Peeters

15. De westtoren


401
402
403
404
405
406
407
408
409
410
411
412
413
414
415
416
417
418
419
420
421
422
423
424
425
426
427
428
429
430
431
Noten
1.Wichmans, 860; Van den Leemputte, 779.
2.Zie hiervóór p. 19.
3.Van Sasse van Ysselt 1911-1914, II, 379-380; Van der Vaart 1968, 405-408.
4.Voor deze werken aan het orgel: Mosmans 1931, 151; Vente 1942, 140.
5.Van Zuylen I, 403.
6.Vgl. Mosmans 1931, 151.
7.'....doen die peere ontsteken was van den donder...'. Hezenmans 1866, 245 n. 1.
8.Cuperinus, 394; Mosmans 1931, 432-434.
9.Van Zuylen II, 1071.
10.Ibid., II, 1245.
11.Mosmans 1931, 452.
12.Mosmans 1931, 459; ophovius, 30.
13.Rek. 1629-1630, f 80v, 84v-85r.
14.Rek. 1630-1631, f 67r.
15.Rek. 1631-1632, f 81r.
16.Rek. 1632-1633, f 76r, 78r.
17.Rek. 1633-1634, f 81r.
18.Rek. 1636-1637, f 79r.
19.Rek. 1640-1641, f 81r.
20.Rek. 1642-1643, f 107v.
21.Rek. 1656-1657, f 85v-86r.
22.Rek. 1657-1658, f 85r, 98.
23.Rek. 1670-1671, f 115, 128v.
24.Rek. 1671-1672, f 83v.
25.Rek. 1686-1689, f 323v.
26.Rek. 1702-1703, f 113v, 114r en 126v.
27.Rek. 1736-1737, f 100v, 102r, 104-105.
28.Rek. 1737-1738, f 102, 103v-104r, 108r.
29.Van Heurn IV, 80.
30.Van Zuylen III, 1718.
31.Rek. 1744-1745, f 63r.
32.Rek. 1753-1754, f 68r en 69v.
33.Rek. 1760, f 73v.
34.Rek. 1764, f 74v.
35.Rek. 1784, f 101v en 102r.
36.'Peeter Peeters [de koster] voor papier stiffsel ende bleck tot de lanteeren in den tooren alsmen victorie branden' (Vrede van Munster), Rek. 1647-1648, f 96v; 'voort uuthangen en van de lantaernen aen St. Jans Thooren alsmen victorie branden' (Vrede van Breda), Rek. 1666-1667, f 75v.
37.Van Zuylen III, 1946; ga, Resolutien van stadsregering A 132: 8 mei 1759, f 180.
38.Hezenmans 1899, 533.
39.Ibid., 599.
40.GA, Politierekeningen 1801, Rendant C. Coppens.
41.Ibid.
42.GA, Notulen van den Raad der Stad 's-Hertogenbosch 1830, f 91v-92.
43.Een exemplaar is bewaard in het GA bij de notulen van B. & W. over 1830.
44.GA, Staat en begrooting over het Jaar 1831, N 29 i.
45.Provinciaal Almanakje 1832.
46.Tek.-Arch. St. Jan nrs. 7 en 927.
47.GA, Geregistreerde Akten 1842.
48.GA, Verslag van de stad 's Hertogenbosch 1842.
49.KA, Rek. 1848, f 17v.
50.GA, Verslag van de stad 's Hertogenbosch 1861, 29.
51.GA, Verslag van de stad 1862, 33.
52.Archief Gemeentewerken 's-Hertogenbosch, genummerd 12311 en tevens 152.
53.GA, Verslag van de stad 1864, 39.
54.GA, Verslag van de stad 1866, 48.
55.GA, Verslag van de stad 1867, 18.
56.GA, Archief Gemeentewerken, nr. 165/K, 17 augustus 1869.
57.Zijn brief in GA, Archief Gemeentewerken, nr. 201/K, 17 september 1869; de tekening zelf niet in GA, maar bij Gemeentewerken, genummerd 12311, nog niet de definitieve, want met andere oplossing voor de wijzerplaat, in de balustrade opgenomen; verder aldaar drie bladen met plattegronden en doorsneden van de bovengeledingen, niet van het beganegrondse.
58.GA, Archief Gemeentewerken, nr. 31/7.
59.GA, Notulen van de gemeenteraad, 15 maart 1870, 50.
60.GA, Notulen van de gemeenteraad, 25 april 1870, 60-61.
61.GA, Archief Gemeentewerken, nr. 44/m.
62.GA, Archief Gemeentewerken, respectievelijk nrs. 102/n en 123/n.
63.GA, Archief Gemeentewerken, nr. 119/0.
64.Verslag van de gemeente over 1872.
65.GA, Archief Gemeentewerken, nr. 76/p.
66.Verslag van de gemeente over 1873, 23.
67.Verslag van de gemeente over 1874, 32-33.
68.GA, Notulen van de gemeenteraad 1875, 101; Verslag van de gemeente over 1875, 28-29.
69.GA, Notulen van de gemeenteraad 1875, 125.
70.Verslag van de gemeente over 1876, 54.
71.Verslagen van de restauratie over 1879 en 1880 in het archief van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist; Dagboek van de restauratie mei 1880 - december 1932 in de Bouwloodsen van Sint Jan.
72.ARA, Dep. Binnenl. Zaken; afschrift in Cuypers' Brievenboek in het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst te Amsterdam.
73.HPG 1853, 22-29.
74.Brief van de Commissie in ARA, Dep. Binnenl. Zaken.
75.ARA, Dep. Binnenl. Zaken.
76.In extenso afgedrukt in Bull. KNOB 1973, 119-127.
77.Tekeningen in Tek.-Arch. van St. Jan, nrs. 1 en 894-B; Bull. KNOB 1973, 142 en afb. 15.
78.Mosmans 1931, 542-543.
79.Verslag van de gemeente over 1897, V, 6.
80.Deze beschrijving is op 26 februari 1975 als typoscript in een aantal exemplaren vermenigvuldigd om diensten te bewijzen bij het bouwkundig en bouwhistorisch onderzoek en bij het opstellen van een restauratieplan.
81.Restauratieverslag 1881 in archief Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist.
82.'De Grooten Tooren voor tegen de Kerk als meede de Lieve Vrouw Capel van buyten af te cappen en te bepleysteren en den Tooren van buyten met nieuwe facken Leyje Dak te vernieuwen ƒ 5.110,-'. Artikel 3 van een begroting van 17 januari 1817 voor reparaties aan de kathedraal. Map in rood genummerd 1 in KA. Brief van Hezenmans, 13 mei 1908, in GA, archief Mosmans, doos nr. 19; Mosmans 1919, 54, n. 2; Restauratieverslag mei 1880 (archief Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist); mosmans 1931, 166. Hij heeft ten onrechte de traceringen van een restauratieontwerp voor de toren, uit de zestiger jaren, vermoedelijk 1869 (Archief Gemeentewerken, nr. 12 311), als de originele middeleeuwse beschouwd.
83.Restauratieverslag 1880; Dagboek van de restauratie 1880: nota van 15 november over de vondsten van april, met schetsen.
84.Zie vorige noot en Mosmans 1931, 32, afb. 15.
85.Vgl. Mosmans 1931, 34, afb. 17.
86.Ibid., 26, afb. 11.
87.Tekening van C. Peeters uit 1863; maquette van Frans Donkers uit 1839-1840 in het Noordbrabants Museum; reconstructie Mosmans 1931, 35, afb. 18.
88.Hermans 1853, 8; uit zijn p. 7 blijkt, dat hij met die galmgaten die in de gotische bovenbouw bedoelt.
89.Hezenmans 1866, 18.
90.Mosmans 1931, 62, afb. 33.
91.Conditien voor het schoonmaken der kerken 1 mei 1767-30 april 1773, KA, Map Bestekken onderhoud der kerken.
92.Mosmans 1919, 52-67.
93.Ibid., 56; Mosmans 1931, 31; Van de Laar 1980, 138-139.
94.Vgl. Mosmans 1931, 26, afb. 11, en 28, afb. 12.
95.De observaties van de kapconstructie van de Sint Janstoren en de hierna nog volgende over die van de toren van de kerk van Boxtel zijn grotendeels ontleend aan een Documentatierapport van juni 1975 door G. Berends en A.A.M. Warffemius van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te Zeist.
96.Mosmans 1919, 64; Mosmans 1931, 35, afb. 18.
97.Voor de toren van Vossem en andere Brabantse torens zie Lemaire 1906, 109-110, 92-94, 100, 136.
98.Smits 1907, 19; Mosmans 1931, 28.
99.H. Kisky, Kempen, Rheinische Kunststätten IV, 1955/1956; trude cornelius, 'Der Wiederaufbau der Propsteikirche in Kempen', Der Niederrhein 1953, 112-117.
100.Smits 1907, 19; Mosmans 1931, 27.
101.Cuperinus, 40.
102.Lemaire 1906, 92-94, 100, 109-110; Leurs 1922, 69.
103.Mosmans 1919, 55.
104.Mosmans 1931, 86, n. 11.
105.F. Vermeulen, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 3 december 1931, mede op grond Van Zylius, 14.
106.Smits 1907, 86.
107.Leurs/Smits 1920, 218-219. Plebaan van Susante opperde de veronderstelling, dat de betrekkingen tussen de gotische klokkenhuizen van Boxtel en Den Bosch samenhangen met bemoeienissen van Alardus Baillart of Balyart, die in 1496 deken was van het kapittel van Boxtel en in 1507 deken van het kapittel van de Sint Jan in Den Bosch; hij overleed in 1520 (Schutjes, 249). De bouwdatum van-de Boxtelse klokkenverdieping is inmiddels te preciseren door een acte in het Boxtelse schepenprotocol van 15 juni 1491, geldelijke transacties van de kerkmeesters behelzende om het metselen en timmeren van de 'ommeganck van den hogen thore' te kunnen bekostigen. P.Th.A. Dorenbosch, De Boxtelse St.-Petrus, Eerste Boek, Boxtel 1983, 175-183 en 232-234.
108.Leurs/Smits 1920: uit 1487.
109.Smits 1907, 38-39.
110.Mosmans 1931, 163-165.
111.G. Roosegaarde bisschop, 'Wijzerplaten aan oude gebouwen', Bull. KNOB 1965, 150.
112.Het Schetsenboek van Hendrik Verhees, bewerkt en uitgegeven door J. van Laarhoven, 's-Hertogenbosch 1975, 11.
113.Waarnemingen vastgelegd in de Notulen van de bouwvergaderingen, Jaarverslagen van de restauratie (archief Bouwloodsen), opmetingen van hoofdopzichter J. Boumans en opzichter J. Meijs en foto's van A. Zeeuwe.
114.Documentatie over het verloop van de tweede restauratie: Notulen van 41 bouwvergaderingen (archief Bouwloodsen); jaarverslagen van de restauratiewerken aan de Gemeentetoren over de dienstjaren 1976-1982 (archief Bouwloodsen); foto's en bouwtekeningen (archief Bouwloodsen en Rijksdienst voor de Monumentenzorg); Rapport betreffende het onderzoek naar de gebreken van de westtoren nabij de St. Jan te 's-Hertogenbosch (Architektenburo H.E. Teering-A.v.d. Laar b.v.), 's-Hertogenbosch 1976 (typoscript in fotocopieën tot meer exemplaren vermenigvuldigd); De Sint Janstoren, 1982.
115.Creosoot-olie: een destillatie van steenkoolteer voor het impregneren van hout om dit te verduurzamen.
116.Mosmans 1929, 183-186; Van Balkom, 6 en 11: de Grimme woog 7000 pond en uit haar was de klokkenspijs afkomstig van de grote Notemanklok van 1642.
117.Pieter van Oss, Kroniek over de hertogen van Brabant en over de stad 's-Hertogenbosch, Bibl. Prov. Gen. Hs 339a, f 189v.
118.Gerrits 1971, 61; Van Balkom 1982, 7.
119.Lehr 1971, 163.
120.Van Zuylen, 1, 403.
121.Mosmans 1931, 396-397.
122.Van Oudenhoven, 94.
123.De Jong/Lehr/De Waard 1967; Van Sasse van Ysselt 1925, 45; Mosmans 1931, 161.
124.Van Sasse van Ysselt 1925, 46.
125.Ibid., 46; KA, Rek. 1636-1637, f 79r.
126.De Jong/Lehr/De Waard 1967.
127.Rek. 1637-1638, f 77v, en ook vaste posten in volgende rekeningjaren.
128.Rek. 1636-1637, f 93.
129.Rek. 1640-1641, f 90r-94v.
130.Rek. 1640-1641, f 74v: 'Totaal 11 860 pont [koper] verkocht aan Mr. Jacop Noteman Klockgieter à 25 gl. het 100 pont... 2965 gl.'. Dit materiaal was de vrucht van de opsporingen van de Rendant van koper, kandelaars, spijlen, beelden, uit de Bossche kerken afkomstig en bij burgers verborgen. Met 'grooten moijten ende veel hoons oft ondaenck van de gemeene borgers' haalde hij het uit hun huizen. Zie ook Mosmans 1931, 466.
131.Rek. 1640-1641, f 94v-95; Van Sasse van Ysselt 1909, 121, en 1925, 46; Lehr 1971, 71.
132.Rek. 1641-1642, f 88v.
133.Zie noot 116.
134.Rek. 1640-1641, f 98v.
135.Van Sasse van Ysselt 1909, 122-125 en 1925, 48; Lehr 1959, 26 en 1971, 174, 185.
136.Van Oudenhoven, 23.
137.Van Balkom, 13.
138.Rek. 1640-1641, f 100v.
139.Rek. 1642-1643, f 101v-104r.
140.Rek. 1643-1644, f 91r en 92r.
141.Rek. 1646-1647, f 100v.
142.Rek. 1648-1649, f 75v.
143.Rek. 1648-1649, f 90r.
144.Rek. 1648-1649, f 97r-98v; Rek. 1649-1650, f 102.
145.Rek. 1650-1651, f 99r.
146.Rek. 1649-1650, f 92v-93r; Rek. 1648-1649, f 103v.
147.Rek. 1649-1650, f 104v.
148.Rek. 1652-1653, f 34r.
149.Rek. 1657-1658, f 88r; Rek. 1661-1662, f 89r.; Rek. 1670-1671, f 128r. Nog enkele bezigheden aan uur- en speelwerk: Rek. 1736-1737, f. 105: reparaties aan het uurwerk door Jacobus van Deurse, nogmaals door dezelfde in Rek. 1739-1740, f. 97 v. en 98 v. Vervolgens wordt ƒ 450 betaald 'Aen den selven S. van Deursen voor 896 oude nooten gerepareert en met H.H. kerckmeesteren geaccordeert tot 3 st. het stuck, nogh 36 clauwieren verstaelt en verdere reparatie tot het speelwerk der Groote Kerck ingevolge Resolutie van Heeren Kerkmeesteren van den 24 meij 1743' (Rek. 1742-1743, f 93v). Rek. 1750-1751, f 69v: betaald aan 'Jan van Weert Mr. Wieldraijer voor het leveren van een seer groote esschen schijf aan het orologie in de Jans Toorn met het sethout bij ord. en quit. 7-2-0'; Rek. 1762, f 75v-76r: reparaties aan uur- en speelwerk door Hendrik van Deursen Mr. Horologiemaker, die in 1769 zeventien staken aan de tuimelaars van het speelwerk maakt (Rek. 1769, f 98r); Rek. 1778, f 161r-163r, 176v-177v: 'Theodorus Simons horologiemaker uit Eindhoven visiteert het speelwerk van de horologien van de S. Jans Kerk en de S. Theunis Capel om mede aan de hand van de memorie der defecten van Petter een begroting te maken van een reparatie', een reparatie die door Daniel Petter horlogemaker met behulp van 130 pond koperdraad verricht wordt voor 644 gulden en 10 stuiver. Dezelfde Petter levert later nog 'nieuwe nooten' voor het speelwerk voor ƒ 142-9-12 (Rek. 1779, f 120v) en nog eens 250 noten voor ƒ 133-7-0 (Rek. 1791, f 80r).
150.Rek. 1755-1756, f 104: 'Also op den 2e november 1756 de klepel uit de groote of brandklok was gevallen, zoo hebben Heeren Kerkmeesteren geresolveert daar over te spreeken met Alextius Petit klokkengieter tot Someren dewelke heeft gezegt dat hij examen van ale de klokken in den toorn van de groote kerken hadde gevonden dat geene van de klokken en klepele wel gestelt waaren'. Op 29 december wordt met hem een contract gesloten tot het vermaken van de klokken en klepels en voor het jaarlijks onderhoud van de klepels van de vijf klokken voor de rest van zijn leven.
151.De verwerving van de klok uit Heeze heeft waarschijnlijk met het volgende samengehangen: 'Uytgave van betaalde salarissen en verschotten in sake van Heeren Kerkmeesteren Contra Cyprianus Crans Janse grof geschut en clokkegieter tot Amsterdam wegens het leveren van eene geensints voldoende clok (...) Betaald aan advocaten en procuratores zowel te Den Bosch als te Den Haag totaal: 397-19-0' (Rek. 1750-1751, f 72r). Deze klok was in mei 1744 uit Amsterdam in Den Bosch aangekomen (Rek. 1744-1745, f 91v). Dat er iets mis mee was, blijkt al hier uit: Aan Benjamin Phaff Notaris te Amsterdam voor het exploicteren van een ampel insinuatie op den 12e januarij 1746 aan Coprianus Crans Janss. aangaande de klok voor de Groote Kerk met verschot van zegel vlg. quit. 4-16-0' (Rek. 1745-1746, f 94v).
152.Th. Haakma Wagenaar, 'De toren en zijn klokken', in Ergens beginnen de klokken hun lied, Utrecht 1981, 33.
C. Peeters, 'De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch' (1985) 400-438