM in 1641, kon deze kerkvoogd vanwege de confiscatie van kerkelijke goederen in Den Bosch zijn bisdom niet bezoeken of adequaat besturen. Opnieuw werd door de bisschop aan de afgetreden kapittelvicaris het bestuur in het gebied van de Staten over gelaten. Bisschop Bergaigne zou in 1647 in Munster overlijden, waarheen hij was gezonden door de Spaanse koning Philips IV om als afgevaardigde de vredesbesprekingen bij te wonen. Wederom werd Van den Leemputte door het kapittel tot plaatsvervanger gekozen, omdat hij de situatie van de vervolgde kerk in de stad goed kende. Deze periode duurde van 1647 tot zijn overlijden in 1657.
Het waren hachelijke tijden voor de Roomsen, na de vrede van Munster in 1648, maar Van den Leemputte kon uit de kapittelgoederen zijn jaarwedde genieten en hij bleef in de stad zijn pastoraal - en bestuurswerk doen. In ieder geval tot 1653 blijkt uit zijn correspondentie met de prelaat van de abdij van Tongerloo. Wellicht heeft hij korte tijd later zijn toevlucht moeten zoeken in Esch. In 1657 is hij gestorven op 70-jarige leeftijd. Hij liet verschillende verhandelingen na, o.a. over de altaren in de St. Jan, en ook een vertaling van het Nieuwe Testament, in 1622 voltooid en in 1650 en 1686 in Antwerpen herdrukt.
Bronnen
Ton Vogel, Schuilkerken en hun bedienaren in ´s-Hertogenbosch 1629-1811 (´s-Hertogenbosch 2010) 38 e.v., 81 e.v., 129 e.v.
L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom ´s Hertogenbosch 2 (1872) 127-133
Ton Vogel, november 2013
 
Noordbrabantse studenten

3114. LEEMPUTTE, Henricus van den

466
H. Bots, J. Matthey, M. Meyer, Noordbrabantse studenten (1979) 466
 
Van der Aa

LEEMPUTTE (Henricus van der)

244
245
Bronnen
Val. Andreas, Bibl. Belg. p. 361.
Foppens, Bibl. Belg. T. I. p. 455.
Dez. Hist. Ep. Syl. p. 117.
Van Gils en Coppens, Nieuwe Beschr. van het bisdom van 's Bosch, D. I. bl. 262.
Van de Velde, Syn. T. III. p. 848-849.
Hermans, Not. Lat. Brab. Sept. p. 17.
Biographisch Woordenboek der Nederlanden 11 (1865) 244-245
 
Wapenboek I

Namen ende Wapenen der Heeren Beêedigde Broeders

108
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)
 
Artikelen
1985

Redactie

Leemputte, Henricus van den
Encyclopedie van Noord-Brabant 2 (1985) 358
 
 
Literatuur en bronnenpublicaties

H. Bots, J. Matthey, M. Meyer, Noordbrabantse studenten (1979) 466

G.C.M. van Dijck, De Bossche Optimaten (1973) 370, 370n, 371, 372

Lucas G.C.M. van Dijck, Van vroomheid naar vriendschap (2012) 477

A.M. Koldeweij, In Buscoducis Bijdragen (1990) 537

M.A. Nauwelaerts, Latijnse school en onderwijs te 's-Hertogenbosch tot 1629 XXX (1974) 50, 288

C.J.A. van den Oord, Twee eeuwen Bosch' Boekbedrijf 1450-1650 LXII (1984) 341, 341n

C. Peeters, De Sint Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1985) 6

J.W.M. Peijnenburg, Van Roomsche Zegeningen en Paapsche Stoutigheden (2009) 61, 85, 100, 103, 105, 160

L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch (1872) II. 131; (1873) IV. 134, 316, 779

Varia Historica Brabantica III (1969) 167, 168, 170-173, 175

n: vermelding in een voetnoot