Peeters

14. Samenvatting van de bouwgeschiedenis


385
386
387
388
389
390
391
392
393
394
395
396
397
398
399
Noten
1.Voor wat er in het hertogdom Brabant in de 13de eeuw aan gotische bouwtechniek, bouwvormen en stijlelementen mogelijk is, zie lemaire 1949 (volgende delen zijn helaas nooit verschenen, maar dit eerste deel bevat een algemene inleiding over de intrede van de gotiek in Brabant en het begin van de eigenlijke Brabantse gotiek als bouwschool); F. Graf Wolff metternich, 'Die Anfänge der Gotik in Brabant und die Baukunst des 12. bis 15. Jahrhunderts am Niederrhein', Annalen des historischen Vereins für den Niederrhein 151/152 (1952), 347-350.
2.Voor bijzonderheden over deze incidentele ontgraving en de zeer gereserveerde conclusies zie hoofdstuk 8, p. 171.
3.De herhaalde vergrotingen van de Oude Kerk in Amsterdam zijn daar een sprekend voorbeeld van. Daar is tussen 1334 en 1369 een lang, vijfzijdig gesloten koor toegevoegd aan een pas voltooid ondiep, rechthoekig gesloten koor. Pas, namelijk als eindfase van een vorige kerkuitbreiding. Men was nauwelijks klaar of kon weer opnieuw aan het werk.
4.Lemaire/Roggen/Leurs; Roggen/Withof; H. Pauwels, 'Beschouwingen over de Brabantse Hooggotiek', GBK 17 (1957-1958), 85-99; Ozinga/Meischke, 56-63 ('De Brabantse bouwschool').
5.S. Brigode, 'L'architecture religieuse dans le Sud-Ouest de la Belgique', Bulletin de la Commission Royale des Monuments et des Sites I (1949), 319-334.
6.E.H. ter Kuile, 'Aanteekeningen betreffende de bouwgeschiedenis der Groote Kerk te Dordrecht', OJB 1933, 2-18.
7.Hertha Leemans, Kunstpatrimonium van de provincie Antwerpen. De Sint-Gummaruskerk te Lier, Antwerpen/Utrecht 1972.
8.R. Lemaire, 'De O.L. Vrouwekerk van Antwerpen in het kader van de Brabantse gothiek', Miscellanea Historica in honorem Alberti de Meyer, Leuven/Brussel 1946, 667-696; Van Brabant.
9.E.H. ter Kuile, Geïllustreerde Beschrijving van de monumenten van Leiden en westelijk Rijnland, 's-Gravenhage 1944, 60.
10.Haslinghuis/Peeters, 477 en afb. 419 op p. 473.
11.V.G. Martiny, 'Etude historique et archéologique de l'église Notre-Dame au-delà de la Dyle à Malines', Bulletin de la Commission Royale des Monuments et des Sites 13 (1962), 3-298.
12.Vgl. P. Kurmann over de Sint Jan in Die Parler und der Schöne Stil 1350-1400, Ein Handbuch zur Ausstellung des Schnütgen-Museums in der Kunsthalle Köln, Köln 1978, Band 1, 76.
13.A. Wolff, 'Der Kölner Dombau in der Spätgotik', Beiträge zur Rheinischen Kunstgeschichte und Denkmalpflege ii (Die Kunstdenkmäler des Rheinlandes, Beiheft 20), Düsseldorf 1974, 137-150.
14.'De blinde traceering in de westwand van de zuidelijke dwarsschiparm van de St. Jan moet als volmaakte toepassing van de Wael's systeem door hem zijn gesuggereerd of ontworpen', stelde Th. Haakma Wagenaar in een brief op 22 december 1981 aan schrijver dezes en verwees daarbij naar Saenredam's tekening. Zie voor deze en de datering van het hierin afgebeelde transeptvenster: De Dom van Utrecht (hierboven n. 10), 268 en 175.
15.Haslinghuis/Peeters, 174-175, 214 en 342.
16.Een geveltop met een groot rond omlijst en verdiept veld, waarvoor als beeldengroep een Annunciatie, achter rechtstandig traceerwerk, heeft de zuidelijke transeptgeveltop van de kathedraal van Reims, dagtekenend uit 1500-1504. Het is de top langs welks deklijsten schrijlings mens- en dierfiguurtjes zitten zoals op de onder Alart du Hamel begonnen luchtbogen langs het schip van de Sint Jan. Het idee, dat Du Hamel die geveltop te Reims ontworpen zou hebben, behoeft niet zonder meer verworpen te worden: in 1502 heeft hij zijn ambt van stadsbouwmeester van Leuven neergelegd; hij is dan buitenpoorter van Antwerpen, maar tot zijn dood in 1506 of daaromtrent zonder nieuwe vaste aanstelling.
17.Voor de sculpturale stijl van Alart du Hamel en zijn internationale relaties: Peeters 1962, 1307-1311.
18.P. Lefevre, 'La collégiale des Saints Michel et Gudule à Bruxelles', Annales de la Société Royale d'Archéologie de Bruxelles 49 (1957), 34 VV.
19.Vgl. R. Sanfaçon, L'architecture flamboyante en France, Québec 1971; L.S. Adelmann, The Flamboyant Style in French Gothic Architecture, University of Minnesota Ph.D. 1973.
20.J. van Agt, 'De metamorfosen van de Stevenskerk', in: De Stevenskerk, Historische Bijdragen bij gelegenheid van de voltooiing der restauratie, Nijmegen 1969, 74.
21.U. Reinke, Spätgotische Kirchen am Niederrhein im Gebiet von Ruhr, Maas und Issel zwischen 1340 und 1540. Münster 1977, 176-177; U. Koecke, Lettner und Choremporen in den nordwestdeutschen Küstengebieten, München 1972, II, 428-442.
22.S. Beissel, Die Bauführung des Mittelalters; Studien über die Kirche des hl. Victor zu Xanten, Freiburg I. Br. 18892, 1, 189; vgl. daarentegen: Catharina van de Graft, 'Willem Backerweerd beeldhouwer en bouwmeester', Bull. KNOB 1961, 26.
23.Vgl. het 'Trouwkoor' in een zijkapel van het zuidtransept van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Antwerpen, de 'Brauttür' in de zuidelijke zijbeuk van de St. Willibrordskirche in Wesel; in de St Pieters te Leuven is de zuidelijke transeptdeur de 'Trouwdeur'.
24.In zijn voorbeeldige monografie over de kathedraal van Bourges onderscheidt Branner campagnes waarbinnen fasen; ons lijken de benamingen perioden (of fasen) en campagnes in plaats daarvan beter. Perioden worden afgesloten met de definitieve ingebruikneming van een nieuw kerkgedeelte. R. Branner, La cathédrale de Bourges et sa place dans l'architecture gothique, Paris/Bourges 1962.
25.Busken Huet, I, 372 (eerste druk 1882). Met 'het nieuwe van 1520' bedoelt hij, dat in dezelfde tijd waarin het schip van de Sint Jan gereed kwam, in 1520, in Rome aan de koepel van de Sint Pieter gewerkt werd. De 'glazen koepel' van de Sint Jan blijft daarbij eigenlijk niet ten achter: 'Dit toevoeren van meer licht was een denkbeeld van den tijd, en het noordbrabantsch voorbeeld bewijst dat de zuiverheid van het gothische daaronder niet behoeft te lijden.'
Vgl. M. Hasak, Die romanische und die gotische Baukunst. Einzelheiten des Kirchenbaues, Stuttgart 1903, die op pp. 342-343 zijn bewondering uit voor het lichteffect van de vensters van de middentorens van de Engelse kathedralen, de domkerken van Halberstadt en Maagdenburg en ook de Bossche Sint Jan. Betreedt men deze kerken vanuit de portalen van de west- of de transeptgevels, 'so kann das entzückte Auge diese Riesenräume mit einem Blick überfliegen und geniessen'.
C. Peeters, 'De Sint Janskathedraal 's-Hertogenbosch' (1985) 358-399
 
Artikelen
2015

Peter Korst

Over de Sint-Jan 1 : Een alternatieve bouwgeschiedenis
Bossche Kringen 5 (2015) 60-63
 
2015

Peter Korst

Over de Sint-Jan 2 : Een alternatieve bouwgeschiedenis
Bossche Kringen 6 (2015) 48-52
 
2017

Ronald Glaudemans

Sint-Janskathedraal 's-Hertogenbosch : Een bouwgeschiedenis in 3D
ARCH 2 (2017) 22-27