Het Broodhuis, het Vleeschhuis en het Gewandhuis

Pensmarkt

 
Bouwhistorie

De hallen

288
289
A. van Drunen, 's-Hertogenbosch van straet tot stroom (Zwolle - Zeist 2006) 288-289
 
Sasse van Ysselt

Het Broodhuis; het Vleeschhuis en het Gewandhuis

528
529
530
531
532
533
534
535
Noten
1.Hij schonk dit huis aan de Tafel van den H. Geest te den Bosch, die het in 1506 (Reg. n 101 f. 135 vso) verkocht aan Steven van Ellaer Stevenszn.
2.Jac. van Oudenhoven deelt dit handvest t.a.p. in zijn geheel mede.
3.Bedoeld zal zijn der Markt".
4.Bedoeld is de eerste verdieping, zooals blijkt uit eene andere plaats van Van Heurn's Beschrijving en uit eene Bossche Schepenakte van 1559, waarin sprake is van een huis onder de Korte Kamers.
5.Dit is te zeggen: de Korte Kamers, die zich daar ter plaatse bevonden.
6.Wij zouden thans zeggen: ,,boven het plafond."
7.N.l. die, welke daar ter plaatse stonden.
8.Het huis, dat zij daarbij kreeg, was het huis de Dom, later de Samson genaamd, thans genummerd Markt 2. Zie Taxandria XI p. 129. Hare zuster was Aleid Colen, huisvrouw van Leonard Wyers.
9.Hij heet in eene Bossche Schepenakte van 1543 (Reg. n 166 f. 151) Jan, zoon van Jacob Heer Janszn. Hij kocht daarbij van Goeswinus Heeren, zoon van Goeswinus Heeren, den zoon van Jan Heer, slachter en Agnes, c.s. eene bouwhoeve te Belveren, onder Haaren, terwijl Jan Strick Claeszn toen daarbij van dezelfden kocht: scampum, situm in macella opidi de Buscoducis, insuper quondam stallum, dictum vleeschbanck, situm in dicto macello, door Agnes weduwe van genoemden Jan Heer gekocht geweest.
De voorname Huizen en Gebouwen van 's-Hertogenbosch III (1910) 528-535
 
Literatuur en bronnenpublicaties

Jan Sanders, Kroniek van Molius (2003) 157

M.H.M. Spierings, Het Schepenprotocol van 's-Hertogenbosch 1367-1400 LIX (1984) 8, 27, 50, 266, 268-274

Aart Vos, 's-Hertogenbosch : De geschiedenis van een Brabantse stad 1629-1990 (1997) 48

n: vermelding in een voetnoot