afb. A.F.A.M. Wetzer, 1 mei 2008

Terar Dum Prosim

ontwerp: Architecten Marc van Roosmalen en Marlčne van Gessel
datering: 2006
locatie: Westwal

Deze spreuk was de lijfspreuk van Calvijn en betekent vrij vertaald: 'het geeft niet dat ik slijt, als ik maar dien'.
De architecten vonden deze uitspraak zeer toepasselijk voor de vestingmuren van 's-Hertogenbosch. De muren zijn er nog omdat zij nog altijd een functie hebben, namelijk keermuur voor het hoge water. Aan de andere kant vergen deze muren onderhoud. Zij slijten. En bij de restauratie is die veroudering en de aanslag van de natuur op de muur die tot vervormingen heeft geleid, uitgangspunt geweest en heeft geresulteerd in het concept van 'bevroren verval'.

Toelichting:
De stadsmuur, beter gezegd de walmuur heeft nu een grote rijkdom aan betekenissen die verder gaat als zijn oorspronkelijke defensieve functie. Naast waterkering en grondkering voor de hooggelegen weg vormt deze de omlijsting van de binnenstad. De muur structureert het publieke domein en geeft deze karakter. De voet van de muur, op de muur, in de muur, achter de muur, de muur op het zuiden of westen, de walmuur kent vele biotopen. Het zijn verschillende micro-milieus met specifieke kenmerken en dito levensvormen.
De muur begint af te takelen onder invloed van de tijd, door het weer, door plantengroei, door verhouting van gewassen en door andere fysieke aanslagen. Daarentegen maakt de aantasting van de muur de muur zelf ook rijker. Het afleesbare verval, de verschillende plantenvormen en de verschillende structuren en texturen in de wonden, relativeren de defensieve ongenaakbaarheid van de walmuur. Zij brengen de muur tot leven. Er valt wat te zien, is iets aan de hand, is meer als een eindeloze repetitie van steen, steen en nog eens steen. Reparatie is echter onontkoombaar. De muur betekenis te geven in het stadsleven en niet slechts als relict van het verleden te beschouwen is daarbij de uitdaging.
Een duivels dilemma tussen romantische ruďne, de schoonheid van verval, en noodzakelijk technisch herstel tekent zich af. De puur civieltechnische aanpak zal een belangrijk deel van de rijkdom aan vervormingen en natuurlijke geschakeerdheid teniet doen. Echter vanuit een integrale benaderingswijze en vernieuwde inzichten, met behulp van innovatieve technieken en fundamentele kennis van historische materialen moet het mogelijk zijn om het verval niet weg te poetsen maar te bevriezen. Het gaat daarbij om de standzekerheid van de muur te garanderen en tegelijkertijd om het fixeren van de vervormingen die door natuurkrachten zijn ontstaan.
Huibert Crijns | Afdeling Erfgoed | Gemeente 's-Hertogenbosch
 
Artikelen
2008

Antoine de Visser

Een bijzondere hoeksteen
KringNieuws 4 (2008) 3