Jacobus de Fine

 
Bichelaer, van den

128. Fine, Jacobus de

Noten
1.Bijlage II 31.5, 31.6, 31.10, vgl. 128.1, 134.3, 134.13, 182.29, 233.1, 236.20, 313.7; Van der Does de Willebois, Studiebeurzen, III 317-320, vgl. 311-316; Vgl.: Van de Laar, "De opkomst", 119 (Lutherse begijn Herswijn vanden Eynde, 1526).
2.RANB, SCO 1, fo.120v-121r (4 mei 1483), fo.115v (28 dec.1513); GAH, RA 1239, fo.277v (5 mei 1470), RA 1265, fo.264v (23 april 1497); Bijlage II 31.5, 31.6, 31.10, vgl. 134.26; Van der Does de Willebois, Studiebeurzen, III 317; GAH, OA, poorterboeken (1475, 1479); Vgl.: Wils, Matricule, II 62 nr.55 Jacobus de Fine de Hoocstraten, Cam. dioc., imm. 20 juni 1459); OLVB 49, fo.34v (dominus Johannes de Fine de Herentals, overl. 1525/26).
3.GAH, RA 1239, fo.277v (5 mei 1470: overdracht van een akte bestemd voor de kerkfabriek van Someren aan Jacop als klerk van Willem vanden Bosch), RA 1244, fo.44v (10 juni 1475), RA 1245, fo.152r (27 juli 1476), RA 1245, fo.152r (27 juli 1476), RA 1246, fo.110v (20 juni 1477), RA 1252, fo.22r (3 april 1483), RA 1261, fo.7r (5 nov.1491), RA 1262, fo.155r (29 febr.1493), fo.380v (26 jan.1493), RA 1272, fo.414v (3 aug.1504); Smulders, "Over het schepenprotocol", 162; Bijlage II notaris: 27.35, 27.36, 31.8, hand: 128.2, 128.5, getuigen: 31.5, 31.6, 31.10, 128.7.2, 128.9, 128.11, 313.11; RANB, SET 2, nr.LXXXV (16 sept.1504), zie ook nr.V (8 sept.1492) en nr.XC; RANB, TCH 344 (1502/03, Byerkens); Door Jacop gecollationeerd afschrift: RANB, HCMM 216 (regest 430) (6 nov.1417); Jacop vanden Eynde wordt door Oosterbosch ook vermeld als notaris te Antwerpen in 1499. De akte waarnaar hij verwijst werd echter niet opgemaakt in het Kartuizerklooster van Antwerpen maar in dat van Vught (akte 128.5), zie: Oosterbosch, "Het openbare notariaat in Antwerpen", II 117 nr.91, III nr.770.
4.RANB, TCH 250 (10 jan.1478), 252 (1 okt.1482), 260 (28 aug.1486), 266 (16 mei 1495), 267 (28 sept.1500), 270 (8 mei 1484), 271.1.2 (21 febr.1488), 300 (9 mei 1476), 301 (17 mrt.1503), 303 (22 mei 1484), 305 (10 febr.1483), 306 en 307 (2 apr.1484), 344 (1478-1507), 345 (1507-1517); Woonhuis en St.Catharinaklooster: Bijlage II 31.5, 31.6, 128.9, 313.11, 313.26; Zie ook: ABH, ZZ, afschriften van kwitanties van Jacop d.d.12 okt.1507 tot 16 mei [1508] door J. de Lou (tweede helft zestiende eeuw).
5.Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, II 63; Bijlage II testament: 31.5, 31.6, getuigen: 128.4, 128.6, vgl. 134.6, meester Marten van Zoemeren: 5.75; Van der Does de Willebois, Studiebeurzen, III 311-316, 319-320; GAH, OA B8 (1497/98), B12 (1502/03), B15 (1505/06), B21 (1511/12) (vgl.: Blondť, De sociale structuren, 143-145, 166-169); GAH, RA 1261, fo.318v (28 aug.1492), RA 1265, fo.220r (1496).
6.Bijlage II 31.5, 233.1; Schutjes II 219-220; Van der Does de Willebois, Studiebeurzen, III 311, 317-320. Hoewel in het testament niet uitdrukkelijk vermeld wordt dat de drie hofsteden in Someren lagen kan dit wel uit een latere aantekening bij het afschrift van het testament worden opgemaakt.
7.RANB, BS 37, p.558-600 (19 febr.1506 vv.), 41, p.749-804 (idem); Bijlage II 31.5, 31.6 (alleen het tweede exemplaar van deze akte bevat ook de kwitantie), 31.10; Schillings, Matricule, III 393 nr.108, 526 nr.206, IV 78 nr.248, 207 nr.21, 288 nr.396; Van Zuijlen, Inventaris, 433, 435, 456; Schutjes, Geschiedenis, V 662, 663, 667; Frenken, "Aanvullingen", 100; Bannenberg e.a., De oude dekenaten, II 318-320; Bijsterveld, Laverend, II 683 nr.3056, 684 nr.3063, 716 nr.3628, 732 nr.3867; Van der Does de Willebois, Studiebeurzen, III 310; Vgl.: Lijten, "Oirschotse zoenaccoorden" 14 (1984) 45, 139, 141.
A.H.P. van den Bichelaer, Het notariaat in Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch tijdens de Late Middeleeuwen (1306-1531) (Amsterdam 1998)