Intern verslag 71


Archiefonderzoek naar Orthenstraat 61-65

In het najaar van 1998 is archiefonderzoek verricht naar de middeleeuwse bebouwing ter plaatse van Orthenstraat 61-65 en het daarachter gelegen terrein. Hierbij is ook de onmiddellijk ten noorden daarvan staande bebouwing aan de andere kant van het Peter de Gekstraatje betrokken.
Om te beginnen moet worden opgemerkt dat de huisnummeraanduiding op de mij verstrekte plattegronden sterk afwijkt van de werkelijke nummering. Ik ga uit van de werkelijke huisnummering, die aansluit bij de historisch gegroeide situatie. Van noord naar zuid gaat het om de volgende percelen:
- 67-69 (op de plattegrond 67-69-65);
- 65 (door mij aangeduid als A en B; op de plattegrond 63);
- 63 (door mij aangeduid als C; op de plattegrond geen nummer);
- 61 (door mij aangeduid als D; op de plattegrond 61-63).

Orthenstraat 67-69

Het gaat hierbij om een perceel met een breedte van 21 voet (6,03 meter). In 1337 en 1351 was het in het bezit van Lode Albertsz., blijkens belendingen die in akten uit die jaren worden genoemd.1 In 1381 stond op het perceel een voorhuis. Het was toen in het bezit van Jordaan van Heukelom en werd gesitueerd tussen het erf van Hendrik Schilder en een weg die bij het buis van Jordaan hoorde. Dit zal de voorganger van het latere Peter de Gekstraatje zijn geweest. De weg was met de dakdrup van Gerrit Hendriksz. Wilde 5 voet minus 3 duim breed (1,36 meter). Het (perceel van het) voorhuis was 89 1/2 voet (25,69 meter) diep. Op 28 augustus 1381 gaf Jordaan van Heukelom het complex in jaarlijkse en erfelijke cijns aan Philip van Beuningen de messenmaker. Als voorwaarde werd gesteld dat Jordaan en Filip op gemeenschappelijke kosten zouden onderhouden de weg, strekkende van de straat tot achter aan het water, de trap en het toilet bij het water en de poort voor aan de straat.2
Op 13 november 1410 droeg Geertruid de weduwe van Philip de messenmaker het vruchtgebruik dat zij bezat in huis, erf en tuin met hun toebeho-
_______________
1.GAH, R.-k. weeshuis 6. Zie hierna.
2.GAH, R 1176, fol. 217v: Iordanus de Hoculem domum suam anteriorem et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Henrici Scilder ex uno et inter viam ibidem, ad domum Iordani spectantem, que via cum stillicidio Gerardi filii Henrici Wilde continet in latitudine quinque pedatas minus tribus digitis ex alio, et que domus anterior et area continet in longitudine octuagintanovem et dimidiam pedatas, mensu - rando a predicto vico retrorsum, ut dicebat, dedit ad hereditarium censum Philippo de Boningen den mesmaker, ab eodem hereditarie possidendum pro censu domini annuatim ex predicta domo et area et via de iure solvendo et pro hereditario censu quinque librarum monete annuatim exinde solvendo et? dando, atque pro hereditario censu trium librarum monete, dando sibi ab anno hereditarie mediatim Domini et meditatim Iohannis, et primo termino a nativitatis Domini proxime ultra annum ex premissa?, ---, tali condicione annexa quod dictus Iordanus et Philippus dicta via tendente a dicto vico retrorsum usque ad aquam communem atque gradu consistente ad finem dicte vie iuxta dictam aquam, et cloaca consistente ibidem iuxta dictam aquam, et porta consistente in principio dicte vie iuxta dictum vicum perpetue communiter utentur et fruentur et perpetue in bona dispositione sub? eorum communibus expensis tenebunt et conservabunt.
1

ren over aan haar kinderen, die het goed twee dagen later aan hun moeder voor het leven verhuurden voor de cijnzen en lasten die eruit gingen. Philip droeg zijn aandeel - het vierde deel - in het complex over aan zijn broers Jan en Hendrik en zijn zuster Meliata.1 In 1432 was de helft daarvan in het bezit van de weduwe van Philip Philipz. van Beuningen. Haar nieuwe echtgenoot, Steven van den Broeck, droeg haar recht op die helft over aan haar vroegere zwager Hendrik Philipsz. van Beuningen.2 Op 9 februari 1455 droeg Meliata een vierde deel, dat zij van haar broer Philip gerfd had, over aan haar neefje Lambert zoon van wijlen Hendrik Philipz. van Beuningen.3 Vr 24 december 1487 kwam het voorste huis aan de Orthenstraat in handen van Cornelis Adriaans de messenmaker.4 Deze wordt ook als bezitter vermeld in het hertogelijk cijnsregister van 1520.
Het achtererf was in 1381 kennelijk in handen gebleven van Jordaan van Heukelom. Na diens overlijden was het, met de daarop staande bebouwing, overgegaan aan Reinier Scade, die het door middel van een schepenvonnis aan Arnoud Haec had verkocht. Deze verkocht het op 1 maart 1420 op zijn beurt aan Laureis Bac, zoon van wijlen Gozewijn Cnode de jonge. Laureis
_______________
1.R 1187, fol. 263-263v: Gertrudis relicta quondam Philippi (doorgehaald Mesmaker) Cultellificis cum tutore usufructum sibi competentem in domo, area et orto cum suis attinentiis dicti quondam Philippi, sitis in Buscoduducis ad vicum Orthensem inter hereditatem Gerardi die Wilde ex uno et inter hereditatem Lerie filii quondam Henrici Scilder ex alio, ut dicebat, legitime supportavit Philippo filio dicti quondam Philippi ad opus sui et ad opus Iohannis et Henrici ac Meliate, liberorum dicti quondam Philippi ---. Dictus Iohannes, Philippus et Henricus fratres et Meliata eiorum soror cum tutore premissa? locaverunt Gertrudi, eorum matri, ab eadem quamdiu vixerit in humanis possidenda pro censibus et oneribus exinde annuatim solvendis et spectantibus?, ---. Dictus Iohannes quartam partem sibi de morte dicti quondam Philippi successione advolutam in domo et area cum suis attinentiis predictis et de quibus Gertrudis eius mater, relicte dicti quondam Philippi suum usufructum supportaverat Philippo suo filio ad opus sui et dicti Iohannis et Henrici ac Meliate, prout in litteris, --- hereditarie supportavit dictis Philippo, Henrico et Meliate ---.
2.R 1202, fol. 211: Stephanus vanden Broeck maritus legitimus, ut asserebat, Katherine sue uxoris, relicte quondam Philippi filii quondam Philippi vana Bonynghen cultellificis, et ipsa cum eodem tamquam cum tutore usufructum atque totam partem et omne ius sibi competentem in medietate domusb, aree et orti cum suis attinentiis iamdicti quondam Philippi van Bonynghen, sitorum in Buscoducis ad vicum Orthensem inter hereditatem Gerardi die Wylde ex uno et inter hereditatem Lerie filie quondam Henrici Scilder ex alio, ut dicebat, legitime et hereditarie supportaverunt Henrico Mesmeker, filio dicti quondam Philippi van Bonynghen cultellificis.
a In het hs. tweemaal van. b In het hs. tweemaal domus.
3.R 1225, fol. 47: Dicta Meliata cum tutore quartam partem ad ipsam de morte quondam Philippi sui fratris iure successionis hereditarie devolutam, ut dicebat, in domo anteriori et area sita in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Henrici Scilder ex uno et inter quandam viam ibidem iacentem, ad Iordanum de Hoculem spectantem, que via cum stillicidio Gerardi filiia Henrici Wilde continet in latitudine quinque pedatas minus tribus digitibus ex alio, et que domus anterior et area predicta continet in longitudine octuagintanovem et dimidiam pedatas, mensurando a predicto vico retrorsum, datis! ad hereditarium censum Philippo de Boningen cultellifici a Iordano de Hoculem, prout in litteris, hereditarie supportavit mihi ad opus Lamberti filii quondam Henrici de Boninghen, filii quondam Philippi de Boninghen cultellificis.
4.Voor het eerst genoemd als belending van perceel A (R 1257, fol. 14v).
5.RA Brussel, Rekenkamers 45067, fol. 9: Cornelis Adriaens zoen de XXI pedatis IX denarios.
2

droeg het op 6 juli 1422 over aan Dirk Jansz. van Tuil de perkamentmaker1 en deze op 12 mei 1430 aan Marie Jansdr. van Asch alias Weyndelmoeden.2 Op 23 mei 1432 kwam het complex in handen van Elizabet Jansdr. van Vught3 en vervolgens op 4 oktober 1436 van Willem Hendriksz. Donc.4 Vervolgens kwam het goed door vererving in handen van Willems zoon Hendrik. Toen bij erfdeling van 26 juli 1484 diens goederen werden gedeeld bleken er twee kamers op het perceel te staan. De voorste kamer ter straten warts kwam aan diens zoon Willem Donc en de achterste aan Willems broer Jacob, kloosterling van Porta Celi. Zij zouden de tussenmuren, daken, de muren of gebouwen die warven werden genoemd, de balken en toiletten en de voorste poort op gezamenlijke kosten onderhouden.5 De voorste kamer kwam, met alle andere goederen van Willem Donc, in handen van Hendrik
_______________
1.R 1191, fol. 371v: Notum sit universis quod cum Iordanus de Hoculem domum suam anteriorem et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Henrici Scilder ex uno et inter quandam viam ibidem, ad dictum Iordanum spectantem, que via cum stillicidio Gerardi filii Henrici Wilde continet in latitudine quinque pedatas minus tribus digitis, ex alio, que domus et area predicta continet in latitudine LXXXIX et dimidiam pedatas, mensurando a predicto vico retrorsum, dedisset ad hereditarium censum Philippo dicto van Boningen cultellifici, prout in litteris; cumque Arnoldus Haec carnifex omnia bona prefati quondam Iordani de Hoculem erga Reynerum Scaden per iudicem mediante sententia scabinorum in Buscoducis emendo acquisivisset, prout in aliis litteris, constitutus igitur dictus Arnoldus Haec posteriorem hereditatem dicti quondam Iordani, tendentem ab hereditate primodicta retrorsum usque ad communem aquam ibidem fluentem, cum suis edificiis in eadem hereditate consistente atque cum iure utendi via predicta necnon gradu, cloaca consistentibus ad finem dictr vie iuxta predictam aquam, necnon porta consistente in principio vie predicte iuxta vicum Orthensem similiter successoribus quondam Philippi de Boningen in domo anteriori predicta, ut dicebat, hereditarie vendidit Laurentio Bac, filio quondam Goeswini Cnode iunioris. ---. Dictus Laurentius dictam hereditatem hereditarie supportavit Theoderico de Tuyl pergamenifici, filio quondam Iohannis.
2.R 1200, fol. 233v.
3.R 1202, fol. 108v.
4.R 1207, fol. 2v.
5.R 1253, fol. 327v-328: Et mediante qua divisione centum et sexaginta septem aurei denarii, peters communiter vocati, --- unacum duobus florenis ---; item camera quadam cum suo fundo, iuribus et attinentiis de duabus cameris sitis in Buscoducis ad vicum Orthensem, illa scilicet camera que sita est ibidem dicendo? vulgariter ter straten warts, unacum orto anteriori, condicionibus infrascriptis salvis, Willelmo Donck, filio dicti quondam Henrici Donck cesserunt in partem. Et mediante qua divisione centum et septuagintaquinque huiusmodi aurei denarii peters communiter vocati et duodecim stuvers unacum censu annuali eidem summe incluso ---; insuper reliqua camera cum suo fundo, iuribus et attinentiis pretactis, illa scilicet camera que est posterior, simul cum orto suo posteriori, condicionibus infrascriptis salvis, ut dicebat, fratri Iacobo Donck, filio quondam Henrici Donck, conventuali nundum professo conventus de porta Celi prope Buscumducis, cesserunt in partem. ---. Talibus annexis condicionibus, in primis vero quod quis dictorum heredum onera ex porcione sua solvenda dabit et sol vet absque onere seu incommodo alterius porcionis; item condicionatum est in premissis quod habentes quartam et quintam porciones pretactos muros seu parietes interstitiales camerarum inibi contentarum unacum suis tectibus, muris seu edificiis dictis warven, trabibus, cloacis unacum porta anteriori eorum communibus expensis tenebunt in bona et laudabili dispositione, et quod ipsi viis ad easdem cameras spectantibus simul una paniter utentur. ---.
3

Bredebart en vervolgens door middel van een schepenvonnis door koop in het bezit van Klaas Hermansz. Coenen, die haar op 10 mei 1496 overdroeg aan mr. Hendrik de Bie. Ze werd toen een stenen kamer genoemd.1
De achterste kamer met de achtertuin tot aan het water was inmiddels op 7 november 1491 door het klooster Porta Celi overgedragen aan Zeger zoon van wijlen Pauwels de Ruyter, die op dat moment ook in het bezit was van het hierna te behandelen perceel A (de noordelijke helft van Orthenstraat 65)2 Opmerkelijk is dat uit deze beide kamers geen cijns werd betaald; deze werd volledig betaald uit huis aan de Orthenstraat.3

Perceel A (noordelijk deel Orthenstraat 65)

De oudste teruggevonden akte betreffende dit perceel dateert al van 13 mei 1337. Op die datum vestigde Klaas zoon van wijlen Aart Cleynael een cijns van 40 schellingen per jaar op zijn huis en erf in de Orthenstraat ten behoeve van Klaas' zuster Riklind. Het goed werd bij die gelegenheid gesitueerd tussen het erf van Lode Albertsz. en dat van wijlen Hendrik van Rode de snijder.4 Uit het goed gingen al 5 schellingen en 6 penningen. De 6
_______________
1.R 1265, fol. 48: Notum sit universis quod cum Nicolaus Coenen, filius Hermanni Coenen, omnia bona Willelmi Donck, filii quondam Henrici, habita et habenda per iudicem mediante sententia scabinorum in Buscoducis erga Henricum Bredebart? acquisivisset, prout in litteris, constitutus igitur coram scabinis infrascriptis dictus Nicolaus quandam cameram lapideam ad dictum Willelmum Donck spectantem, sitam in Buscoducis in quodam vico sito in opposito capelle sancti Eligii in vico Orthensi inter hereditatem Zegeri Pauwels ex uno et inter hereditatem Bele relicte quondam Iacobi Berwouts et suorum liberorum ex alio, tendentem a dicti vico Ortensi retrorsum ad aquam ibidem fluentem die Diese vocatam, ut dicebat, hereditarie supportavit domino magistro Henrico die Bye. Ten onrechte wordt hier gezegd dat het perceel zich uitstrekte tot aan het water.
2.R 1261, fol. 116-116v: Notum sit universis quod cum Elisabeth filia quondam Iohannis de Vucht quandam hereditatem sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Lerye Scilders ex uno et inter quandam viam ibidem ex alio, simul cum iure utendi eadem via necnon gradu, cloaca et porta ibidem situatis, hereditarie supportasset Willelmo dicto Donc, filio quondam Henrici Donc, prout in litteris; et cum deinde mediante quadam divisione hereditaria inter Iacobum seniorem, filium quondam Henrici Donck, et suos in hoc coheredes dudum per iudicem habita, quedam camera cum suo fundo, iuribus et attinentiis, de duabus cameris sitis in Buscoducis ad vicum Orthensem, illa scilicet camera que est posterior, simul cum orto suo posteriori, fratri Iacobo filio dicti quondam Henrici Donck, conventuali pronunc professo conventus de porta Celi prope Buscumducis, unacum quibusdam aliis bonis in partem cessisset, prout in litteris divisionis continetur, constituti igitur coram scabinis domini Marcelius die Lu, prior, Rutgerus Dicbier, Lambertus Velt et Henricus de Vechel, conventuales dicti conventus, nomine et ex parte dicti conventus et quorumcumque conventualium eiusdem conventus presentium et futurorum, supradictam cameram cum suo fundo ceterisque iuribus et attinentiis, illam scilicet cameram que est posterior, simul cum orto suo posteriori et qui ortus tendit usque ad communem aquam ibidem fluentem, ut dicebat, hereditarie supportavit Zegero filio quondam Pauli die Ruyter.
3.RA Brussel, Rekenkamers 45067, fol. 8v: Cornelius Adriaens zoen de XXI pedatis IX denarios.
4.GAH, R.-k. weeshuis 6: Nycholaus filius quondam Arnoldi dicti Cleynael hereditarie vendidit Theoderico dicto Bosteel ad opus Rijchlindis sororis predicti Nycholai annuum et hereditarium censum quadraginta solidorum,
4

penningen vormden wellicht de hertogcjjns, die blijkens het stadsrecht van 1284 voor een half huiserf 6 penningen en een cijnshoen bedroeg.1 Blijkens een oorkonde van 14 juni 1415 gingen namelijk uit hetzelfde complex '40 schellingen oud geld en 5 schellingen stadsgeld (payment) en de cijns van onze heer hertog'.2 Op 7 oktober 1351 droeg Gerrit Sandersz. van Rossum als echtgenoot van Riklind de cijns van 40 schellingen met nog een andere cijns over aan Margriet dochter van Aart - Noude - Cleynael.3 Margriet zal een andere zuster van Klaas en Riklind zijn geweest. We zullen haar nog tegenkomen op het aangrenzende perceel C (Orthenstraat 63). Dat het hier om het noordelijk deel van Orthenstraat 25 gaat, blijkt uit de belendingen (zie hiervoor onder het vorige en het volgende perceel).
Hierna duurt het enige tijd voordat perceel A weer in de bronnen opduikt. Op 13 juli 1407 verkocht Gerrit Wilde aan Reinier Willems een erfelijke cijns van 12 oude Franse schilden onder andere uit zijn huis, erf en tuin in de Orthenstraat buiten Peter Schutspoort tussen het erf van Philip Mesmaker en dat van Gerrit Cnode.4 Als belender kennen we Gerrit Hen-
_______________
 grosso Turonensi denario monete regis Francie antiquo pro sedecim denariis in hijs computato, vel alterius pagamenti eiusdem valoris, solvendum anno quolibet mediatim in festo nativitatis beati Iohannis Baptiste et mediatim in festo nativitatis Domini, et pro primo solutionis termino in festo nativitatis Domini proximo futuro, de domo et area ipsius Nycholai, sita in Buscho ducis in vico Orthensi inter hereditatem Lodonis filii Alberti et inter hereditatem quondam Henrici de Rode, ut dictus Nycholaus dicebat. Et in dictum censum quadraginta solidorum dictus Nycholaus venditor dictum Theodericum ex parte et nomine dicte Rijchlindis et ad opus dicte Rijchlindis imposuit et heredavit per curiam modo in talibus consueto. Et promisit dictus Nycholaus ut debitor principalis super se et bona sua quod ipse dicte Rijchlindi de dicto censu quadraginta solidorum dicte monete, dicto Theoderico ad opus dicte Rijchlindis vendito et de dicta domo et area annuatim et hereditarie solvendo, ut premittitur, debitam et iustam prestabit warandiam et quod omnem questionem proximitatis et omnem aliam obligationem in dicta domo et area preexistentem, exceptis quinque solidis et sex denariis annuatim prius inde solvendis, ut dictus Nycholaus dicebat, eidem Rijchlindi omnino deponet. Et hiis factis constituti coram scabinis infrascriptis Arnoldus, Mathyas et Nycholaus, filii primodicti Nycholai venditoris, ac Erkenradis filia eiusdem Nycholai venditoris, cum suo tutore ad hoc ab ea electo et ei a iudice rite dato, super dicto censu quadraginta solidorum dicte monete et super toto iure ipsis Arnoldo, Mathye, Nycholao et Erkenradi in dicto censu ad presens competente et post mortem dicti Nycholai eorum patris competituro libera et spontanea voluntate simpliciter et omnimodo ad opus dicte Rijchlindis renunciaverunt effestucando modo in talibus consueto. Testes interfuerunt scabini in Buscho ducis Henricus de Uden et Matheus Gheghel.
1.Oorkondenboek van Noord-Brabant tot 1312, I, H.P.H. Camps ed. ('s-Gravenhage 1979), nr. 399 (1284 januari 31). Dit zou bevestigen dat een heel erf 40 voet breed was en een half erf 20 voet. In het cijnsregister van 1520 wordt voor een erf van 20 voet 8 penning cijns betaald. Mogelijk was hierin het hoen begrepen, dat aldus getaxeerd zou zijn geweest op 2 penning. Dit verklaart echter niet waarom bijvoorbeeld in deze akte gesproken wordt van 6 penningen en niet van 8. Het is dus ook mogelijk dat in het cijnsregister van 1520 jongere - en lichtere - penningen zijn aangegegeven dan in het stadsrecht van 1284.
2.R 1189, fol. 150: ex qua de iure solvendi sunt hereditarii census XL solidorum antique pecunie et quinque solidorum monete ac census domini nostri ducis.
3.GAH, R.-k. weeshuis 6.
4.GAH, R 1185, fol. 170v: Gerardus Wilde hereditarie vendidit Reynero Willems hereditarium censum XII aude scilde Francie solvendum hereditarie
5

driksz. Wilde al uit de hiervr genoemde akte van 28 augustus 1381 betreffende Orthenstraat 67-69. Op 14 juni 1415 deden Gerrits kinderen Hendrik, Kathelijn en Hille afstand van het complex ten behoeve van hun broer Dirk Rover. Het werd bij die gelegenheid gesitueerd tussen erf van Jan van der Zidewijnden en van Philip de messenmaker, zich uitstrekkend van de straat tot aan het water.1 Zes jaar later, op 20 augustus 1421, droegen Gerrits kinderen Hendrik, Hille en Dirkske drie vierde delen in het goed over aan Dirk Jansz. van Tuil de perkamentmaker.2 Diens weduwe Kathelijn verkocht het op 8 juli 1432 krachtens het testament van haar man aan Gijsbert Hendriksz. Roempot.3
Gijsberts kinderen droegen het complex op 1 februari 1482 over aan Zeger
_______________
 nativitatis Domini ex domo, area et orto dicti venditoris, sita in Buscoducis ad vicum Orthensem extra portam dictam Peter Scutspoirt inter hereditatem Philippi Mesmaker ex uno et inter hereditatem Gerardi Cnode ex alio.
1.R 1189, fol. 150: Dicti Henricus die Wilde, Arnoldus Bac, Theodericus Jans soen, Henricus Croke, omnes ut supra. (= Theodericus Rover die Wilde et Henricus die Wilde fratres, liberi Gerardi die Wilde, filii quondam Henrici die Wilde, et Theodericus Jans soen van Tuyl, maritus et tutor Katherine sue uxoris, et Henricus Croke, filius quondam Henrici Wynbroet, maritus et tutor Hille sue uxoris, filiarum dicti Gerardi die Wilde), supra domo et area cum suis attinentiis quondam Henrici die Wilde, sita in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Iohannis vander Zidewijnden ex uno et inter [hereditatem]a Philippi Cultellificis ex alio, tendente a communi vico ad communem aquam.
a Dit woord ontbreekt.
2.R 1192, fol. 226: Henricus die Wilde, filius quondam Gerardi die Wilde, Henricus Croec, maritus et tutor Hille sue uxoris, atque Theodericus de Liemde, maritus et tutor Theoderice sue uxoris, filiarum quondam Gerardi die Wilde, tres quartas partes ad ipsos spectantes in domo et area quondam Henrici die Wilde, sita in Buscoducis in vico Orthensi contigue iuxta hereditatem Iordani de Hoculem, nunc Philippi Mesmeker, ex uno et inter hereditatem Iohannis vander Zidewijnden ex alio, tendente a vico predicto ad aquam ibidem fluentem, que tres? quarte? partes? ad ipsos iam pertinere dinoscuntur, ut dicebant, hereditarie supportaverunt Theoderico de Tuyl, filio quondam Iohannis Pergamenifici.
3.R 1202, fol. 284v: Catharina relicta quondam Theoderici van Tuyl cum tutore domum et aream quondam Henrici die Wylde, sitam in Buscoducis in vico Orthensi contigue iuxta hereditatem Iordani de Hoculem, depost Philippi mesmeker, ex uno et inter hereditatem Iohannis vander Zydewijnden ex alio, tendentem a vico predicto ad communem aquam ibidem currentem, de qua domo et area dicti? quondam Theoderici? tres quartas partes, que ad Henricum die Wilde, filium quondam Gerardi die Wylde, Henricum Croecke maritum et tutorem legitimum Hylle sue uxoris et Theodericum de Liemde maritum et tutorem legitime Theoderice sue uxoris, filiarum quondam Gerardi die Wylde predicti, spectare consueverant. in eadem domo et area Henricus, Henricus et Theodericus hereditarie supportaverant? dicto quondam Theoderico, prout in litteris, et de qua domo et area dictus quondam Theodericus in eius testamento ordinaverat quod dicta Katherina eandem domum vendere deberet ac alienare, prout in quodam publico instrumento dicebat contineri, hereditarie vendidit Ghiselberto Roempot, filio quondam Henrici Roempot, [supportavit]? cum dictis itteris et instrumento et iure.
6

Pauwelsz. die Ruyter.1 In het cijnsregister van 1520 was het in bezit van Jan Aartsz. Sceymaker.2

In het archief van het rooms-katholiek weeshuis bevinden zich gegevens in verband met de in 1337 gevestigde cijns.3 Uit acht schepenakten, die dateren vanaf 13 mei 1337 tot 3 december 1562, blijkt dat de belendingen steeds uit de oudere akte werden overgeschreven. In 1785 was de cijns, toen 3 gulden en 2 stuivers bedragend, in bezit van juffrouw Isabella Helena Josephina van Balen, weduwe van Anthony Matthias Suyskens. Deze laatste had hem in 1770 gekocht van Francis van Baalen. De weduwe droeg hem met enkele andere cijnzen op 4 juli 1785 na openbare verkoping over aan het rooms-katholiek weeshuis.4
Uit de legger van het weeshuis blijkt onder meer dat de cijns geheven werd uit zowel het hier behandelde pand als het hieronder te behandelen pand Orthenstraat 65 zuidelijk deel. Kennelijk werd hij dus geheven uit een erf dat oorspronkelijk 40 voet breed was, de gebruikelijke maat voor een heel huiserf.5 Verder wordt er verwezen naar diverse koop- en overdrachts-akten. In 1822 waren beide percelen eigendom van de erfgenamen van Johanna van Toer, in leven echtgenote van wijlen Frans Peretti. Op 15 en 29 mei van dat jaar werden ze openbaar verkocht. Ze werden toen omschreven als:

Eerste koop.
Een huis en erve, geqt. B. 118 en V.B. 65, met hof, bleekveld en kamers of woning/es er achter, geqt. B. 119 en 120, alles aan elkander staande en geleegen te 's Hertogenbosch op 't Orteneinde, aan de eene zijde den volgende koop en gebouwen van Casper Hopmans, aan de andere zijde Peter de Gek straatje, met de uitgangen in dat straatje, strekkende voor van de straat achterwaards tot de rivier de Dieze; zijnde de openplaats achter deze huizinge en de huizinge in den volgende koop, het gemeenschappelijk gebruik van de waterput in den hof en van het privaat aan de Dieze, en midsdien den toegang over den voetpad langs den hof van dezen koop.
Belast blijkens transport op den twintigsten december achttienhonderd vijf, voor scheepenen van 's Hertogenbosch gepasseerd, met:
1. een chijnsje aan de Domeinen tot zeventien en een halve cent.
2. de helft in eene rente van zeven guldens aan de heer W.J. van Beusekom te 's Hertogenbosch.
_______________
1.R 1251, fol. 317v: Adam, Anthonius et Petrus Roempot fratres, liberi quondam Giselberti Roempot, filii quondam Henrici Roempot, domum et aream quondam Henrici die Wylde, sitam in Buscoducis in vico Orthensi contigue iuxta hereditatem Iordani de Hoculem. depost Philippi Mesmeker, ex uno, et inter hereditatem Iohannis vander Zydewijnden ex alio, quam domum et aream predictam Giselbertus Roempot, filius quondam Henrici Roempot, erga Katherinam relictam quondam Theoderici de Tuyll acquisierat; insuper quinque solidos monete solvendos anno quolibet hereditarie nativitatis Domini ex hereditate olim Theoderici Veertich scillingh, dehinc Giselberti Roemput!, sita in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Henrici vanden Merendonc ex uno et inter hereditatem Lamberti Henrici Philips soen ex alio, quos quinque solidos predictos Rutgerus de Arkel ad opus Giselberti Roemput predicti erga Willelmum Dicbier. filium Iohannis, tamquam procuratorem et eo nomine mense sancti Spiritus in Buscoducis acquisierat, prout in diversis litteris, hereditarie supportavit Zegero filio quondam Pauli die Ruyter.
2.RA Brussel, Rekenkamers 45067. fol. 9: Iohannes filius Arnoldi Sceymaker de XX pedatis VIII denarios.
3.GAH, R.-k. weeshuis 6.
4.T.a.p.
5.Zie hiervr.
7

en 3. de helft in eene rente van drie guldens en tien cents aan het Roomsche Weeshuis te 's Hertogenbosch, allen jaarlijks.

Tweede koop.
Een huis en erve met zomerkeukentje of klein woningje er achter, geqt. B. 117 en V.B. 64. staande en geleegen te 's Hertogenbosch op 't Orteneinde, aan de eene zijde den voorige koop, aan de andere zijde de openplaats achter deze en de voorige koop, gemeen tot aan het bleekveldje, en blijvende aan dezen koop het gemeenschappelijk gebruik van de waterput in den hof en van het privaat aan 't einde van den hof van den voorigen koop aan de Dieze, en mitsdien van den toegang over de voetpad langs den hof van de voorige koop.
Belast blijkens proces verbaal van definitive toewijzing opgemaakt door voornoemde notaris De Bergh en getuigen te 's Hertogenbosch den dertigsten augustus achttien honderd dertien, behoorlijk geregistreerd; met:
1. een chijnsje aan de Domeinen van zes en een halve cent.
2. de helft in eene rente van zeven guldens aan de heer W.J. van Beusekom te 's Hertogenbosch.
en 3. de helft in eene rente van drie guldens en tien cents aan het Roomsch Weeshuis te 's Hertogenbosch, - allen jaarlijks.
De eerste koop ging naar de bleker Coenraad Leep voor 1035 en de tweede naar de hovenier Martinus van Goor voor 680.1
Tot de eerste koop behoorde het hier behandelde Orthenstraat 65 noordelijk deel en het achterterrein achter beide verkochte huizen dat grotendeels als bleekveld gebruikt werd. Aan de noordkant van dit achterterrein, dus langs het Peter de Gekstraatje, bevonden zich echter ook nog twee huizen, n als achterhuis van het huis aan de Orthenstraat en n dicht bij de Dieze. In 1861 werd dit complex omschreven als:
drie huizen en erven en een stuk bleek, staande en gelegen te 's Hertogenbosch op het Ortheneinde, ten deel in het Peter de Gekstraatje, vroeger kadastraal bekend G. onder de nommers en ter groote als volgt:
241 een roede achttien ellen;
242 een en dertig ellen;
243 dertig ellen en
244 vier roeden tachtig ellen;
thans begrepen in of gedeelte uitmakende der percelen van 's Hertogenbosch voornoemd G 2799, groot een roede twaalf ellen en G 2800 groot zes roeden zeven en zeventig ellen.
Het complex werd op 28 maart 1861 door Johannes Laurentius Kroes, meester-loodgieter, voor 2000 verkocht aan de koopman Franciscus Adriaan Halewijn, die toen samen met zijn compagnon al het hierna te behandelen perceel bezat.2 Dit laatste werd in 1851 omschreven als:
een huis en erf gemerkt letter B nummer 117 en V.B. nummer 64, staande en gelegen te 's Hertogenbosch op het Ortheneinde, kadastraal bekend onder sectie G nummer 245, ter grootte van een roede en dertig ellen. Het was op 28 januari van dat jaar door de meester-metselaar Lambertus van Mierlo voor 800 verkocht aan Jean Chevalier en Franciscus Hermanus Adrianus Halewijn, ijzer- en kopergieters.3 Volgens het in 1906 verschenen overzichtswerk Oude namen van huizen en straten te 's-Hertogenbosch van J. Mosmans en A.G.J. Mosmans heette het huis, dat toen Orthenstraat 65 in zijn geheel omvatte, Op den hoek en Neven op den hoek Pieter de Gekstraatje, waren het oorspronkelijk twee huizen en was er op het eind van de negentiende eeuw een ijzergieterij in gevestigd.4
_______________
1.GAH, Not. 3545 (not. J. de Bergh, 1822).
2.GAH, Nieuw not. 1565 (not. W.P. Hubert, 1860-1861).
3.GAH, Nieuw not. 1431 (not. J. de Bergh, 1851).
4.Mosmans, a.w., 27, nr. 116.
8

Perceel B (zuidelijk deel Orthenstraat 65)

Als eerste bezitter, al in de eerste helft van de veertiende eeuw, van Orthenstraat 65 zuidelijk deel is bekend Hendrik van Rode de snijder. Hij wordt als belending vermeld in schepenakten van 13 mei 1337 en 7 oktober 13511 betreffende perceel A en een akte van 25 maart 1426 inzake perceel C.2 Hierna kende dit perceel, net als het vorige 20 voet (5,74 meter) breed,3 tot 1427 een groot aantal opeenvolgende bezitters. Dit levert het volgende beeld op:
Jan Gerritsz. Hacke x Heilwig Goiartsdr. Buc
Hille Willemsdr. Heirde 28 juni 1384
Hendrik Bodenz. van Cuijk
Zebrecht Zebrechts van Heukelom 3 april 1393
Klaas Klaas Willemsz.
Gerlach Arntsz. van Son
Jan natuurlijke zoon van Aart Heyme;
diens erfgenamen 1 september 14056
Jan Gijbenz. van Best 20 augustus 1406?7
_______________
1.GAH, R.-k. Weeshuis 6.
2.GAH, R 1197, fol. 277: iuxta domum et aream Henrici de Rode sartoris.
3.Zie hierna.
4.R 1177, fol. 131v: Hilla filia quondam Willelmi dicti Heirde cum tutore domum et aream sitam in Buscoducis in vico Ortensi inter hereditatem Margarete de Os ex uno et inter hereditatem Henrici dicti Wilde ex alio, venditam sibi a Iohanne filio Gerardi Hacke, marito et tutore legitimo Heilwigis sue uxoris, filie quondam Godefridi Buc, prout in litteris, hereditarie vendidit Henrico dicto Boden soen de Kuyc, supportavit.
5.R 1179, blz. 545: Zibertus filius Ziberti de Hoculem domum et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Margarete de Os ex uno et inter hereditatem Henrici dicti Wilde ex alio, quam domum et aream Henricus Boden soen de Kuyc erga Hillam filiam quondam Willelmi van Heirde emendo acquisierat, prout in litteris, et quam domum et aream predictus Zibertus nune ad se spectare dicebat, hereditarie vendidit Nycholao filio Nycholai dicti Willems soen, supportavit.
6.R 1184. fol. 183: Notum sit universis quod cum Nycholaus filius Nycholai Willems soen domum et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Margarete de Os ex uno et inter hereditatem Henrici die Wilde ex alio erga Zibbertum filium Zibberti de Hoculem emendo acquisisset, prout in litteris; cumque Iohannes filius naturalis quondam Arnoldi Heyme omnia bona Nycholai filii Nycholai quondam Willems soen erga Gerlacum de Zonne Arnts soen per iudicem mediante sententiam? scabinalem? in Buscoducis emendo acquisisset, prout in litteris, constitutus igitur coram scabinis infrascriptis dominus Theodericus Heyme, canonicus sancti Iohannis ewangeliste in Buscoducis, tamquam executor et verus dispentor! omnium bonorum dicti Iohannis sui fratris, filii naturalis quondam Arnoldi Heyme, et ad hoc potens ut dicebat, dictam domum et aream, que nunc sita est inter hereditatem Gerardi Wilde ex uno et inter hereditatem Iohannis de Os ex alio, ut dicebat, hereditarie vendidit Iohanni quondam Ghibonis de Best, supportavit.
7.R 1184, fol. 389v: Iohannes filius quondam Ghibonis de Best domum et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem quondam Henrici Wilde, nunc ad Gerardum Wilde eius filium spectantem, ex uno et inter hereditatem quondam Margarete de Os, nunc ad Iohannem de Os, filium quondam Iohannis de Os, spectantem ex alio, quam domum et aream dictus Iohannes filius quondam Ghibonis de Best erga dominum? Theodericum Hyeme?, canonicum ecclesie sancti Johannis ewangeliste in Buscoducis, emendo? acquisierat, prout in litteris, hereditarie supporta vit Laurentio filio Iacobi Vos.
9

Laureis Jacobsz. Vos 31 maart 14071
Gerrit Cnode, zoon van wijlen Gibo Herinc, 11 augustus 14132
Jan van der Zidewijnden
diens weduwe, hertrouwd met Hogard van Bruheze, 1 april 14173
Goiart van Bruheze, vader van Hogard
(het goed werd voor n jaar aan Hogard verhuurd)
waarschijnlijk daarna weer door vererving
_______________
1.R 1185, fol. 103v: Laurentius filius Iacobi Vos domum et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Gerardi Wilde ex uno et inter hereditatem Iohannis de Os, filii quondam Iohannis de Os, ex alio, supporta tas dicto Laurentio a Iohanne filio quondam Ghibonis de Best, prout in litteris,hereditarie vendidit Gerardo Cnode filio quondam Ghibonis Herinc, supportavit.
2.R 1188, fol. 477v:Gerardus Cnode, filius quondam Ghibonis Herinc, domum et aream sitas in Buscoducis ad vicum Orthensem inter hereditatem Gerardi Wilde ex uno et inter hereditatem Iohannis de Os, filii quondam Iohannis de Os, ex alio, venditas dicto Gerardo Cnode a Laurentio fllio Iacobi Vos, prout in litteris, hereditarie supportavit Iohannis van der Zidewijnden ---. Iohannes Wert, maritus et tutor Elizabet sue uxoris, filii Gerardi Cnode, filii quondam Ghibonis Herinc, partem et ius ad se et ad dictam Elizabet spectantem in domo et area et censu predictis hereditarie supportavit Iohanni van der Zidewijnden.
3.R 1196, fol. 60: Hogardus de Bruheze, filius Godefridi de Bruheze, maritus legitimus ut dicebat Gertrudis sue uxoris, relicte quondam Iohannis de Zidewijnden, et ipsa cum eodem tamquam cum tutore, --- super quibuscum que aliis hereditatibus et bonis hereditariis in quibus dictus quondam Iohannes de Zidewijnden decessit, ubicumque locorum consistentibus sive sitis aut solvendis, demptis inde? et Gertrude predicta! reservatis domo et area cum suis attinentiis singulis et universis quondam Iohannis de Zidewijnden, sitis in opido de Buscoducis in vico Orthensi in opposito capelle ibidem, atque domus utensilibus omnibus et singulis vulgariter dictis huysraet necnon ceteris clenodiis ad dictum quondam Iohannem de Zidewijnden spectantibus, et prefate Gertrudi in testamento per eundem quondam Iohannem facto legatis, ut dicebat, atque demptis et dicte Gertrudi reservatis suis bonis que ad ipsam de eius latere venerunt aut decesserunt, et etiam illis bonis que idem quondam Iohannes et Gertrudis stante integro thoro inter eosdem acquisierant, ubicumque locorum in Hollandia situatis aut solvendis, ut dicebant, atque demptis usu fructu dicte Gertrudi competente in toto parte et omni iure que ad dictum quondam Iohannem de Zidewijnden spectare consueverant in hereditario censu novem librarum monete, quem quondam Arnoldus de Zidewijnden solvendum habere consueverat ex hereditatibus in Buscoducis in vico Orthensi iuxta aquam dictam die haven, ut dicebant; atque super toto iure eis aut eorum alteri competente aut competituro ad opus Petri Steenwech, Iacobi et Heilwigis, liberorum quondam Iacobi Steenwech [hereditarie renuntiaverunt]a ---. Godefridus de Bruheze super premissis et iure ad opus Petri, Iacobi et Heilwigis hereditarie reuntiavit ---. Hogardus de Bruheze maritus et tutor ut supra et ipsa cum eodem tamquam tutore domum et aream cum suis attinentiis singulis et universis quondam Iohannis van der Zidewijnden, sitam in Buscoducis in vico Orthensi in opposito capelle ibidem inter hereditatem Theoderici de Tuyl ex uno et inter hereditatem quondam Iohannis de Os, nunc Wolteri die Wilde, ex alio, tendente a dicto vico usque ad aquam ibidem fluentem, ut dicebat, hereditarie vendidit Godefrido de Bruheze suo patri ---. Dictus Godefridus dictas domum, aream et ortum locavit Hogardo predicto ad spacium unius anni datam? proxime? sequentis, pro oneribus exinde solvendis.
10

Hogard van Bruheze, 12 december 14271'
Hendrik Gerritsz. van der Merendonk.
Hiermee was aan het voortdurend veranderen van bezitter een eind gekomen. Uit de zojuist genoemde akte van 1 april 1427 blijkt dat Hogard van Bruheze ook in het huis gewoond heeft. Dit was ook het geval met Hendrik van der Merendonk, die in een schepenakte van 12 mei 1475 'raad en burger van de stad 's-Hertogenbosch' wordt genoemd. Gezien zijn status zal het dus toen al om aanzienlijke bebouwing zijn gegaan. Uit deze akte blijkt dat Hendrik en zijn vrouw Elizabet, dochter van Jan van Gewanden, bij testament hadden bepaald dat na het overlijden van hun zoon Jacob de van hen gerfde goederen zouden vererven op Hendrik, Elizabet en Aleid, kinderen van hun dochter Bela en van Rutger van Ophoven. Op genoemde datum kwamen Elizabet de weduwe van Hendrik van der Merendonk en haar zoon Jacob onder meer overeen dat het huis waar zij woonde aan Jacob ten deel zou vallen,2 Hiertoe behoorde inmiddels ook het hierna volgende perceel.
_______________
1.R 1197, fol. 373v: Hoghardus filius Godefridi de Bruheze, maritus legitimus ut asserebat Gertrudis sue uxoris, relicte quondam Iohannis de Zyedewijnden, et ipsa cum eodem Hoghardo tamquam cum suo tutore, domum et aream quondam Iohannis de Zyedewijnden predicti, sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Gerardi Wylde ex uno et inter hereditatem Iohannis de Os, filii quondam Iohannis, ex alio, quam domum et aream dictus quondam Iohannes vander Zuedewijnden erga Gerardum Cnode, filium quondam Ghybonis Herinc, acquisierat, prout in litteris, et quam domum et aream dictus quondam Iohannes vander Zyedewijnden dicte Gertrudi sue uxori in eius testamento legaverat, prout in quodam publico instrumento super hoc confecto dicebat contineri; item hereditarium censum sex librarum monete, solvendum hereditarie mediatim nativitatis Iohannis et mediatim nativitatis Domini ex domo et area sita in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Margarete de Os ex uno et inter hereditatem Henrici die Wylde, supportatum dicto quondam Iohanni de Zyedewijnden a dicto Gerardo Cnode, filio quondam Ghybonis Herinc, prout in aliis litteris, hereditarie supportavit Henrico vander Merendonc, filio quondam Gerardi vander Merendonc.
2.R 1244, fol. 256-257a: Notum sit universis quod cum pridem Henricus vander Merendonck, consularis et opidanus opidi de Buscoducis, et Elizabet eius uxor legitima, filia quondam Iohannis de Gewanden, sanarum mencium ac corporis, sensuumque suorum in omnibus et per omnia compotes existentes, condentes eorum testamentum ac eorum ultimam et extremam voluntatem declarantes inter quasque? plurima inibi contenta et ordinata Iacobo eorum filio legitimo necnon Henrico, Elizabet et Aleydi, liberis Rutgeri de Ophoven, ab eo et quondam Bela filia dictorum testatorum pariter genitis, per obitum dicti Rutgeri eorum patris legassent et relinquissent nonnula bona et legata, et inter cetera volentes et ordinantes, in casu quo ipse Iacobus decederet absque prole legitima ab eo in vita remanente?, quod in illo casu huiusmodi bona prefato Iacobo ut prefertur legata, demptis bonis sibi in subsidium matrimonii? datis et assignatis, ad statim post obitum dicti Iacobi devenerent et succederent et succedere devenient ad Henricum, Elizabet et Aleydem pretactos, si protunc vixerint in humanis et vitam secularem extra religionem in mundo duxerint et manerent habitantes, alioquin ad proximiores heredes dictorum testatorum protunc in humanis extra religionem vitam agentes succederent et devenirent, salva nichilominus dicto Iacobo potestate iamtacta bona dum ad eum deventa? fuerint vendenda et alienanda in toto vel in parte, prout sibi visum fuerit expedire, iamdicta restrictione seu condicione in hiis non obstante, in hoc dummodo hereret? prolem seu proles legitimam seu legitimas, viventem seu viventes, etatem duodecim annorum et non alias, postremo quod dicti testatores reservassent sibi potestatem et auctoritatem huiusmodi testamentem seu finalem voluntatem mutuandum,
11

Blijkens het cijnsregister van 1520 is het complex hierna vererfd op Hendrik Rutgersz. van Ophoven.1

Perceel C (Orthenstraat 63)

Op 25 maart 1426 droeg Gerrit Jansz. (Gozewijnsz.) van Oss dit huis en erf, net als het vorige 20 voet breed,2 over aan Wouter Hendriks die Wilde. Uit de akte blijkt dat het eertijds het woonhuis was van Yo van Mordrecht en dat Gozewijn van Oss, schoonzoon van Noude Cleynael, het voor 4 pond en 5 schellingen in erfelijke cijns had gekegen.3 Wouter verkreeg tevens een cijns
_______________
 corrigendum, augmentandum et minuendum in parte vel in toto dum quam? ac tociens quociens eis placuerit ac visum fierit expedire, prout hec et alia in quodam instrumento publico desuper confecto videbantur plenius contineri; et cum deinde dictus quondam Henricus vander Merendonck, alter dictorum testatorum, quemadmodum Altissimo placuit, diem vite sue clauserit extremum, dicta vero Elizabet testatrice in hac vita humana superstite perseverante, ut dicebatur, constituti sunt coram scabinis infrascriptis dicti Iacobus vander Merendonck ex una atque Henricus et Elizabet eius uxor, liberi dictorum quondam Rutgeri de Ophoven et Bele coniugis, cum tutore eiusdem Elizabet, relicta quondam Henrici vander Merendonck, matris dicti Iacobi, avieque? dictorum Henrici et Elizabet eius sororis, necnon in presentia et de consilio et voluntate? ex premissis Iohannis de Arkel, sculteti inferioris in Buscoducis, Giselberti Roempott et Willelmi vanden Kerckhoff, tamquam amicorum et consanguineorum proximiorum dictorum Iacobi, Henrici et Elizabet tam pro se quam pro suis heredibus et successoribus, ut dicebant, omnibus melioribus modo, via iuris, causa et forma quibus id melius, firmius et afficacius facere sciverunt? ac poterunt necnon sciunt? et potunt eorum alter, palam et publice recognoverunt et confessi fuerunt de consilio et voluntate? pretactis inter se mutuo fecisse, iniisse?, statuisse et ordinasse certos amicales contractus, compactus, ordinationes et convenciones modo et forma infrascriptis; in primis convenerunt prenominate partes, in casu quo dicta Elizabet, relicta quondam Henrici vanden Merendonck, Altissimo iubente, via universe carnis fuerit ingressa, quod ipse extunc omnia huiusmodi bona mobilia et immobilia, hereditaria atque parata, que et qualia eadem Elizabet iamdicta post se reliquet, demptis tamen et dicto Iacobo domo, area et orto cum suis iuribus et attinentiis dictorum Elizabet et quondam Henrici vander Merendonck, in quibus dictus quondam Henricus vander Merendonck habitare consueverat et dicta Elizabet pronunc habitare dinoscitur, sitis in Buscoducis in ad vicum Ortensem in oppositum capelle sancti Eligidii! ibidem, necnon dicte Elizabet filie dictorum quondam Rutgeri de Ophoven et Bele eius coniugis, quadam hereditaria pactione ---.
1.RA Brussel, Rekenkamers 45067, fol. 9: Henricus de Ophoven de XX pedatis VIII denarios; idem Henricus de XXV pedatis XI denarios.
2.Zie hierna.
3.R 1197, fol. 277: Gerardus van Os, filius quondam Iohannis van Os, domum et aream quondam Yonis de Mordrecht, sitam in Buscoducis in vico Ortensi, in qua idem Yo commorari consueverat, quam domum et aream Goeswinus de Osse, gener Noudonis dicti Cleynnael, pro quatuor libris et quinque solidis ad censum aequisierat, prout in litteris, en que domus et area nunc sita est inter hereditatem quondam Iohannis vander Zyedewijnden ex uno et inter hereditatem Iohannis vander Horst ex alio, tendentem a communi platea ad communem aquam, ut dicebat; item hereditarium censum XXX solidorum et sex denariorum, solvendum hereditarie mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis ex domo et area Yonis de Mordrecht, sita in Buscoducis in vico Orthensi iuxta domum et aream Henrici de Rode sartoris, quem censum Matheus Gheghel, filius Iohannis de Os pannicide, erga Adam de Myrde acquisierat,
12

van 30 schellingen en 6 penningen, welke cijns Matthijs Geghel, zoon van Jan van Oss de lakensnijder, van Adam van Mierde had gekregen. Deze cijns ging uit het huis van Yo van Mordrecht naast het huis van Hendrik van Rode de snijder. Aan te nemen valt dat het hier om hetzelfde huis gaat en dat Matthijs een broer was van Gerrit Jansz.
Uit het complex ging al een cijns van 54 schellingen en 6 penningen, die Jan Gozewijnsz. van Oss op 27 juli 1390 op het goed gevestigd had.1 In de betreffende akte werd gesproken van het huis van Sander de Smid naast het huis van Gerrit de Vleeshouwer. Mogelijk ging het bij deze laatste om Gerrit Hacke, genoemd in de akte van 28 juni 1384 betreffende perceel B.2
Op 25 augustus 1431 verkocht Jan Jansz. van Gewanden als echtgenoot van Geertruid dochter van wijlen Wouter de Wilde, krachtens het testament van Wouter, het goed met de cijns van 30 schellingen en 6 penningen over aan Gerrit Jan Jansz. van Oss.3 Het werd bij die gelegenheid gesitueerd tussen het erf van wijlen Jan van der Zidewijnden en dat van Jan van der Horst. Gerrit Jansz. van Oss droeg vervolgens op 21 november 1441 over aan Klaas Jan Thomasz. die Kael.4 Toen lag het tussen erf van Hendrik van der Merendonk en Willem Jan Snijdersz. Uit het goed ging vermoedelijk alleen de hertogcijns en de cijns van 54 penningen en 6 penningen waarvoor Gerrit
_______________
 prout in litteris, hereditarie supportavit Woltero die Wylde, filio quondam Henrici die Wylde.
1.R 1178, fol. 278: Iohannes dictus de Os, filius quondam Goessuini de Os, hereditarium censum quinquaginta quatuor solidorum et sex denariorum, solvendum hereditarie mediatim Iohannis et mediatim Domini de domo et area quondam Alexandri dicti Sander Fabri, sita in Buscoducis in vico Orthensi iuxta domum Gerardi Carnificis, venditum Margarete relicte dicti quondam Goessuini de Os ab Emondo filio quondam domini Theoderici Rover militis, prout in litteris, et quem censum dictus Iohannes de morte quondam dicte Margarete in statu sue viduetatis successione hereditarie advolutum esse dicebat, hereditarie supportavit michi Iohanni (= de secretaris, wellicht Jan van Best; zie Spierings, Het schepenprotocol van 's-Heitogenbosch, 92-93).
2.R 1177, fol. 131v. Zie hiervr.
3.R 1201, fol. 137v: Iohannes de Gewanden, filius quondam Iohannis de Gewanden, maritus et tutor Gertrudis sue uxoris, relicte quondam Wolteri des Wilden, potens ad infrascripta ut dicebat vigore testamenti facti per quondam Wolteri predicti coram magistro Godefrido de Loen, canonico in Buscoducis, domum et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem quondam Iohannis van der Zidewijnden ex uno et inter hereditatem Iohannis vander Horst ex alio; insuper hereditarium censum triginta solidorum et sex denariorum, solvendum hereditarie mediatim nativitatis Domini et mediatim nativitatis Iohannis ex domo et area Ionis de Mordrecht, sitam in Buscoducis in vico predicto iuxta domum et aream Henrici de Rode sartoris, quas domum et aream ac censum predictos Wolterus die Wilde, filius quondam Henrici, erga Gerardum de Os, filium quondam Iohannis, acquisierat, prout in litteris, hereditarie supportavit Gerardo de Os, filio quondam Iohannis de Os.
4.R 1212, fol. 92: Gerardus de Os, filius quondam Iohannis filii Iohannis de Os pannicide, filii quondam Goeswini de Osse, generi Noudonis Cleynnael, domum et aream olim Yonis de Mordrecht, sitam in Buscoducis in vico Orthensi, in qua dictus Yo morari consuevit, quam domum et aream dictus Goeswinus de Osse erga dictum Yonem pro hereditario censu quatuor librarum et quinque solidorum ad censum acquisierat, prout in litteris, et que domus et area nunc sita est inter hereditatem Henrici vander Merendonck ex uno et inter hereditatem Willelmi filii quondam Iohannis Snyders soen ex alio, tendentem a communi platea ad communem plateam, ut dicebat, hereditarie supportavit Nycholao filio quondam Iohannis filii quondam Thome die Kael.
13

Jansz. van Oss het van Yo van Mordrecht in erfelijke cijns had gekregen. Twee jaar later kwam het weer in handen van Gerrit Jan Jansz.1 Op 12 januari 1468 droeg Jacob Gerrit Jansz. van Oss, die het gerfd had, het complex over aan Hendrik van der Merendonk,2 die al sinds 1427 gerfd was in het zuidelijk deel van het tegenwoordige perceel Orthenstraat 65.3 Op 22 augustus 1472 droeg Hendriks weduwe Elizabet haar vruchtgebruik over aan haar zoon Jacob van der Merendonk.4
Op 8 maart 1492 droeg Jacob de helft van het complex over aan Hendrik Rutgersz. van Ophoven. Daarbij werd bepaald dat de tussenmuur tussen dit huis en het daaraan grenzende Orthenstraat 63, dat in handen bleef van Jacob, gemeenschappelijk zou zijn, dat zij daarin mochten ankeren en dat ze de muur met de daarop rustende goot gezamenlijk zouden onderhouden. Wie schade aan de muur toebracht, moest die schade echter op eigen kosten herstellen.5 Een dag later vond er een deling plaats van goederen tussen Hendrik Rutgersz. van Ophoven en Lambert Engbertsz. van de Hezeacker, gehuwd met Elizabet Rutgersdr. van Ophoven. Hierbij viel de helft van het huis toe aan Hendrik.6 Als lasten gingen toen uit het goed de hertogcijns, 10
_______________
1.R 1214, fol. 129.
2.R 1237, fol. 141: Jacobus filius quondam Gerardi de Os, filii quondam Iohannis de Os, domum, aream et ortum suos in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Henrici vander Merendonc ex uno et inter hereditatem Theoderici de Dynther des spelmekers ex alio, tendentes a dicto vico retrorsum ad communem aquam ibidem fluentem, ut dicebat, que domus, area et ortus dicto Iacobo unacum aliis bonis mediante quadam divisione hereditarie inter ipsum et alios suos in hoc coheredes suos habita in partem cessisset?, prout in litteris, hereditarie supportavit dicto Henrico vander Merendonc.
3.Zie hiervr.
4.R 1241, fol. 375-375v: Elizabeth relicta quondam Henrici vander Merendonck cum tutore usufructum sibi ut dicebat competentem in domo, area et orto sitis in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem reliquam dicte Elizabeth et eius liberorum ex uno et inter hereditatem Theoderici de Dynther ex alio, tendentibus a dicto vico ad communem aquam die Dyese vocatam, ut dicebat, legitime supportavit Iacopo suo filio.
5.R 1261, fol. 206: Iacobus vander Merendonck, filius quondam Henrici vander Merendonck, medietatem ad ipsum spectantem in domo, area et orto, sitis in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Henrici vander Merendonck ex uno et inter hereditatem Theoderici de Dynther des spelmekers ex alio, quos domum, aream et ortum predictos Henricus vander Merendonck erga Iacobum filium quondam Gerardi de Os, filii quondam Iohannis de Os, acquisierat, prout in litteris, hereditarie supportavit Henrico de Ophoven, filio quondam Rutgeri, cum litteris aliis et iure, promittens super omnia et habanda ratam servare, obligationem et impetitionem ex parte sui deponere, tali annexa condicione quod murus ille intersticialis qui consistit inter dictam domum et aream et reliquam domum et aream dicti quondam Henrici vander Merendonck, nunc vero dicti Iacobi vander Merendonck, est et perpetue permanebit communis Iacobo et Henrico predictis, et quod quelibet dictarum partium in dicto muro edificare et edificia sua per anchoras ac alias ad eius commodum et profectum eidem muro iniungere poterunt et valebunt, quodque vero eedem partes eundem murum unacum guttario ibidem desuper consistente mediatim et mediatim in bona et laudabili dispositione eorum communibus expensis perpetue conservabunt, hoc enim salvo, in casu quo altera dictarum partium edificando in dicto muro aliquod fregerit, quod hoc idem edificans expensis suis propriis et absque expensis alterius non edificantis iterum in bona dispositione restaurabit.
6.R 1261, fol. 207v: Henricus van Ophoven, filius quondam Rutgeri de Ophoven. atque Lambertus vanden Hezeacker, fIlius Engberti. tamquam
14

pond stadsgeld aan Herberta echtgenote van Gillis van der Poorten, een half mud rogge aan het Uileburghospitaal en 54 schellingen aan de gemene vicarissen van de Sint-Jan. In het cijnsregister van 1520 stond het huis met het naastgelegen Orthenstraat 65 zuidelijk deel op naam van Hendrik van Ophoven.1
Volgens de Mosmansen in hun hierboven genoemde publicatie heette het huis De Blompot, na 1713 De Roscam. Het zou een looierij zijn geweest. Bij de uitgave van hun boek in 1906 was Broodfabriek De Bruijn er gevestigd. Het goed was toen verenigd met het hierna te behandelen perceel. Het straatje tussen beide zou enkele meters naar het zuiden verlegd zijn.2

Perceel D (Orthenstraat 61)

Ook dit complex, slechts 15 voet (4,30 meter) breed,3 is in de vijftiende eeuw een groot aantal keren van bezitter veranderd. Dit wijst erop dat het om bescheiden, niet erg aantrekkelijke bebouwing ging. Opmerkelijk is het grote aantal speldenmakers onder de bezitters, die waarschijnlijk ook wel bewoners zijn geweest.
De eerste vermelding bestaat uit een niet gepasseerde schepenakte die is opgenomen tussen akten van 24 november 1418. Toen wilde Jan van der Horst de speldenmaker het huis en erf, gelegen tussen het erf van Margriet van Oss en Dirk Buxken, overdragen aan Geertruid weduwe van Hendrik de Wilde de brouwer. Jan van der Horst had het goed verkregen van Gerrit Geel de speldenmaker.4 In een akte van 1 april 1449 werd echter Hille Spijkers als voorgangster van Jan van der Horst genoemd.5
_______________
 maritus et tutor legitimus ut dicebat Elisabet sue uxoris, filii dicti quondam Rutgeri, palam recognoveruntse quandam divisionem hereditariam mutuo fecisse de quibusdam bonis dicti quondam Rutgeri, nunc ad ipsos ut dicebant spectantes. Mediante qua divisione molendinum venti cum suis iuribus et attinentiis dicti quondam Rutgeri, situm extra portam Orthensem supra aggere Orthensi, ad latus versus locum dictum Oetheren; item medietas cuiusdam domus, aree et orti et domus posterioris, sitorum in Buscoducis ad vicum Orthensem inter hereditatem Iacobi vander Merendonck, filii quondam Henrici vander Merendonck, ex uno et inter hereditatem Symonis de Dynther ex alio; item ---, simul cum oneribus solvendis, videlicet ex dicto molendino venti hereditarium censum sex librarurn monete rectori capelie sancti Iohannis in Rmel parochie de Gestel prope Herlaer, necnon censum fundi domino nostro duci et hereditarium censum decem librarum monete Herberte uxori legitime Egidii de Porta, hereditariam pactionem dimidii modii siliginis hospitali pauperum virorum opten Ulenborch et hereditarium censum quinquagintaquatuor solidorum monete communibus capellanis vicariis ecclesie sancti Iohannis evangeliste in Buscoducis ex domo, area et orto cum suis attinentiis predictis annuatim e iure solvendis, --- supradicto Henrico van Ophoven cesserunt in partem ---.
1.Zie hiervr.
2.Mosmans, a.w., 27, nr. 117.
3.Zie hierna.
4.R 1191, fol. 23: Iohannes vander Horst die spelmeker domum et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Margarete de Os ex uno et inter hereditatem quondam Theoderici Buxken ex alio, tendentem a communi platea ad communem aquam ibidem currentem, supportatam dicto Iohanni a Gerardo Gheel die spelmeker, prout in litteris, hereditarie supportavit Ghertrudi relicte quondam Henrici die Wilde braxatoris (geen getuigen en datum).
5.R 1219, fol. 199: Willelms filius quondam Iohannis Zelen soen domum et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Margarete de Os ex uno et inter hereditatem quondam Theoderici Brocken ex alio.
15

Pas negen jaar na de voorgenomen verkoop van 24 november 1418 werd het goed door Jan van der Horst overgedragen. Bij die gelegenheid werd gezegd dat het zich uitstrekte tot aan het water.1 De reeks opeenvolgende bezitters luidt:
Hille Spijkers (?)
Gerrit Geel de speldenmaker
Jan van der Horst de speldenmaker 26 november 1427
Hendrik van Zambeke de speldenmaker 23 mei 14302
Dirk Dirksz. van Cuijk 9 februari 14333
Arnoud Arnoudsz. Last 26 juni 14364
Gozewijn Jansz. Meynart 18 januari 14405
Willem Jan Zelenz. 1 april 14496
Dirk Simonsz. Velkeneer van Dinther.
Bij de laatste overdracht werd een erfelijke cijns van 40 schellingen aan het Sint-Janskapittel uit het goed mee overgedragen.
Na begin 1455, toen het goed nog in handen was van Dirk,7 vererfde het zijn neef-oomzegger Simon Woutersz. Velkeneer de speldenmaker, die er in 1475 cijnzen op vestigde.8 in 1520 was Hendrik Jansz. van Tulden de bezitter, daarna Gerrit Gozewijnsz.9
_______________
 tendentem a communi platea retrorsum ad aquam ibidem fluentem, quam domum et aream dictus Willelmus erga Goeswinum Meynart, filium quondam Iohannis Meynart, acquisierat, prout in litteris; insuper hereditarium censurn quadraginta solidorum communis pagamenti, quem capitulum in Buscoducis hereditarie solvendum habuit? mediatim Iohannis et mediatim nativitatis Domini ex hereditate quondam Hille Spikers, post Iohannis vander Horst, post Arnoldi Last, post Goeswini Meynart, nunc Willelmi filii Iohannis Celen soen. sita in Buscoducis in vico Orthensi extra portam, quem censum dictus Willelmus erga dictum capitulum acquisierat, prout in litteris sigillo dicti capituli sigillatis dicebat contineri, hereditarie supportavit Theoderico die Velkeneer, filio quondam Symonis die Velkeneer de Dynther.
1.R 1198, fol. 153: Iohannes vander Horst die spelmeker domum et aream sitam in Buscoducis in vico Orthensi inter hereditatem Margarete de Os ex uno et inter hereditatem quondam Theoderici Brocken! ex alio, tendentem a communi platea retrorsum ad aquam ibidem, quam domum et aream Iohannes vander Horst erga Gerardum Gheel den spelmeker acquisierat, prout in litteris, hereditarie supportavit Henrico de Zambeke den spelmeker.
2.R 1200, fol. 104v.
3.R 1203, fol. 37v.
4.R 1206, fol. 101.
5.R 1210, fol. 142v.
6.R 1219, fol. 199.
7.R 1225, fol. 201v.
8.R 1244, fol. 165 (1475 februari 4) en 238 (1475 augustus 17).
9.RA Brussel, Rekenkamers 45067, fol. 9: Henricus filius Iohannis de Tulden de XV pedatis VI denarios. Bovengeschreven als latere bezitter: Gerardus Goswini.

Martin W.J. de Bruijn, 13 januari 1999
16