Wilhelmus Colensoen

's-Hertogenbosch - ?

 
Bichelaer, van den

222. Colensoen, Wilhelmus

Noten
1.Jacobs, Justitie, 253-257, 259, 263, vgl.267; Van Rooij, Het oud-archief, 18 nr.53; GAH, RA 1198, fo.129v (22 mei 1428), RA 1199, fo.203v (16 mrt.1429), fo.358v (9 dec.1428), RA 1220, fo.188v (29 jan.1450); Bijlage II 237.11, 318.21, vgl. 237.12 Woltherus dictus de Ourle de naam is mogelijk door de maker van het afschrift niet goed afgeschreven), 306.9; GAH, THG 401 (27 okt.1356), 416 (11 apr.1357); Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, I 387-388.
2.GAH, RA 1199, fo.358v (9 dec.1428), RA 1210, fo.395v (8 juli 1440), RA 1217, fo.453r (3 juli 1447), RA 1220, fo.188v (29 jan.1450), RA 1224, fo.185v (12 febr.1454); Göller e.a., Repertorium Germanicum, I 203-204 nr.1243, VI 556 nr.5466, 580 nr.5697, 600 nr.5874; Juten, Consilium, 47, 73, 95 (vermeldt al in 1405 een dominus Walterus Collini als rector van hetzelfde altaar in Esch); Bannenberg e.a., De oude dekenaten, I 257, II 116, 123; Habets, "Fragment", 252; Bijsterveld, Laverend, 56, 227, I 160 nr.177 (hij was echter geen kanunnik van de St.Jan); Reusens, Matricule, I 245 nr.17.
3.Bannenberg e.a., De oude dekenaten, I 93 (magister), II 102 (dominus ac magister); Hilling, Die errichtung, 194 nr.32; Jaenig, Liber confraternitatis, 94; Göller e.a, Repertorium Germanicum, I 203-204 nr.1243 (Wolterus Colenzoen de Boxtel); AAB II, hs. Kievits, p.11, vgl. p.26; Bijlage II 5.15.1, 5.24, 5.25, 5.92, 60.27; Schutjes, Geschiedenis, IV 240; GAH, RA 1217, fo.341v (1447), fo.453r (3 juli 1447), RA 1220, fo.77r (1450), fo.188v (29 jan.1450), RA 1224, fo.185v (12 febr.1454), RA 1225, fo.24v (1455), vgl. RA 1198, fo.235v (29 juli 1428: land te Boxtel gelegen bij erfgoederen van Wolterus Coelen en Heilwigis, relicta quondam Wolteri Coelen, filia Willelmi sRoeden), RA 1251, fo.254v (1481/82); Bijsterveld, Laverend, I 295 nr.2333, II 678 nr.2956, vgl. 451 nr.179; Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, II 509, 514; APB, St.Jan II, cijnsregister van 1503, p.149; Vgl.: Reusens, Matricule, I 60 nr.3 (Guilhelmus Petri Colosone, Leod. dioc. imm.1444).
4.AAB II, hs. Kievits, p.10, p.11, vgl. p.8; Bijlage II 396.3; APB, St.Jan II, Obituarium, p.243, p.438, p.490; Schutjes, Geschiedenis, IV 240; Heer Wouter: AAB II, hs. Kievits, p.21 (wat het kanonikaat in Luik betreft verwart Kievits hem misschien met zijn eerdere naamgenoot); Schutjes, Geschiedenis, IV 248; Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, II 438; APB, St.Jan II, Obituarium, p.117, p.405; Munier, "Uit de correspondentie van een Nederlands curieprelaat", 14 nr.4 (brief van meester Willem van Enckenvoirt senior (zie nr.112) aan Gerardt Michiels d.d. 12 juni 1517: "Vander doet saligen heer Wolter Colensoen is yegelyck geaviseert geweest, sonder ick. Stalknechts crygen brieven ... "); Meester Claes: Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, II 559-560, III 532-533, vgl. III 190, 229, 493-494; Vgl.: Jacobs, Justitie, 267.
A.H.P. van den Bichelaer, Het notariaat in Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch tijdens de Late Middeleeuwen (1306-1531) (Amsterdam 1998)
 
Literatuur en bronnenpublicaties

Jan van Oudheusden en Harry Tummers, De grafzerken van de Sint-Jan te 's-Hertogenbosch (2010) I. 40

n: vermelding in een voetnoot