Jacobus Groy

 
Bichelaer, van den

153. Groy, Jacobus dictus - alias Loyer de Buscoducis

Noten
1.GAH, RA 1175, fo.105r (15 april, z.j.), RA 1179, p.527 (1392/93), RA 1180, p.554 (6 apr.1396), RA 1183, fo.46v (1402/03), RA 1186, fo.162r (23 mei 1409), RA 1187, fo.41r (26 dec.1410), RA 1189, fo.44r (31 dec.1414), RA 1194, fo.111r (26 mei 1424), RA 1196, fo.88r (1426/27), RA 1197, fo.87v (20 mrt.1426), fo.344v (1426/27), RA 1199, fo.16r (1429), RA 1200, fo.297r (1429/30), RA 1206, fo.256v (1435/36), RA 1210, fo.112r (1439), fo.136r (1440), fo.166r-167v (24 febr.1440), RA 1211, fo.241r, fo.252r (1440/41), RA 1215, fo.157r, fo.194v (1445), RA 1218, fo.277v (1448), RA 1224, fo.211r (1454); Jacobs, Justitie, 256; GAH, THG 1170 (3 febr.1395), 1173 (21 mei 1395), 1346 (6 juni 1404), 1370 (31 jan.1405), 1402 (14 apr.1406), 1402a (idem), 1466a (1 juni 1409); Hens e.a., Mirakelen, 214 nr.39; Van Rooij, Het oud-archief, II 12 nr.27; OLVB 52, band 0, fo.161r (30 nov.1398); OLVB 49, fo.27v; Bijlage II 1.1, 26.3, 26.4, vgl. 131.9, 264.66.
2.GAH, RA 1186, fo.162r (23 mei 1409), fo.162v-164v (idem), fo.171v-172v (31 mei 1409), fo.231v (1409), fo.279r, fo.327v (1409/10), RA 1187, fo.365r-v (19 mrt.1412), RA 1188, fo.135r (1412/13), RA 1190, fo.262r (23 sept.1417), RA 1194, fo.111r (26 mei 1424), RA 1210, fo.166r-167v (24 febr.1440), RA 1212, fo.192r (1442), RA 1213, fo.86v (1443), RA 1216, fo.53v (4 mrt.1446), RA 1218, fo.288r (23 aug.1448), RA 1220, fo.36v (9 jan.1450), RA 1222, fo.17v (1451/52), RA 1224, fo.343r (8 mrt.1454), RA 1237, fo.84r (23 jan.1468), fo.203r (25 aug.1468), RA 1240, fo.101r (1471), RA 1245, fo.284r (26 juli 1476), RA 1249, fo.179r (28 jan.1480); GAH, THG 1170 (3 febr.1395), 1173 (21 mei 1395), 1370 (31 jan.1405), 1402 (14 apr.1406), 1402a (idem), 1404 (27 apr.1406), 1466a (1 juni 1409), 1545 (18 dec.1413), 1724 (1 aug.1426), 1772 (21 mrt.1429), 1829 (16 apr.1432), 1969 (7 nov.1438), 2283 (21 juli 1453), 2284 (22 juli 1453); Bijlage II 1.4, 1.5, 14.11, 14.38, 14.39.1, 14.39.2, 84.1, 272.5, 310.10, vgl. 5.21.1, 223.12, 223.28, 306.21, 351.5; Van Rooij, Het oud-archief, II 98 nr.355, 99 nr.359, 101-102 nr.367, 103 nr.375, zie ook 32 nr.104, 233 nr.862, 278 nr.1025, 303-304 nr.1115, 312 nr.1145, 352-353 nr.1290; Jacobs, Justitie, 260, 262, 263 (1425/26 moet echter zijn Jacob Govy, niet Jacob Groy), 264.
3.GAH, RA 1190, fo.418v-419v (8 juni 1418), RA 1192, fo.308v (20 febr.1422), RA 1194, fo.220v (19 febr.1424), RA 1197, fo.290r (6 juli 1426), RA 1200, fo.147r (1429), RA 1207, fo.106r (1436), RA 1214, fo.22v (1443), RA 1225, fo.82r (18 juni 1455), RA 1229, fo.127v (1459), RA 1234, fo.254r-v (1465); Bijlage II 14.38, 94.1, 153.1 t/m 153.6, 293.1; Lijten, "Oirschotse zoen-accoorden", 12 (1982) 63-68; Van Rooij, Het oud-archief, II 201 nr.742, 348 nr.1274; APB, St.Jan II, cijnsregister van 1503, p.229, vgl. p.131; APB, St.Jan II, Obituarium, p.82, vgl. p.277; Verwijzing naar notarile akte: GAH, RA 1207, fo.117r (17 aug.1437).
4.Bijlage II 60.27, 153.1, 157.1, 362.1.1; GAH, RA 1178, fo.120v-121r (1389/90), RA 1182, p.421 (1400/01), RA 1183, fo.335r (16 juli 1426), RA 1190, fo.136r (26 mrt.1417), RA 1191, fo.193v (28 nov.1418); Berlire, Inventaire analytique des libri obligationum, 103 nr.905; Analecta Vaticana, VII 495-496 nr.592; Bannenberg e.a., De oude dekenaten, I 83, 169, 245, II 101; Juten, Consilium, 64; Uyttebrouck, Le gouvernement, 418; De Theux, Le chapitre, II 155; Bijsterveld, Laverend, 309, I 370 nr.3218, II 448 nr.149; Gller e.a., Repertorium Germanicum, III 169; RANB, KO 179 (regesten 142 en 143) (3 en 7 nov.1393), KO 323 (regesten 164, 169, 172, 174, 175, 185, 200, 202, 280) (1396-1402, 1423); APB, St.Jan I, officiaalsakte d.d. 3 febr.1424 (insertie: 8 juli 1423); APB, St.Jan II, Obituarium, p.285; Spierings, Het schepenprotocol, 268-269, 272, 273; OLVB 52, band 0, fo.38r (1406/07), fo.148v (1422/23); Jacobs, Justitie, 261-262, vgl. 256; AAT I, 2016 (27 juli 1461); Bormans, "Rpertoire", 14; Poncelet, Inventaire ... Ste.-Croix Lige, clvii; Heer Jacop Groy was waarschijnlijk geen kanunnik van de Bossche St.Jan, vgl. Schutjes, Geschiedenis, IV 233; Jordanus Brant de Straten (cler. Luik, I.L.) stelde op 13 mrt.1348 en 10 apr.1356 notarile akten op in Maastricht en Luik. Hij was in 1356 tevens griffier (sententiarius) en van 1370 tot 1373 zegelaar aan de Luikse officialiteit. Verder was hij kanunnik van de St.Jan en de St.Martinus in Luik en van de St.Odulphus in Borgloon, alsmede absent rector van de kerk van Neerpelt. Hij overleed op 22 okt.1395 in Luik en liet onder meer inkomsten na voor de stichting van een kapel en missen te Oirschot. Naast heer Jacop Groy trad ook Goyart vanden Meervenne omstreeks 1400 als zijn executeur-testamentair op. Zie: Oosterbosch, "Openbare notarissen in het bisdom Luik", I xxiii, 175, II 314, 508; Habets, De archieven, 227-228 nr.201; Lahaye, Inventaire ... Saint-Jean l'Evangeliste Lige, I lix; Nijssen, "Het openbare notariaat", 144; Frenken, Dokumenten, 181, 228-230, 231, 275 noot 19; RANB, KO 323 (regest 164 vv.) (1396-1402); De naam Jorden Brant kwam in Oirschot bijzonder veel voor, zie: RANB, KO (obituarium), 8 febr., 8 apr., 18 apr., 24 juli, 17 okt., 22 okt., 23 nov., 24 nov., 26 nov., 26 dec.; APB, St.Jan II, Obituarium, p.308.
5.Coopmans, De rechtstoestand, 27 noot 79, 29-30, 32, 34; Bijlage II 173.34, 216.3, 272.9, 401.8, zie ook 1.4, 14.39 (Jacop Loyer als getuige bij de stichting van het Zinnelooshuis); Van der Does de Willebois, Studiebeurzen, II 215; GAH, THG 1356 (8 okt.1404); Zie ook: Van Rooij, Het oud-archief, II 148 nr.347; Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, I 439-440.
A.H.P. van den Bichelaer, Het notariaat in Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch tijdens de Late Middeleeuwen (1306-1531) (Amsterdam 1998)