afb.

Mariakapel

Lepelstraat 31b

 
Achter de voorgevel

Maria in 'De kleine beer'

door Henny Molhuysen

Brabants Dagblad donderdag 21 maart 1996
 
Bestuur Stille Omgang

Mariakapel

Vouwblad dat ter gelegenheid van de plechtige inzegening van de nieuwe Mariakapel aan de aanwezigen werd aangeboden door het bestuur van de Stille Omgang.
 
Artikelen
1975

Redactie

Bij plannen pand Pompe en Mann. 'Knillis' pleit voor behoud Mariakapel
Brabants Dagblad vrijdag 2 mei 1975 (foto)
 
1975

N.N.

Het Maria-beeld in de Lepelstraat
Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 1975)
 
1977

N.N.

Mariabeeld vernield
Krantenartikel dinsdag 22 maart 1977 (foto)
 
1977

N.N.

Mariabeeld in Lepelstraat
Krantenknipsel woensdag 30 maart 1977
 
1981

N.N.

Mariabeeld. Mannenomgang
Den Bosch in mei ('s-Hertogenbosch 1981)
 
1983

Henny Molhuysen

Oe gotte kèk daor : Mariabeeld in Lepelstraat
Brabants Dagblad vrijdag 13 mei 1983 (foto)
 
1989

Coen Free, Peter-Jan van der Heijden, Henny Molhuysen

De Maria-omgang en het beeld in de Lepelstraat
Stichting Den Bosch in mei ('s-Hertogenbosch 1989)
 
1996

Henny Molhuysen

Achter de voorgevel : Maria in 'De kleine beer'
Brabants Dagblad donderdag 21 mei 1996 (foto)
 
2003

Jacqueline Landsmeer

'Maria tussen de tonnekes' verweven met historie wonderbeeld Sint-Jan
Bisdomblad 81 (2003) 24-26
 
 
Geschiedenis
1825 In 1825 kochten de heren Frijhoff en Pompe een pand in de Lepelstraat, om er hun branderij in voort te zetten. Dit pand stond bekend onder de naam "In den Beer" of "In den grooten Beer". In het gebouw, onder vuil bedolven, vond men een groot, stenen Mariabeeld. Het was minder geschonden dan men zou vermoeden, maar o.a. ontbrak het hoofd van het Jezus-kind eraan. Op de open binnenplaats van de branderij "De Valk" geheten, werd het beeld geplaatst. Vanzelfsprekend werd het daar opgemerkt door de Bosschenaren, maar speciale aandacht werd er verder (nog) niet aan geschonken. Nadat de heer Frijhoff zich uit de zaak had teruggetrokken werd zijn plaats ingenomen door de gebroeders Mann. Van de twee broers stierf er een spoedig. Hoewel de heer Mann protestant was, liet hij het beeld staan waar het stond.
Bron: Vouwblad dat ter gelegenheid van de plechtige inzegening van de nieuwe Mariakapel aan de aanwezigen werd aangeboden door het bestuur van de Stille Omgang
 
1846 Toen in 1864 Henricus Heymans de distilleerderij overnam, verdween het beeld naar de zolder van een der pakhuizen. Omdat het daar in de weg stond, kwam het weer terug naar de binnenplaats. Toen werden er reeds verhalen over het beeld verteld.
's-Hertogenbosch kende in die tijd weliswaar een omgang, maar officieel was die niet toegestaan. Wel zag men ieder jaar van 7 t/m 15 juli in de avonduren Bosschenaren (meestal vrouwen) de omgang lopen, in het donker gekleed om niet op te vallen. Ook de route was iets anders dan nu: men ging van de Kruisstraat rechtstreeks naar de Visstraat.
Bron: Vouwblad dat ter gelegenheid van de plechtige inzegening van de nieuwe Mariakapel aan de aanwezigen werd aangeboden door het bestuur van de Stille Omgang
 
1866 In 1866 heerste de cholera in de stad. In de periode 23 april – 29 oktober waren er in totaal 541 zieken van wie er 299 stierven (gemeenteverslag). Omdat de stedelijke autoriteiten en hun ambtenaren in die tijd onmiddellijk toegang moesten krijgen tot bepaalde huizen (i.v.m. de heersende ziekte werd er meer gewerkt in de distilleerderij dan gewoonlijk), bleef ook de grote poort van de distilleerderij openstaan.
Op 7 juli 1866 nam J. Dirks het initiatief om weer georganiseerd de omgang te gaan lopen. Het initiatief sloeg aan en voor het eerst sinds ruim drie eeuwen"deed" men de omgang in groten getale en niet meer heimelijk. Daar de St. Janskerk gesloten was, week men iets af van de oude bedeweg en ging men naar het Mariabeeld op de binnenplaats van de distilleerderij. Daar was het beeld (omdat de poort open moest blijven staan) nu voor iedereen zichtbaar.
Henricus Heymans liet, omdat de toeloop zo groot werd, bij het beeld licht ontsteken en bracht enige versiering aan. De gelovigen begonnen kaarsen aan te steken bij het beeld en wierpen er geld op de grond. Om misbruik te voorkomen, liet de heer Heymans een offerblok plaatsen waar het geld in geofferd kon worden. Dit bedrag werd ter beschikking gesteld van de St. Vincentiusvereniging en er werden missen voor gelezen.
Omdat er in dat rampjaar 1866 ineens zo’n belangstelling voor het beeld kwam, heeft Henricus Heymans er een houten baldakijn boven laten plaatsen en het laten restaureren. Dit schijnt niet zo’n gelukkige restauratieaanvulling geweest te zijn. Immers G. v.d. kant schrijft over de beeldhouwer:
"Het hoofd toch van het Christuskindje, dat aan dit beeld ontbrak, en door hem werd vervaardigd, is lang niet in overeenstemming met het hoofd der Moeder, wier verheven trekken reine vreugde en hooge zaaligheid spreekt bij het aanschouwen van haar kind. Jammer genoeg! Want ontegenzeggelijk is dit Mariabeeld, zoo al niet een meesterstuk der beeldhouwkunst, dan toch een zeer verdienstelijk werk, dat getuigt van hooge en edele opvatting; een beeld, dat aantrekt en tot devotie stemt."
Bron: Vouwblad dat ter gelegenheid van de plechtige inzegening van de nieuwe Mariakapel aan de aanwezigen werd aangeboden door het bestuur van de Stille Omgang
 
1880 Het houten baldakijn werd in 1880 vervangen door een stenen. In de tweede helft van de negentiende eeuw heeft pastoor van den Heuvel van de St. Pieterskerk een poging gedaan om ter plaatse een kapel op te richten.
Over het beeld en de plaats waar het stond schreef Kees Spierings: "Op gewone dagen stond het beeld daar te midden van grote vaten. Vergeten. Veronachtzaamd. Bestoft. In de reuk van jenever, rozijnen en kruiden en midden tussen het rumoer van lossen en laden van vaten, tonnen en flessen. Maar tijdens de omgang werd het binnenterrein door de knechten schoongemaakt en met bloemen en kaarsen versierd.
Bron: Vouwblad dat ter gelegenheid van de plechtige inzegening van de nieuwe Mariakapel aan de aanwezigen werd aangeboden door het bestuur van de Stille Omgang
 
1944 Bij de bevrijding van ’s-Hertogenbosch, in oktober 1944, kwam het gebouwencomplex midden in de vuurlinie te liggen. Het bedrijf (en ook het woonhuis van de familie Van Meerwijk) werd voor driekwart verwoest. Ook het Mariabeeld overleefde de strijd niet ongeschonden. Beeldhouwer Jacq. de Bresser heeft het vakkundig gerestaureerd. Omdat er echter verschillende kleurnuanceringen te zien waren van de diverse restauraties, werd er besloten het gehele beeld te schilderen.
Bij de herbouw van de gebouwen van de Firma Pompe en Gebr. Mann werd er een andere rooilijn gebruikt. De taxatieprijs van de grond was fl. 20.00 per vierkante meter. Maar het voorstel van B & W aan de Gemeenteraad vermeld:
"Ter instandhouding van de aloude gebedsplaats, in het bijzonder ten behoeve van de ‘Bossche jaarlijkse Omgang", is in het herbouwplan van deze firma een Mariakapelletje opgenomen, hetgeen voor ons, met het oog op de betekenis van deze kapel voor de stad en burgerij aanleiding is geweest, de prijs voor bedoeld grondstrookje te stellen op fl. 10.00 per vierkante meter."
Bron: Vouwblad dat ter gelegenheid van de plechtige inzegening van de nieuwe Mariakapel aan de aanwezigen werd aangeboden door het bestuur van de Stille Omgang
 
1950-1996 In 1950 was de bouw van bedoelde devotiekapel gereed en kreeg het Mariabeeld een vast onderkomen. Daar heeft het beeld 27 jaar ongemoeid gestaan totdat onbekenden, vermoedelijk in de nacht van zondag op maandag, 20-21 maart 1977, het Mariabeeld van zijn sokkel hebben gehaald en vernield. Reeds op 26 maart werd door Louis Aarts en een aantal afgevaardigden van het comité "Den Bosch in mei", Kring ‘Vrienden van 's-Hertogenbosch", Stichting "Plechtige Omgang’ en de broederschap van O.L. Vrouw van Den Bosch een comité "Mariabeeld Lepelstraat" in het leven geroepen met als doel gelden in te zamelen voor het herstel van het beeld, dat, gelukkig, nog gerestaureerd kon worden. Precies één maand later, nadat de eerste oproep (op 6 april) gepubliceerd was en uit de talrijke bijdrage was gebleken, dat velen in onze stad en daarbuiten de Lieve Vrouw in de Lepelstraat nog bijzonder na aan het hart ligt, kon het Mariabeeld, weer volledig hersteld, naar zijn kapelletje op de Vismarkt terugkeren, waar duizenden het tijdens de Bidtocht op zondag, 8 mei, weer konden groeten.
Bij de snelle restauratie heeft vooral de architect van de restauratiewerkzaamheden van de St. Jan, Herman Teering, een belangrijke rol gespeeld, die behalve adviserend ook uitermate stimulerend is geweest. Onder supervisie van de Bossche beeldhouwer Jacq. de Bresser, die het beeld tijdens zijn lange loopbaan al eerder had ontmoet, heeft de Italiaanse steenhouwerbeeldhouwer George Piretti, het beeld vakkundig gerestaureerd. Aannemersbedrijf Nico de Bont, Schilders- en Glazeniersbedrijf J. Lelyveld en Zn. N.V. en Glaudemans Natuursteenindustrie B.V. hebben bij het herstel van het Mariabeeld hun medewerking verleend.
Het comité "Mariabeeld Lepelstraat" hoopte in het kader van de te realiseren nieuwbouwplannen het waardevolle beeld een grotere beschutting te geven, d.m.v. het aanbrengen van een ijzeren hek, waardoor herhaling van het gebeurde in maart 1977 praktisch uitgesloten moest worden geacht. Aangezien de kosten hiervoor waarschijnlijk groter zouden zijn dan de restauratie van het Mariabeeld gevraagd hadden, en er op dat moment geen geld meer beschikbaar was, werd wederom op initiatief van Louis Aarts besloten om een vereniging op te richten die als doel had, "Het instandhouden en bevorderen van de Mariaverering in 's-Hertogenbosch", om zo de nodige middelen te verkrijgen voor het realiseren van de plannen.
Uiteindelijk heeft het nog tot 4 mei 1982 geduurd voordat de vereniging "Stille Omgang 's-Hertogenbosch" bij notariële acte officieel opgericht werd. Het eerste wat de vereniging in 1982 heeft gedaan is het plaatsen van een hek voor de Mariakapel om vernieling en diefstal te voorkomen. Dit hek is vervaardigd door de kunstsiersmid J. van den Bosch te Vught, overeenkomstig tekening en ontwerp van architect Ir. H. Teering.
De branderij werd in 1976 verkocht aan van Nijssen-Bouw B.V. te Rosmalen, die voor de hoek St. Janssingel - Visstraat - Lepelstraat nieuwbouwplannen had. Naar verluidt zou het architectenteam, dat aan deze nieuwbouwplannen werkt, "ter plekke weer een symbool creëren voor de Mariaverering om daarmee de oude traditie voort te zetten".
In 1986 bleek dat het complex plaats moest maken voor een door architect Frans van Dillen ontworpen bankgebouw met café en bovenwoningen. Aan de zuidflank van het complex werd er naast het (verplaatste) café een nieuwe kapel in de nieuwbouw opgenomen.
Tijdens de nieuwbouw moest het Mariabeeld tijdelijk verhuizen naar de Visstraat 37, een nis in het pand van de oude AMRO-bank. Dit geschiedde op 6 juni 1986. Nadat de nieuwbouw van het AMRO-DURA complex gereed was kon het Mariabeeld op 1 december 1988 weer terug naar haar nieuwe onderkomen aan de Lepelstraat 31b.
Op 30 april 1989 vond de Plechtige Inzegening plaats van de Mariakapel aan de Lepelstraat, door Mgr. J. ter Schure Bisschop van 's-Hertogenbosch.
Aangezien de kapel architectonisch gezien ontworpen werd als een onlosmakelijk deel van de massale nieuwbouw ontglipte de nu onopvallende kapel geheel aan de aandacht van de voorbijgangers. Dit tot groot verdriet van de Vereniging Stille Omgang die de kapel beheert. Daarom werd de kapel in 1995 en 1996, in opdracht van de Vereniging Stille Omgang, naar ontwerp van de architect J. v.d. Eerden verbouwd, waardoor hij als het ware loskwam van het bankgebouw en beter aansloot bij de kleinschalige empire architectuur van de oude stad (voor een nader uitleg over deze weldoordachte verbouwing zie het stuk over de Mariakapel).
Bron: Vouwblad dat ter gelegenheid van de plechtige inzegening van de nieuwe Mariakapel aan de aanwezigen werd aangeboden door het bestuur van de Stille Omgang