Anna van Asseldonck

's-Hertogenbosch doop 16 juli 1600 - Brussel 6 oktober 1638

 
Biografie

Anna van Asseldonck (1600-1638)

Op 21 maart 1617 kochten de ouders van Anna van Asseldonck, Cornelis van Asseldonck Jansz. en Elisabeth Hendricksdr. Gehuyschen, het stevig gebouwde ´huis van Nuenen´ in de Windmolenbergstraat in ´s-Hertogenbosch. (Het gebouw werd reeds lang geleden gesloopt). Bij hun dood gingen de eigendomsrechten over op hun zoon Jan die priester werd en op hun vrome dochter Anna (die in Erp geboren was). Wegens de steeds dreigende inname van de stad door de Staatse troepen hadden de ouders de bedoeling om ´s-Hertogenbosch te verlaten, hoe dierbaar de stad hun ook was. Eerst hadden ze aan de ontvanger der fortificatiewerken een deel van hun bezit verkocht ´geemployeerd tot fortificatie deser stadt ende breydinge des wals aldaer´. Op 3 februari 1628 lieten ze het huis verkopen door bemiddeling van een lasthebber, ze hadden de stad toen reeds verlaten. Jan van Asseldonck werd kanunnik van de collegiale kerk St. Goedele te Brussel en stierf vóór 1638.
Anna van Asseldonck ging wonen in het Groot Begijnhof te Leuven, zonder begijn te worden. Daar heeft ze haar laatste wilsbeschikking opgesteld op 16 juli 1638. Ze stierf op 6 oktober en werd in de begijnhofkerk begraven, vlak vóór de preekstoel. Bij de opening van haar testament bleek dat ze vijf beurzen naliet voor ´knechtkens´ die hun secundair onderwijs wilden voltooien, eventueel daarna filosofie en theologie zouden studeren. Voor de ´ambachtsgasten´ (de jongens die beroepsstudies wilden aanvangen) kon de beurs slechts vier maal uitgereikt worden. Ze liet acht beurzen na voor ´meijskens die wilden leeren lesen, scrijven, nayen, spelwerck maecken off andere vrouwe hantwerck´. Bovendien voorzag ze een legaat van 2000 gulden om een juvenaat te bouwen, waar die meisjes zouden hebben ´slapinghe, vier ende licht, potagie ende cleijn bier voor de dorst´. De meisjes die begijn wensten te worden, konden in dat ´alimentatiehuys´ voorlopig verder van hun beurs blijven genieten.
Als provisoren van haar stichting stelde Anna van Asseldonck twee heren aan. De éne was haar neef Hendrik Hornkens. Hij was pastoor van de St.-Geertruikerk te Leuven. (Deze kerk van de St.-Geertrui-abdij bezat in ´s-Hertogenbosch op de Spinhuiswal 1 een refugiehuis dat gebouwd werd door Abt Petrus Was in de tijd dat Maarten van Rossum brandschattend in Brabant rondtrok. De paters Augustijnen van die abdij, de reguliere kanunniken van St. Augustinus, bedienden de parochies van Helvoirt en Oisterwijk. Petrus Was is pastoor van Helvoirt geweest van 1515 tot 1527, waarna hij tot abt in Leuven werd gekozen). Misschien was de aanwezigheid van haar neef dat de reden dat Anna in Leuven is gaan wonen. De andere provisor was Hendrik Venneus, geboren in Bakel en pastoor van het Groot Begijnhof in Leuven.
Anna van Asseldonck had in haar testament deze provisoren vrijgelaten de plaats uit te kiezen waar het ´alimentatiehuys´ opgericht zou worden, ´maer evenwel altijt op een Beggijnhoff in stede daer de Catholicke Religie gehouden wordt: Ende dat Godt gaeve de Stadt shertogenbossche wederom Coninx worde, begeire dat dese burse ende alimentatie sullen getransporteert worden ende gesteld aldaer opden Beggijnhoff´. (´s-Hertogenbosch kwam echter niet terug onder het gezag van de Spaanse koning).
De vrees die Anna Koesterde om Leuven als vestigingsplaats van haar convent te duiden was niet zonder grond, aangezien ze in haar laatste levensjaren de belegering van Leuven door de troepen van Frederik-Hendrik meemaakte, terwijl de verdediger van de stad alweer (zoals in 1629 in ´s-Hertogenbosch) Schets van Grobbendonck was (in 1635); deze aanval werd echter gemakkelijk afgeslagen.
Het ´alimentatiehuys´ kwam klaar in 1641 (Groot-Begijnhof te Leuven nr. 27), zes traveeën breed en twee bouwlagen hoog. Aangezien in de Franse tijd het hele begijnhof werd geseculariseerd behoort het huis nu niet meer tot de stichting. Maar het staat nog steeds overeind, is gerestaureerd en dient nu, zoals andere huizen en conventen, tot onderkomen van studenten en docenten.
De beurzen die Anne van Asseldonck d.d. 16-7-1638 stichtte voor humaniora, filosofie, theologie en voor meisjes-beroepsstudies waren bestemd voor arme ouderloze bloedverwanten, arme bloedverwanten, arme wezen van ´s-Hertogenbosch, Erp, Veghel, St.-Oedenrode, uit de meierij van ´s-Hertogenbosch, wezen uit dezelfde gemeenten en andere arme wezen. Nog ieder jaar wordt een beurs uitgereikt. Al met al heeft de Stichting van Anna van Asseldonck de tijden getrotseerd, zowel op het monumentale als sociale vlak.
Bronnen
F.A. Lefever, '´Leuvense´ studiebeurzen voor Noordbrabantse jongelui' in: Boschboombladeren 28 (1982) 39-43
Ton Vogel, december 2013
 
Brabantse biografieën

Anna van Asseldonck (1600-1638)

vrome weldoenster

14
15
16
17
Bronnen
H. Bots, J. Matthey en M. Meyer, Noordbrabantse studenten, 1550-1750, Tilburg 1979
Adolphe Everaerts, Reducil de tombes epitaphes à Louvain dans ses Environs 1, 208
Fondations des bourses d'etudes 2: Brabant, Fondation Anna van Asseldonck, 365-382
Nieuw Nederlands Biografisch woordenboek 8, Amsterdam 1974, 35
W.A. Olyslager, Het Groot Begijnhof van Leuven, Leuven 1978
Christian Quix, Beitrage zur Geschichte der Stadt und des Reichs von Aachen 2, Aken 1938
Pater G. van den Elsen heeft veel informatie over de afstammelingen van Anna van Asseldonk verzameld. Deze berusten in het archief van de abdij van Berne, onder de naam 'Asseldonck-protocollen'.
M.M.P. van Asseldonk in 'Brabantse biografieën' 4 (1996) 14-17
 
Artikelen
1996

M.M.P. van Asseldonk

Anna van Asseldonck (1600-1638) : vrome weldoenster
Brabantse biografieën 4 (1996) 14-17
 
Literatuur en bronnenpublicaties

M.M.P. van Asseldonk, 'Anna van Asseldonck (1600-1638)' in: Brabantse biografieën 4 (1996) 14-17

n: vermelding in een voetnoot