Jan Bacx

? - 22 juli 1552

 
Bichelaer, van den

27. Bax, Johannes - (de Herentals)

Noten
1.Van Sasse van Ysselt, "Genealogie", 1-2; Goeree, De kroniek, 478-480; GAH, RA 1268, fo.16r-v (4 jan.1500), fo.268r (26 mrt.1500); Bax was - althans van vaderszijde - waarschijnlijk niet verwant aan de Guillaume Back ou Backs uit Den Bosch die wordt vermeld als raadsheer van Brabant in 1515, zie: De Ryckman de Betz e.a., Armorial, II 504-505. Wel zou volgens de stamboom zijn moeder Alida Back hebben geheten; Een Henricus Bacx was vanaf 1495 onderpastoor van het Antwerpse Begijnhof en stelde daar in 1497 als notaris ook een testament op (cler. Luik, A.), zie: Oosterbosch, "Het openbare notariaat in Antwerpen", II 68 nr.54, III nr.755.
2.Bijlage II 27.1, 27.2, 268.6, 268.7, 309.2 (hand: passim); GAH, RA 1271, fo.293v (jan.1503); GAH, OA B14 (1504/05), B16 (1506/07), B26 (1516/17), GAH, IVR 416 (1502/03), 422 (1529/30); OLVB 46/47; OLVB 52, band 6, fo.174v (1503/04), band 7, fo.108v (1508/09), fo.190r-v (1509/10), fo.240r-v (1510/11), fo.294r (1511/12), fo.326v, fo.338r (1512/13), band 9, fo.1r, fo.22r, fo.36r (1513/14), fo.72r (1514/15), band 10bis, fo.37r (1525/26); Van Dijck, De Bossche optimaten, 453; Door Jan Bax geschreven of gecollationeerde afschriften van notariële akten (1365-1519): Bijlage II 5.90, 27.6, 27.35, 50.7, 43.9, 60.11, 113.1, 128.10, 166.1, 179.2, 182.1, 223.10, 246.10, 272.39, 272.42, 238.5, 264.25, 338.3, 350.3, 353.20, 362.8.
3.Boeree, De kroniek, 480; GAH, GBW 1162 (1515/17-1524/25); GAH, BHS 35 (1520/23), 36 (1527/31); GAH, Clarissen 43, fo.80r-82r, fo.207r-273r, fo.275r-280r, 44, fo.1r-83r, fo.141r-189r, 55 (1507).
4.APB, St.Jan II, passim; Glebbeek, "De kerkfabriek", 199; Mosmans, "Over de nalatenschap", 242 (vgl. Bijlage II 27.22); Bijlage II 5.104, 27,14, 182.14 (in dorso: "gequeeten, prout in libro Joannis Bacx"), 369.3; APB, St.Jan II, brieven van Boest.
5.APB, St.Jan II, brieven van Boest. Meester Ghijsbrechts advies kwam overeen met het advies dat Durantis voor dit soort zaken geeft, zie hoofdstuk II, § 2.
6.ARAB, RK 5347 (1529/30); Gachard e.a., Inventaire, II 96; De Hingh, "Studie", 35-36, 57; Boeree, De kroniek, 480-481; Van der Ree-Scholtens, De grensgebieden, 14; Van der Velden, "Het abbatiaat", 101-102; RANB, Coll.CV 1554; GAH, IVR 422 (1534/35); GAH, THG - (28 mei 1533); GAH, OA B36 (1529/30) t/m B48 (1541/42); OLVB 52, band 10, fo.275v (1523/24), band 10bis, fo.240r (1528/29), fo.336v (1529/30). Dat juist zwanen werden geschonken is mogelijk een herinnering aan de vermeende afstamming van de eerste Brabantse hertogen van de zwaanridder, vgl.: Van Lith-Droogleever Fortuijn, Sanders, Van Synghel, Kroniek, 7-8. Van Dijck meent van niet, zie: Van Dijck, De Bossche optimaten, 180-187.
7.Bijlage II 27.4, 27.22.2, 27.26, 27,28, 27.30; GAH, GG 3266 (17 april 1534); Goeree, De kroniek, 480-482; Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, II 150-152; GAH, OA B7 (1496), B11 (1501/1502), B12 (1502/03), B14 (1504/05), B15 (1505/06), B16 (1506/07), B17 (1507/08), B21 (1511/12), B22 (1512/13) (Achter het Wild Varken), B59 (1552/53) (blok Kerkstraat); Vgl.: Blondé, De sociale structuren, 13, 143-145, 155-157, 166-169, 202.
8.Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, II 150-151 (familiereconstructie niet geheel correct); Van Sasse van Ysselt, "Genealogie", 2-3; Boeree, De kroniek, x-xiv, 478-484; Van Dijck, De Bossche optimaten, 453; Van Oirschot, Middeleeuwse kastelen, 63; OLVB 49, fo.36v; Smits, De grafzerken, 219 nr.210.
9.GAH, OA B59 (1552/53, blok Kerkstraat); OLVB 52 (rekeningen 1547/48 t/m 1558/59); Glebbeek, "De kerkfabriek", 199 (vermeld vanaf 1553, volgde vermoedelijk zijn broer op in 1549); GAH, BHS 38 (1556/57); GAH, GBW 518, fo.246r-v; ABH, ZZ 334-1; Van der Velden, "Het abbatiaat", 101; OLVB 49, fo.20r, fo.39r-v; Cuypers-Van Velthoven, Documents, I 308-311; Verreyt, "Iets over Johan, Paulus en Marcelis Bax", 627-636; Boeree, De kroniek, 481-484; Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, I 248-249; Van de Meerendonk, Tussen Reformatie en Contra-reformatie, 82-83; Venner, "De beeldenstorm", 184, 190, 192, 194; Van Oirschot, Middeleeuwse kastelen, 81-82; Pirenne, 's-Hertogenbosch, 185-186, bijlage 3.
10.Schillings, Matricule, IV 681 nr.298, vgl. 712 nr.127; Boeree, De kroniek, vii-viii, xiii-xiv, 484-485; Hermans, Verzameling, 399-434; Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, II 152; Pirenne, 's-Hertogenbosch, 21-22, 36; Verreyt, "Iets over Johan, Paulus en Marcelis Bax", 627-636; Boeree, De kroniek, 481-484; Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen, I 248-249; Pirenne, 's-Hertogenbosch, 21-22, 36, 75-76; Smits, De grafzerken, 219 nr.210.
11.Van Oirschot, Middeleeuwse kastelen, 63; Boeree, De kroniek, vii-viii, xiii-xiv; Tjaden, "De reconquista mislukt", 255-257; Idema Greidanus, "Genealogie", 15-17, 21; Van Gurp, "Bossche migranten", 53, zie ook 44-46.
A.H.P. van den Bichelaer, Het notariaat in Stad en Meierij van 's-Hertogenbosch tijdens de Late Middeleeuwen (1306-1531) (Amsterdam 1998)
 
Genealogie
 
Literatuur en bronnenpublicaties

Lucas G.C.M. van Dijck, Van vroomheid naar vriendschap (2012) 52-53

Jan van Oudheusden en Harry Tummers, De grafzerken van de Sint-Jan te 's-Hertogenbosch (2010) II. 96-99

L.P.L. Pirenne, 's-Hertogenbosch tussen Atrecht en Utrecht (1959) 166, 185, 222

A.F.O. van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch (1910) II. 151

Anton Schuttelaars, Heren van de raad (1998) 271, 373, 375, 376, 474, 493

C.F.Xav. Smits, De grafzerken in de kathedrale Sint-Janskerk van 's-Hertogenbosch (1912) 219

Taxandria (1907) 41; (1936) 302

n: vermelding in een voetnoot