Intern verslag 197


Achter het verguld Harnas / Achter het wild Varken
(aanvullend verslag)

Inleiding, tevens samenvatting en conclusie

In verband met het traceren van de oorspronkelijke parcellering van Vughterstraat 2-6, even nummers, en Achter het Verguld Harnas 1-7, oneven nummers, is aanvullend onderzoek gedaan naar de twee percelen ten zuidoosten van de zojuist genoemde, waarop onder meer de bij het archeologisch onderzoek teruggevonden woontoren heeft gestaan. Dit leverde met betrekking tot de eerder uitgebrachte verslagen van het archiefonderzoek1 enkele correcties en aanvullingen, met name uit de cijns- en verpondingsregisters, op.

Om te beginnen maakte het in het eerste, uit 1998 daterende, rapport behandelde perceel B geen deel uit van het latere complex met de woontoren, maar betrof dit het voormalige adres Achter het Wild Varken 5 (huis Vechel's Lust).2 Het kan hier verder buiten beschouwing blijven.
Het in genoemd verslag behandelde perceel C was het perceel van de woontoren. Het had als adres Achter het Wild Varken 3. Noordwestelijk daarvan, in de richting van de Vughterstraat bevond zich perceel D (Achter het Wild Varken 1).3 Deze beide kavels kwamen in het begin van de zestiende eeuw in één hand en ze vererfden daarna gezamenlijk en werden tegelijk getransporteerd, maar bleven toch twee huisnummers uitmaken. Omdat er sinds het laatste kwart van de zeventiende eeuw de posterij tussen 's-Hertogenbosch en Maastricht gevestigd was, werd het complex sindsdien Het Posthuis op Maastricht genoemd. In 1877 werd de bebouwing vervangen door nieuwbouw van de Sociëteit de Katholieke Kring.4

Het archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het perceel van de woontoren (C) is gevormd vanuit de Vughterstraat. Een dergelijke ligging naar achteren is in 's-Hertogenbosch niet ongebruikelijk voor de grote stenen huizen.
In de schriftelijke bronnen, die overigens pas in de tweede helft van de veertiende eeuw beginnen, zijn echter geen aanwijzingen voor een dergelijk ontstaan te vinden. De schepenakten situeren deze percelen langs de straat die later bekend zou staan als Achter het Verguld Harnas en Achter het Wild Varken.
In de hertogelijke cijnsregisters, waarvan het oudst bewaarde overigens pas dateert van 1520, staan de aangrenzende percelen in de Vughterstraat op een andere plaats dan die Achter het Verguld Harnas en Achter het Wild Varken.5 Deze territoriale ordening van de posten hoeft echter niet de oorspronkelijke te zijn en kan pas later zijn aangebracht. De bewaard gebleven oudere Meierijse cijnsregisters, waaronder de stad 's-Hertogenbosch helaas ontbreekt, zijn niet territoriaal geordend maar op de voornamen van de cijnsplichtigen.
_______________
1.M.W.J. de Bruijn, Archiefonderzoek naar de middeleeuwse bebouwing Achter het Verguld Harnas 9-15 en Achter het Wild Varken 1-3 (intern verslag nr. 51) (Utrecht 1998), en Vughterstraat 2-6 en Achter het Verguld Harnas 1-7 (intern rapport ...) (Utrecht 2010).
2.Zie A.F.O. Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen van 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch 1910-1914) II, 135-140.
3.Dit perceel is in het tweede verslag, van 2010, ten onrechte veronachtzaamd, in het eerste, van 1998, is het wel behandeld.
4.Ald., 141-150.
5.In 1520 (Algemeen Rijksarchief Brussel, Rekenkamers 45067) respectievelijk op f 73v. (Inceptum extra portam ludeorum in latere versus Diesam) en f 69.
1

In detail leverde het aanvullend onderzoek naar de percelen C en D het volgende op (voor de oudste gegevens zie het verslag uit 1998).

Perceel C (Achter het Wild Varken 3)

Op dit perceel stond de woontoren. Op 7 juli 1464 transporteerde Jan Matthijsz. van Kessel, gehuwd met Johanna dochter van wijlen Dirk van Dinther, het goed uit hoofde van Johanna's testament aan Jan zoon van wijlen Jan Kemp van Breugel. Het huis zal aan de stadsbrand van 1463 ten prooi gevallen zijn. Er was sprake van 'een erf, eertijds huis en erf'.1
Bij een scheiding en deling van de goederen van Jan Kemp op 30 maart 1481 tussen zijn zonen Gerrit en Jan viel het met andere goederen aan laatstgenoemde ten deel. De omschrijving luidde: 'woonhuis van genoemde Jan Kemp, erf en tuin met twee kameren en een andere kamer geheten dat backhuys daar aan beide zijden aanliggend --- ter plaatse geheten den Zijle bij dWilt Verken, tussen erf van Koenraad Kemp (= B) en tussen erf van Goiart van Ingen de lakenscheerder' (= D).2

Bezitters perceel C:

Jan Matthijs van Kessel, tr. Johanna Dirksdr. van Dinther, 1464.07.07 ->
Jan Jansz. Kemp van Breugel
zijn zonen Gerrit en Jan, deling 1481.03.30 ->
Jan Jan Jansz. Kemp

Perceel D (Achter het Wild Varken 1)

Ten zuiden van Achter het Verguld Harnas 7 (perceel E) lag een perceel (D),3 dat op 27 juli 1463 in het bezit kwam van Goiart zoon van wijlen Hendrik van Ingen de lakenscheerder,4 die al sinds 12 juni 1444 in het bezit was van perceel E.5
De kinderen van Goiart transporteerden hun rechten op perceel D op 2 maart 1501 en 15 februari 1502 aan Jan zoon van wijlen Jan Kemp.6 Op 11 december 1510 werd het complex omschreven als 'huis en erf --- bij de plaats geheten Zijle tussen erf van eertijds Jan geheten van der Dieze, later echter van Jan van Kessel (= C), aan de ene en tussen erf van eertijds Jan van Gemert (= E) aan de andere zijde'. De helft van dit goed werd op laatstgenoemde datum door mr. Jan van der Stegen, gehuwd met Margriet dochter van Jan Kemp, in cijns gegeven aan juffrouw Margriet weduwe van mr. Aart Kemp ten behoeve van hun beider kinderen Hendrik, Jan, Gerrit, Aart en Hillegond.7
_______________
1.R 1233, f 184v. Voor citaten uit de akten wordt verwezen naar de hierboven genoemde onderzoeksverslagen.
2.R 1250, f 279-280.
3.Zie het verslag uit 1998.
4.R 1232, f 314-314v.
5.R 1800, f 229 nw. (1443.07.07) en R 1214, f 98v (1444.06.12).
6.R 1270, f 271v.
7.R 1280, f 217.
2

Bezitters perceel D:

Dirk nat. zoon wijlen Steven Becker, tr. Geertruid nat. dr. wijlen Aart van Waderle ->
Jan zoon w. Jan Kemp
Margriet dochter w. Jan Kemp, geh. met Jan van der Stegen, helft 1510.12.11 in cijns ->
Margriet wed. Aart Kemp ten behoeve van hun kinderen

Fragmentgenealogie Kemp (Keymp)

Jan Kemp, hieruit:
- Jan Kemp van Breugel, tr. Mechteld Gosen Toelinc, hieruit:
- Margriet, tr. mr. Jan van der Stegen;
- Aart Kemp, tr. Margriet N.N., hieruit:
- Hendrik;
- Jan;
- Gerrit;
- Aart;
- Hillegond, tr. Herman Gerritsz. van Deventer.
- Gerit Kemp.

Percelen C en D samen

Vervolgens kwam het complex, bestaande uit de percelen C en D, in het bezit van Hillegond, dochter van Aart Jansz. Kemp, die trouwde met Herman Gerritsz. van Deventer. In 1543, toen Herman van Deventer er een cijns uit verkocht, werd het omschreven als 'huizen, erven en tuin en twee nieuwe huizen daarachter gelegen, en hun rechten en toebehoren --- ter plaatse geheten achter dWilt Verken tussen huis en erf van Evert van de Water (= perceel B) en tussen overig huis en erf van genoemde Herman (= perceel E)1 aan de andere zijde, strekkend van de openbare straat naar achteren tot overig huis en erf van genoemde Jan (waarschijnlijk Jan Kemp), dat nu Jan van Orthen bewoont'.2

In de cijnsregisters wordt voor dit hele complex slechts één grondcijns vermeld, en wel
slechts voor een perceel van 21½ voet (boven de post ingesprongen de latere bezitters,
zoals in het register):
1520:3
Hermannus van Deventher.
Iohannes Kempe de xxi½ pedatis
ix d.

1573:4
Guiliaum van Delft. Joncher Erasmus van Grevenbroeck.
Gerardt Coenen by coop.
Jou ifrouw Agnes van Nederven.
Henrick Hermans van Deventher ix d. oudts, geldende
i st.

_______________
1.Herman van Deventer is waarschijnlijk na 1500 bezitter van dit perceel geworden. Helaas ontbreken uit deze tijd indices op het schepenprotocol. In het cijnsregister van 1520 staat het perceel op naam van Robbert Key en is als latere bezitster vermeld Henrica relicta Hermannus (!) de Davantria (ARA Brussel, Rekenkamers 45067, f 73v-74). In het register van 1573 (BHIC, Raad en rentmeester-generaal 280, f 76v) staan behalve Vughterstraat 4 ook de volgende percelen op naam van Herman van Deventer. Hierna zijn de percelen weer in verschillende handen overgegaan. Het is dus niet ondenkbaar dat Herman van Deventer, overigens tevergeefs, geprobeerd heeft behalve perceel E (Achter het Verguld Harnas 7) ook de daaraaan grenzende kavels in de Vughterstraat in bezit te krijgen, wellicht met het oog op representatieve nieuwbouw of uitbouw van zijn huis Achter het Wild Varken in de richting van laatstgenoemde straat.
2.GAHt, R 1339, f 27v (1543.10.31).
3.ARA Brussel, Rekenkamers 45067, f 69.
4.Brabants Historisch Informatie Centrum, Raad en rentmeester-generaal 280, f 73.
3

1728:
De heer Johan van Kessel, plebaan
ƒ 0:1:14:


Gezien het lage bedrag zal de cijns betaald zijn uit perceel D en niet uit dat van de woontoren (C). Dit betekent dat hieruit geen cijns betaald werd. Een verklaring daarvoor heb ik niet. Die heb ik evenmin voor de vermelding in 1520 van Jan Kemp als cijnsplichtige. Toen waren immers al de kinderen van Aart Jansz. Kemp de bezitters.

De verpondingsregisters leveren, met telkens twee posten, het volgende beeld op:
1635:1
De kinderen ende erffgenamen vanden heer van Meerlo, f. Erasmus van Grevenbroeck, eijgen., capn. Steen-wijck bruijcker, voor drie hondert vijff en twintich ponden den viiien pen.
xl £ xii st. vi d.


Deselve eijgen., de weduwe bruijckersse, voor hondert vijfftich ponden den viiien pen.
xviii £ xv st.


circa 1690:2
Weduwe Johan van Kessel, eijgen., getaxeert op twee hondert veertigh ponden, comt den achsten penninck
xxx £

Deseifde eijgenaer, getaxeert op tachentich ponden, comt den achsten penninck
x £


Het hoge bedrag zal betrekking hebben op perceel C, het lage op D. Maar het kleinere huis op D, later ook de sydelhuysinge genoemd, had kennelijk genoeg allure om tot woonhuis te dienen voor de weduwe van Erasmus van Grevenbroek.3

Bezitters percelen C en D:

deling nalatenschap Jan Jansz. Kemp 1507.12.22 ->
kinderen Aart Jansz. Kemp
Hillegond dochter w. Aart Kemp, tr. Herman Gerritsz. van Deventer
hun zoon Hendrik Hermansz. van Deventer, tr. Agnes van Nederveen ->
Willem van Lier ->
zijn zuster Clara 1590.07.17 ->
Gerit Coenen
zijn dochter Johanna 1612.09.26 ->
Willem van Henxtum alias van Delft, geh. met Anna dr. van Gerit Coenen, 1620.01.10 ->
Erasmus van Grevenbroek
zijn erfgenamen 1640.08.22 ->
Cornelis Erasmusz. van Grevenbroek
zijn dochter Maria Hillegonda 1694.02.12 ->
Maria Harinx, weduwe Johan van Kessel
haar zoon Johan van Kessel, plebaan van de Sint-Jan
_______________
1.Nationaal Archief 's-Gravenhage, Raad van State 2134.
2. Ald. 2135. In de inventarisssen ten onrechte gedateerd op het jaar 1654.
3.Zie over deze sydelhuysinge in de achttiende eeuw Van Sasse van Ysselt, De voorname huizen en gebouwen II, 148.
dr. M.W.J. De Bruijn, Utrecht juni 2010
4