Vrouwenconvent Cellezusters of Zwartzusters (1420-1669)

Cellitinnen, die de mensen in de volkstaal zwartzusters noemen, in de landstaal Swesteren.
Kroniek van Molius
 
Hoekx

Alexianen of Cellebroeders en Cellezusters of Zwartzusters

22
J.A.M. Hoekx, 'De Bossche kloosters tot aan de inname van de stad in 1629' in Bossche Bouwstenen VI (1983) 12-36
 
Artikelen
1983

mr. J.A.M. Hoekx

Cellezusters of Zwartzusters
Bossche Bouwstenen VI ('s-Hertogenbosch 1983) 21
 
2002

Ad van Drunen

Klooster van de Zwartzusters
Kloosters en religieus leven ('s-Hertogenbosch 2002) 60
 
 
Geschiedenis
1420 Dit jaar worden voor het eerst genoemd de 'arme schwestern', ook wel Zwartzusters of Cellezusters genaamd. Zij vormen geen klooster maar leiden een gemeenzaam leven en verplegen, evanals de Alexianen lijders aan besmettelijke ziekten. Zij wonen op de Papenhulst.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
 
1477 De Cellezusters op de Papenhulst, die tot dan een gemeenzaam leven leiden, gaan over tot de regel van Sint Augustinus; met goedkeuring van de bisschop van Luik, Lodewijk van Bourbon. Het klooster ontvangt de naam Convent van Nazareth met de H. Alexius als beschermheilige.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
 
1669 In het voormalige klooster van de Zwarte Zusters wordt de kapel ingericht tot een 'Theater der ontleedkunde' ten behoeve van Lodewijk van Bils.
Bron: Kroniek van 's-Hertogenbosch
 
 
Resoluties Raad van State

dinsdag 19 februari 1704

52 Deurne Ė Heer van Ė rentmeester der geestelijke goederen Johan van Leefdael. Rapport na examinatie van een bericht van rentmeester Johan van Leefdael op een rekest van Johan Amende schepen en raad van de stad ís-Hertogenbosch met een verzoek dat hem in erfpacht zou mogen worden uitgegeven het nog overgebleven huis van het vervallen convent van de Zwarte Zusters in de stad gelegen, welk verzoek wordt gehonoreerd en de erfpacht bedraagt 30 gl. en hij dient het huis in behoorlijke reparatie te houden.
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

maandag 4 juni 1731

Missive van de leen- en tolkamer te ís-Hertogenbosch verwijzend naar een resolutie van 10 december 1676 waarbij Adriaan van Borssele van der Hooghe in die tijd raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant te ís-Hertogenbosch is geautoriseerd een kwartier van het kloosterke van de Zwarte Zusters aldaar [voorheen als woning gegund aan professor de Bils en nadien door de Ed: Mo: in erfpacht gelaten aan Isaak Amende] te appropriŽren tot een leen- en tolkamer, maar dat de besoignes van de leen- en tolkamer groeiende zijn en het vertrek nu te klein is geworden, reden waarom de supplianten verzoeken om de kapel van dat kloosterke te mogen kopen voor een bedrag van 550 gl. na overleg met Isaak Amende, dat nu een Ďhol pakhuis is staende onderdak sonder solders vensters of vloeren, hetwelk soude kosten 1250 guldens en dus te samen 1800 gl. waarvoor zij behalven den iegenwoordige kamer souden hebben twee kaamers als een voor den huissier en een voor partijen en een vrijen uit- en ingang van de gemeene straet gesepareert van de huisinge van de voors: Isaak Amende en dat haer Ed: Mog: gelieven te autoriseeren om de voors: capelle voor den lande ten gebruike als voors: is te laten inkopen en approprieeren ende penningen daertoe nodig uit des selfs comtoir te furneerení. De missive wordt doorgestuurd naar de thesaurier generaal Van der Heim te examinatie en men verwacht van hem een rapport daaromtrent.
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)

maandag 26 november 1731

177 Misssive van P.J. van Borssele van der Hooghe raad en rentmeester generaal der domeinen van Brabant in kwartier ís-Hertogenbosch geschreven in Den Haag inhoudende dat hij bij resolutie van de Ed: Mo: van 10 augustus jl. op approbatie van de Ed: Mo: het voorste gedeelte van de kapel van het gewezen klooster der Swarte Susteren te ís-Hertogenbosch, waarvan het achterste gedeelte tot een kamer is geapproprieerd waar de leen- en tolkamer wordt gehouden, van mr. Isaac Amende oud schepen en raad van de stad, ingekocht heeft voor een som van 550 gl., mits dat genoemde Amende niet gehouden zou zijn te betalen aan ís lands kantoren van de 40e en 80e penning of aan de stad de 60e penning, maar dat de penningen volgens gewoonte tot ís-Hertogenbosch gebruikelijk bij haar Ed: Mo: als kopers en verkrijgers van genoemde kapel zou worden betaald en mits dat de rest van het huis van het genoemde klooster nu en ten eeuwigen dage zou zijn en blijven geŽximeerd van de servituut dat de leen- en tolkamer daar in zou gehouden worden, welke servituut haar Ed: Mo: het gehele klooster in erfpacht hebben gelieven uit te geven bij resolutie van 19 februari 1704; vervolgens heeft hij na voorgaande publicaties publiek en voor alleman aanbesteed het voorste deel van de kapel tot vergroting van de plaats, dienende tot een leen- en tolkamer, welke aanbesteding is aangenomen door Johannes van der Sande mr. metselaar te ís-Hertogenbosch voor een som van 130 gl.
Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC)
 
Literatuur en bronnenpublicaties

C.J. Gudde, 's-Hertogenbosch geschiedenis van vesting en forten (1974) 50

L. van de Meerendonk, Het klooster op de Eikendonk te Den Dungen II (1964) 5, 110

Jan Sanders, Kroniek van Molius (2003) 31, 65, 139, 215

Jan Sanders, 'Verkloostering in het vijftiende-eeuwse 's-Hertogenbosch' in: Noordbrabants Historisch Jaarboek 33 (2016) 84, 99-102

L.H.C. Schutjes, Geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch (1876) IV. 505-509

Varia Historica Brabantica III (1969) 223-225

n: vermelding in een voetnoot