afb. A.F.A.M. Wetzer, 19 april 2008

Woonhuis

architect: J. van Dillen
bouwjaar: 1940
locatie: Baselaarsstraat 2

 
Architectuur

Baselaarsstraat

architect: J. van Dillen
bouwjaar: circa 1935-1940

De woningen zijn zowel qua ligging als qua architectuur uniek voor de stad. De hoog opgaande gemetselde gevels, de sterk hellende lessenaarsdaken en de aanbouw van woningen tegen de blinde muur van het achtergelegen Psychiatrisch Ziekenhuis Reinier van Arkel (in de achtergevel waren geen ramen toegestaan!), geven de bouwblokken een markant aanzien. De gehele detaillering is evenwichtig zoals blijkt uit de plaats en de afmetingen van de in de gevels geplaatste stalen kozijnen, nog versterkt door de toegepaste kleuren. Het totale complex vertoont mede daarom een helderheid die zich goed voegt in de afwijkend vormgegeven omgeving.
Architectuurgids 's-Hertogenbosch (4)
 
Rijksmonument

Baselaarsstraat 2

Inleiding

Groep van vijf vrijstaande, in detaillering identieke, woningen die de licht gebogen vorm van de Baselaarsstraat volgen en een omlopende hoekbebouwing in de Bethaniëstraat hebben. De woningen zijn ontworpen door de architect J.J. van Dillen (architect van de Bossche Godshuizen), dateren uit 1933 en hebben een Functionalistische vormgeving. De achtergevels van de als een soort muurhuizen uitgevoerde woningen is grotendeels blind omdat deze ook een functie hadden als deel van de ommuring van het terrein van de psychiatrische inrichting Reinier van Arkel. Dit verklaart tevens de hoge tuinmuren. Nummer 2 diende oorspronkelijk als woning voor de architect die de omlopende hoekbebouwing aan de Bethaniëstraat ontwierp als kantoorruimte voor hemzelf.

Omschrijving

De onderkelderde woningen van twee bouwlagen met een zolderverdieping zijn alle gebouwd op een rechthoekige grondslag onder een met dakleer bedekt lessenaardak met een fors overstek aan de voorzijde en een klein aan de achterzijde. Ze hebben gevels in schoon metselwerk van een imitatie-handvorm baksteen, gemetseld in kettingverband met een iets terugliggende voeg. De markante huizen zijn merkwaardig geproportioneerd door de hoge maar ondiepe vorm die ze hebben. De onderlinge samenhang wordt vergroot door de tussenliggende tuinen die verder ook aan de voorzijde van de woningen een smal oppervlak innemen en de duidelijke omgrenzing daarvan door middel van een lage muur aan de voorzijde en een hoge muur aan de achterzijde. De lage steense tuinmuur aan de voorzijde loopt over de gehele lengte van de bebouwing door en heeft een ronde ijzeren staaf aan de bovenzijde en hardstenen hoekblokken bij de ingangen van elk huis.
Elk woonhuis telt vier asymmetrisch ingedeelde traveeën en heeft de zijkanten een éénlaags uitbouw onder een met leien gedekt lessenaardak. Deze uitbouwen fungeren als serre of als berging met rondboogingang. De vensters op de begane grond en de verdieping zijn alle recht gesloten en hebben, met uitzondering van het kleine venster naast het balkon, een betonnen latei. De overige vensters hebben een hanenkam aan de bovenzijde. Alle vensters zijn voorzien van stalen kozijnen en ramen met blauw geschilderde roedenverdeling. De vensterafzaten op de begane grond zijn voorzien van zwart geglazuurde tegels. Elk huis heeft een van een ijzeren hekwerk voorzien verdiepingsbalkon op betonnen overstek oven de ingang. De voordeuren zijn houten paneeldeuren met een twaalfruits roedenverdeling in het bovenlicht.
Boven de voordeuren en de balkons bevinden zich polychrome geglazuurde reliëfs met onder meer een zonnebloem (2), een uil (4), een bloem (6), de Heilige Geest (8) en een bloem (tulp)(10). De bebouwing van nummer 2 is in detaillering gelijk aan de overige woonhuizen maar wijkt hiervan in opzet af door de in het linker gedeelte van de voorgevel geïntegreerde, omlopende hoekbebouwing naar de Bethaniëstraat. Deze is éénlaags van opzet en heeft een met leien gedekt zadeldak. De vensters zijn hier kleiner van vorm maar hebben wel stalen kozijnen en roedenramen. De ingang wordt gevormd door een opgeklampte rondboogpoort. Nummer 10 heeft een vernieuwde uitbouw aan de rechterzijde. De achtergevels van de huizen zijn per huis, op twee rijtjes van vijf glasstenen na, blind uitgevoerd. Alle huizen zijn voorzien van een betegelde entreehal met tochtdeur. Via een korte gang zijn de keuken, de woonkamer, de trap en de dwarsgang bereikbaar. Als gevolg van de smalle vorm van de huizen liggen alle kamers aan de voorzijde en worden deze aan de achterzijde ontsloten door een smalle gang. De trappartijen in de zijgevels worden verlicht door een dubbele rij met sterpatronen geornamenteerde glasstenen. De deuren en omlijstingen zijn nog grotendeels origineel. De kamers en gangen hebben vloeren van houten planken. De kapbalken zijn doorgetrokken tot buiten de gevel en dragen zo het overstekende dak. Intern zijn de plafonds van de verdieping en de kap bij een renovatie in 1996 verlaagd.

Waardering

De woonhuizen zijn van algemeen belang. De panden hebben cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van zowel de stedenbouw in het Interbellum als typologische ontwikkeling van het woonhuis in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Ze hebben architectuurhistorische waarde vanwege de ongebruikelijke en markante proportionering, vanwege de kwaliteit van de functionalistische vormgeving en vanwege de plaats die ze innemen in het werk van de architect J.J. van Dillen. De woonhuizen hebben ensemblewaarden vanwege de onderlinge samenhang die ze bezitten en de relatie met de gebogen vorm van de Baselaarsstraat en de achterliggende bebouwing van Reinier van Arkel. Het geheel van huizen, tuinmuren en tuinen is gaaf bewaard gebleven.
Rijksdienst voor de Monumentenzorg 2004
 
Artikelen
2008

Erwtenman

Oude villa's van hoge heren
Brabants Dagblad vrijdag 13 juni 2008